Rennen

2 Juni 2018  3

Blog Ilse: Rennen

Door een raam zie ik het publiek in rijen staan wachten, geduldig, met het kaartje in de hand. Het mag zo naar binnen om daarna in de rode pluchen stoelen te genieten van de theatervoorstelling waar ik in speel.

RennenDe deuren gaan open, de mensen stromen binnen. Ik moet nu klaar gaan staan in de coulissen.

De bezoekers gaan inmiddels zitten, iedereen heeft zijn plekje gevonden, het geroezemoes verstomt.

Ik moet op, maar kan het podium niet vinden. Het lijkt gezien de houten planken boven me alsof ik me onder het podium bevind. De ruimte om me heen lijkt op een catacombe. Een ingewikkeld gangenstelsel, een labyrint vol met decorstukken, pruiken en andere attributen. Ik hoor het publiek verwachtingsvol kuchen. Haastig zoek ik naar de juiste deur. Ik begin te rennen door gangen die eindeloos blijken te zijn. Ik raak steeds verder verwijderd van het podium, terwijl ik nú op moet. Ik ren, ik ren en ik ren……

Dit is mijn klassieke alles-gaat-misdroom. Eentje waarvan ik, en wellicht menig acteur, bezweet wakker word. Het zal je maar gebeuren. Ik bedoel, hoe leg je dat uit aan een teleurgestelde zaal: ‘Sorry dames en heren, maar ik was het podium even kwijt’.

Dit is geen fijne droom, maar sinds kort verlang ik ernaar terug. Wat zou ik deze droom graag nog eens dromen, want in deze droom kon ik nog rennen.

Hoeveel tijd heeft je brein nodig om de realiteit mee te nemen naar je slaap? Bij mij een jaar of twee. Had ik maar meer genoten van die zorgeloze droomjaren. Het is heerlijk om in je slaap bevrijd te zijn van je tekortkomingen, besef ik nu. Want van de ene op de andere dag, net zo plots als de ziekte zich aandiende, veranderde de droom.

Ik moet op, het publiek kucht en ik zit om onbegrijpelijke redenen wederom onder het podium. Weer die catacombe met tientallen deuren. Als ik naar de eerste deur wil rennen, merk ik het meteen. Mijn benen zijn loodzwaar. Ze willen met geen mogelijkheid versnellen. Met moeite kom ik vooruit. Ik moet naar mijn benen kijken om ze voort te bewegen.

Als ik eindelijk één van de deuren open, zie ik een eindeloze gang. Ik kan wel janken, deze gang gaat me opvreten. Strompelend en slepend begin ik dan toch aan de eindeloze weg. Kon ik deze droom maar weer gezond dromen.

Ilse

Fotografie: Maxim Wermuth

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *