Het onderzoekspad van… Martijn Steenwijk

“MS is nog steeds een grotendeels onbegrepen ziekte”


Martijn Steenwijk is vorig jaar gepromoveerd op het onderwerp ‘Hersenkrimp bij MS’ en MS fascineert hem nog steeds: “Ik wil alle puzzelstukjes bij elkaar krijgen.” Martijn maakt deel uit van de vertaalgroep van MSweb.

Door: Nicole Mulders

Steenwijk studeerde elektrotechniek en biomedische technologie in Delft en is vooral geïnteresseerd in de beeldverwerking van gegevens van MS-patiënten. Een combinatie van zijn studies leidde tot zijn promotieonderzoek in het MS centrum van het VU medisch centrum in Amsterdam.

Onbegrepen ziekte

Bij toeval belandde hij bij het onderzoek naar MS. Via zijn afstudeerstage in het Leids Universitair Medisch Centrum kwam hij in aanraking met hersenonderzoek en werd getriggerd door MS.

MS noemt hij ‘een grotendeels onbegrepen ziekte’. “Er zijn weinig behandelmethoden voor patiënten, vooral wanneer de ziekte progressief wordt. En het is duidelijk dat er iets mis gaat in de hersenen, maar waar dat precies begint weten we eigenlijk niet.” Zijn fascinatie voor hersenen is helder. “Alles wat we in de wereld doen en alles wie we als mens zijn, wordt gestuurd door grofweg 1,5 kilo hersenen. Heel intrigerend.”

Steenwijk promoveerde op de rol van de hersenschors bij MS en kwam erachter dat bepaalde krimppatronen in de hersenschors sterk samenhangen met de klachten die mensen met MS ervaren. Het promotietraject van Steenwijk was het vervolg op eerder onderzoek. Het MS centrum in Amsterdam had hiervoor een subsidie aangevraagd bij de stichting MS Research. De subsidieaanvraag werd beoordeeld door nationale en internationale specialisten op dit vakgebied. De programmasubsidie werd toegekend en bood een vacature. Steenwijk werd uitgekozen.

Protocol

De studie die Steenwijk als onderdeel van zijn promotietraject uitvoerde, verliep volgens een strak protocol. Zoals bij elk onderzoek beoordeelde de medisch-ethische commissie dit protocol voordat de studie begon. Deze commissie overweegt of de inzet van proefpersonen in verhouding is ten opzichte van de baten van het onderzoek. Zonder de goedkeuring van zo’n commissie kan een onderzoek niet worden uitgevoerd. “Proefpersonen kunnen natuurlijk niet onnodig worden belast”.

Aan het onderzoek van Steenwijk werkten meer dan 250 MS-patiënten mee en ongeveer 80 gezonde vrijwilligers. “De mensen werden vooraf gescreend. Sommigen vielen bijvoorbeeld af, omdat ze medicijnen gebruikten en het niet duidelijk was wat daarvan de effecten waren op het lichaam.”

Mensen met MS – en gezonde vrijwilligers! – zijn onmisbaar voor onderzoek, benadrukt Steenwijk. Wat hem opviel was dat MS-patiënten altijd zo positief zijn. “Ik kan me voorstellen dat mensen met MS min of meer gevangen zitten in hun eigen lichaam. Tegelijkertijd staan ze vaak zo krachtig in het leven! Daar heb ik grote bewondering voor.”

Expertise

Steenwijk werkte tijdens zijn onderzoek samen met andere promovendi en wetenschappers uit andere vakgebieden, zoals neurologen, radiologen, psychologen, apothekers en technici. “Ik heb natuurlijk zelf lang niet alle expertise in huis, die nodig is voor het onderzoek. Vandaar dat er samenwerking was met wetenschappers uit andere disciplines.”

Publicatie is uiteindelijk een belangrijk onderdeel van het traject. Steenwijk publiceerde zijn onderzoek in verschillende toonaangevende tijdschriften, waaronder het wetenschappelijk tijdschrift Brain. “Publicaties en tijdschriften zeggen iets over de kwaliteit van het onderzoek. Zo werkt de wetenschappelijke wereld. Goede publicaties in toonaangevende tijdschriften kunnen het makkelijker maken om geld voor nieuw onderzoek aan te vragen.”

Voor een artikel in een tijdschrift wordt gepubliceerd, wordt het beoordeeld door onafhankelijke reviewers. Dit zijn meestal experts uit het buitenland. Zij beoordelen of het onderzoek goed is uitgevoerd en of de conclusies gerechtvaardigd zijn. Maar soms heeft een publicist te maken met een reviewer met minder kennis van dit specifieke onderwerp. Dat is ook Steenwijk wel eens overkomen. “Zo’n reviewer begrijpt maar weinig van het onderzoek en beoordeelt het daarom wellicht minder positief. Aan de andere kant hadden we het onderzoek misschien beter moeten uitleggen, zodat ook deze reviewer het onderzoek snapt…”

Mede door de publicaties van Steenwijk zijn MS specialisten, onderzoekers en neurologen op de hoogte van de nieuwste bevindingen rondom MS. “En die kunnen patiënten daardoor weer beter helpen.”

Zuiver beeld

Wat betreft zijn interesse in beeldbewerking realiseert Steenwijk dat een zuiver beeld om MS te bekijken (nog) niet bestaat. “Maar de vraag is of dat erg is. Ik denk dat we met een zuiverheid van bijvoorbeeld 60% al heel blij mogen zijn. Ik denk niet eens dat het nauwkeuriger hoeft. Er moet vooral gewerkt worden aan betere modellen om MS te begrijpen. En bovendien: de ontwikkelingen gaan eigenlijk razend snel. Voordat de MRI-scanner in 1974 werd uitgevonden, wisten we nog nauwelijks iets over MS!”

Hoe ziet zijn wetenschappelijke toekomst eruit? Steenwijk wil verder onderzoek doen naar de rol van krimpende hersenschors bij MS. “Ik wil MS-patiënten voor een langere tijd volgen. Want de hersenkrimp is soms zo minimaal, dat de krimp op een MRI-scan nauwelijks te zien is of wellicht verklaarbaar is door ruis in het beeld. Volg je een persoon voor langere tijd, dan krijg je daar een helderder beeld van. Meetmomenten kunnen bijvoorbeeld dit jaar en over vier jaar zijn.”

Sponsoren

Momenteel zoekt hij naar sponsoren die dit onderzoek ook belangrijk vinden.

“Ik vind het interessant samen met andere onderzoekers uit het veld van hersenonderzoek te bekijken wat de rol van hersenkrimp bij MS is. “Wellicht komen dan alle puzzelstukjes bij elkaar. Ik wil de puzzel compleet hebben. Dat is mijn doel.”

Martijn Steenwijk studeerde elektrotechniek en biomedische technologie aan de TU Delft. Zijn afstudeeronderzoek deed hij in het Leids Universitair Medisch Centrum.

Hij promoveerde bij het VU medisch centrum op het onderwerp ‘Hersenkrimp bij MS’. Nu werkt hij bij de afdeling Anatomie en Neurowetenschappen van het VU medisch centrum. In 2012 kreeg hij de prijs ‘The art of neuroscience’. Steenwijk wilde op een kunstzinnige manier hersenonderzoek in beeld brengen en deed dat met een video waarin hersenactiviteit werd getoond. “Een ludieke actie van me. Voor mij was het belangrijk een groter publiek te betrekken bij hersenonderzoek.”

Info: www.vumc.nl/afdelingen/mscentrum  en www.martijnsteenwijk.nl

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *