Vaccin tegen MS is speculatie (49)

MS onderzoek in Nederland, #49: prof. dr. Rogier Hintzen

 ‘Dat er een vaccin komt tegen MS is speculatie’

“We zeggen al heel lang dat er verschillende oorzaken zijn voor MS. Ook dat virussen als Epstein Barr, EBV, een rol kunnen spelen. Maar dat er een EBV-vaccin op komst is tegen MS, dat is vooral speculatie die blijkbaar op het internet te lezen is”. Aldus professor dr. Rogier Hintzen, directeur van het MS-centrum van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. Hij wil ons graag bijpraten over een onderzoeksthema dat hem al ruim een kwart eeuw bezighoudt.

Door: Raymond Timmermans

Prof Hintzen

Prof. dr. Rogier Hintzen

Sinds de jaren ‘90 van de vorige eeuw duiken er bij herhaling publicaties op over de rol van het Epstein-Barr-virus (EBV) bij het ontstaan en verloop van MS. In juli 2018 gebeurde dat opnieuw, nu vanuit diverse Engelstalige media. Bovendien met de toevoeging dat er een EBV-vaccin aankomt waarmee MS zou zijn te voorkomen. Vooral dat laatste stoort Rogier Hintzen. “Speculeren is niet zo moeilijk hoor, bewijs leveren wel“, zegt hij geërgerd. “Mooi voor verhalen in de Story de Nieuwe Revu of de Telegraaf en soms zelfs de Volkskrant. Maar geen wetenschap”.

Professor dr. Rogier Q. Hintzen (1963), neuroloog en immunoloog, arts en wetenschapper. “Die Q staat voor Quintus, Latijn voor vijfde”, zegt hij desgevraagd. “Vonden mijn ouders leuk; ik was hun vijfde geborene”. Als professor verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Oprichter – in 2002 – en directeur van ErasMS, het MS-centrum daar. Hij geldt in Nederland als een van de meest gezaghebbende hooggeleerden in het MS-veld. Kwam ook al langs in deel 3 van deze onderzoekserie.

Hintzen is er al heel lang van overtuigd dat er diverse factoren zijn die kunnen leiden tot MS. Of die althans de oorzaak lijken te beïnvloeden, het risico erop verhogen en die, als je MS hebt, invloed hebben op het verdere verloop. “Ook virussen als EBV horen in dat rijtje”, zei hij al menigmaal, onder meer in het blad MenSen van MS Vereniging Nederland en op MSweb.

Hij en andere wetenschappers bij het ErasMS zoeken al vanaf eind vorige eeuw naar biologische factoren als EBV die een rol kunnen spelen bij MS. Maar voor beslissende conclusies, laat staan een vaccin, is het wat hem betreft nog veel te vroeg. “Voor we massaal gaan vaccineren moeten we eerst zeker weten of dat überhaupt zin heeft en wat de bijwerkingen kunnen zijn. Want voor hetzelfde geld zou je misschien zelfs wel MS kunnen krijgen van het vaccin”.

Trigger

Geduldig legt hij nog eens uit dat het Epstein-Barr-virus een zogeheten herpesvirus is dat tot diverse ziekten kan leiden, bijvoorbeeld de ziekte van Pfeiffer, reuma, diabetes, psoriasis. “Ook bij MS zou EBV een rol kunnen spelen. Al is het misschien niet direct maar indirect. Net zo goed als andere zaken trouwens, zoals gebrek aan vitamine D. EBV zou ook de trigger kunnen zijn voor MS, een mechanisme dat een proces in gang zet.

Zo bleek bij een groep onderzochte vrouwen die op een gegeven moment MS hebben gekregen, dat ze jaren daarvoor antistoffen tegen EBV hadden opgebouwd. Misschien dat de afweerreactie tegen EBV een echt oorzakelijke rol speelt, maar het kan ook zijn dat mensen met MS nou eenmaal heftiger reageren op dit virus. Het is in ieder geval niet zo dat een proefdier dat EBV ontvangt automatisch ook MS ontwikkelt”.

Wel is er volgens Hintzen ruimte voor een sine-qua-nontheorie (Latijn voor: voorwaarde zonder welke het gevolg niet zou zijn ingetreden). “Er zijn wel wat uitzonderingen maar het lijkt erop dat als je geen EBV hebt, je ook geen MS kunt krijgen. Al zegt dat natuurlijk in de praktijk weinig. Bijna iedereen heeft EBV onder de leden. Maar lang niet iedereen met EBV heeft of krijgt MS. Er is dus veel meer aan de hand”.

Bovendien plaatst hij nog vier kanttekeningen. Eerstens: bij onderzoek naar de hersenen van mensen met MS is tot nog toe geen spoor gevonden van EBV. “Al is het wel mogelijk dat EBV vanuit elders in het lichaam de ontvankelijkheid op MS beïnvloedt”.

De tweede kanttekening is dat medische wetenschappers EBV ook in verband brengen met vele andere ontstekingsziektes. “De rol van EBV bij sommige vormen van kanker is zelfs bewezen. Maar die rol is veel directer”.

Ten derde: “Het aantal mensen dat echt ziek wordt van EBV is wereldwijd betrekkelijk laag, veel lager dan bij influenza. Ook dat is een argument om bij EBV af te zien van een vaccin”.

En de vierde kanttekening is dat mogelijk álle virussen wel een rol spelen. “De prikkeling door elke vorm van infectie lijkt tot grotere kans op een MS-Schub te leiden”.

Samenspel van factoren

EBV is dus voor hem een van de véle mogelijke factoren voor het krijgen of het verloop van MS. Beklemtoont nog eens dat MS een ingewikkelde ontstekingsaandoening is van hersenen en ruggenmerg waarbij zenuwweefsel verloren gaat. Dat er zeker sprake is van een samenspel van genen met elkaar, en genen met omgevingsfactoren, die deels door levensstijl worden beïnvloed en deels door toeval.

“Denk aan zonlicht, roken, voeding en misschien wel luchtvervuiling. Mogelijk ook infecties. Daarbij is van belang wat het immuunsysteem doet. Bijvoorbeeld tegen het EBV-virus dat vrijwel bij iedereen in het lichaam huist in de B-cellen, de witte bloedcellen, die een belangrijke rol spelen in het immuunsysteem”. Hij twijfelt niet aan al die mogelijke verbanden met MS. “Maar de precieze samenhang, het samenspel, is nog lang niet opgehelderd”.

Genen

Ga er maar aanstaan. Uit een veelheid aan mogelijke factoren een keus maken als hoofdfactor bij MS. Hintzen was er al eerder van overtuigd dat het ontstaan van MS vooral te maken zou kunnen hebben met erfelijke aanleg. Daarom is in Rotterdam op basis van stamboomonderzoek de vraag onderzocht of in families waar MS meer voorkomt bepaalde genen soms meer te vinden zijn.

“Dat onderzoek heeft in elk geval internationaal een bijdrage geleverd aan identificatie van de risicogenen voor MS. Met een wereldwijd consortium is intussen al een lijst van 233 van zulke MS-risicogenen onderscheiden. Al moet ik erbij zeggen dat tweederde ook risicogenen zijn van andere ontstekingsaandoeningen zoals reuma, SLE, schildklierziek-ontstekingen en type 1 diabetes”.

Het consortium, waar hij het over heeft, is het in 2003 opgerichte International Multiple Sclerosis Genetics Consortium (IMSGC), een groep samenwerkende onderzoekers op het gebied van MS en aanverwante ziekten met mogelijk genetische oorzaken. Verspreid over universiteiten uit tien Europese landen, de Verenigde Staten en Australië. Vanuit Nederland is het Erasmus MC partner in dat IMSGC.

Het is een van de vele fronten waarop Rogier Hintzen parallel bezig is. Intussen nog steeds actief bovendien in de daadwerkelijke patiëntenzorg. Niet zomaar. “Echt baanbrekend, vernieuwend, kortom innovatief MS-onderzoek kan volgens mij alleen worden gedaan in centra waar specialisten niet alleen af en toe in het lab staan maar ook zelf patiënten behandelen. En dat is hier in Rotterdam bij de meesten het geval”.

Nieuw

Het universitaire ziekenhuis van Rotterdam is net ingrijpend vernieuwd; 6 september 2018 officieel geopend. In totaal veertien lagen. Veel zachte kleuren en wit. Blauw en groen op aanduidingsborden. Voor Hintzen: eerste ingang rechts, trap op, naar links, op de bordjes gebouw Nf volgen, derde verdieping. Daar is zijn voornaamste werkplek. Nou ja, plek. “In deze vernieuwde omgeving heeft eigenlijk niemand zijn eigen plek. Ga je overal zitten waar je wilt, je meldt je aan op de computer en hup. Niet eens meer een eigen boekenkast. Wel weer een mooi zaaltje erbij om met een grote groep een casus te bespreken”. Het nieuwe gebouw straalt niettemin een zakelijkheid uit die hij zo te horen een beetje betreurt.

ECTRIMS

Geboren en getogen Rotterdammer. Snelle prater, met veel bijzinnen. Van links naar rechts, hot naar her. Behalve neuroloog in de patiëntenzorg, is hij ook hoogleraar en geeft hij dus les. Bovendien al jarenlang actief als onderzoeker. Intussen onder meer lid van het uitvoerend comité van ECTRIMS, het Europees comité voor de behandeling van en onderzoek naar multiple sclerose, een van de belangrijkste wetenschapskoepels op het gebied van MS. Met een jaarlijks congres waaraan een kleine 10.000 behandelaars van over de hele wereld deelnemen. Dit jaar, oktober 2018, in Berlijn. Waar in drie dagen zo’n 3000 geschriften circuleerden en ruim 80 lezingen werden gehouden.

Dat Rogier Hintzen bij ECTRIMS in de executive board zit is intussen niet zo verwonderlijk. Bij de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN) voorzitter immers van de Commissie Wetenschappelijk Onderzoek Neurologie (CWON) en lid van Commissie Zorgevaluatie Neurologie (ZEN). Daarnaast lid van de Raad Wetenschap & Innovatie van de Federatie Medisch Specialisten, belangrijke spreekbuis voor 22.000 dokters in ziekenhuizen en instellingen.

Verder bestuurslid van de Europese school voor neuro-immunologie (Engels afgekort ESNI) en lid van de internationale organisatie voor MS bij kinderen. Plus nog actief in diverse besturen binnen de Erasmus Universiteit. “We hebben zelfs een apart B-cel-clubje”.

Gedreven man. Kunt hem niet anders voorstellen dan aan het werk.
Getrouwd? Jazeker; twee kinderen.

De les is om.

“Nog even tijd voor het dakterras?”
Eigenlijk niet. Voldoende bijgepraat.

Meer lezen?

Dit artikel is onderdeel van een serie die MSzien is begonnen in het voorjaar van 2007. Sindsdien zijn tientallen wetenschappers aan het woord geweest. MSweb archiveert alle artikelen van de serie in de rubriek ‘MS-onderzoek in Nederland’.

Naar de Inhoudsopgave MSzien 2018, nr. 4
MSzien nr. 4 – december 2018

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *