skip to Main Content

Nobelprijs voor MRI

Lauterbur en Mansfield gelauwerd

De Nobelprijs 2003 voor geneeskunde is toegekend aan de Amerikaanse natuurkundige Paul Lauterbur (1929) en de Britse scheikundige Peter Mansfield (1933). Ze kregen de prijs voor hun bijdrage aan de ontwikkeling van de MRI-scan. Met de MRI-scan zijn door middel van magnetische golven beelden te maken van hersenen en ruggenmerg. Door de Nobel-eer te geven aan Lauterbur en Mansfield vist de Amerikaanse wetenschapper Raymond Damadian achter het net.

Door: Trudy Mantel en Raymond Timmermans

31dmszien6onderzoekms11mri2Het Zweedse Karolinska Instituut dat de jaarlijkse Nobelprijzen toekent heeft het pleit beslecht: de eer voor de ontwikkeling van de MRI-scan komt Paul Lauterbur en Peter Mansfield toe en niet Raymond Damadian. Lauterbur en Mansfield hebben op 10 december 2003 het bij de prijs behorende bedrag gekregen van ruim 1,1 miljoen euro.

Dit ondanks grote advertenties in tal van Zweedse en Amerikaanse kranten, waarin Raymond Damadian meedeelt dat hij de ontdekker is van de MRI-techniek en dat Lauterbur en Mansfield die techniek alleen verder hebben ontwikkeld. Het Nobelprijsinstituut denkt er dus anders over, al zal het instituut volgens de regels pas over vijftig jaar bekend hoeven te maken hoe het tot dit oordeel is gekomen.

Trillingen

MRI staat voor Magnetic Resonance Imaging en gaat ervan uit dat je met een sterke magneet en radiogolven atomen in trilling kunt brengen en dat je die trillingen kunt waarnemen. Dit trillingsfenomeen, het MR-deel, is in de jaren veertig ontdekt door de Amerikaanse wetenschappers Felix Bloch en Edward Mills Purcell, die hiervoor in 1952 de Nobelprijs voor natuurkunde kregen.
De MR-techniek is oorspronkelijk gebruikt om scheikundige en natuurkundige processen te volgen. Pas sinds 1973 bleken er ook toepassingen mogelijk in de geneeskunde. En dat nu is vooral de verdienste van Lauterbur en Mansfield. Zij hebben het namelijk mogelijk gemaakt om in het menselijk lichaam de atoom-signalen te vertalen in beelden, het I-deel. Daarbij hebben ze gebruik gemaakt van het gegeven dat het menselijk lichaam voor een groot deel uit water bestaat.

Het lukte Lauterbur om tweedimensionale afbeeldingen te maken, dus in een plat vlak. Mansfield verfijnde deze techniek. Hij maakte het beeld beter bruikbaar door het met behulp van modellen en computers te analyseren: de MRI-scan.

Na 1980 ging het daar heel snel mee. Steeds vaker gingen ziekenhuizen de niet van risico ontblote kijkoperaties of röntgenfoto’s vervangen door pijnloze MRI-scan. Op dit moment staan er over de hele wereld verspreid ongeveer 22.000 MRI-scanners, die jaarlijks zo’n 60 miljoen scans maken. En dit inmiddels van alle organen. Zo zijn met een MRI-scanner bij voorbeeld de plaats en de aard van een tumor vast te stellen maar net zo goed de veroorzakers van gewrichtsklachten, van hernia’s tot zere knieschijven.

Multiple Sclerose

c0fmszien6onderzoekms11mri1Ook voor mensen met MS blijkt de MRI-scanner van belang, omdat met de MRI-techniek afwijkingen in hersenen en ruggenmerg nauwkeurig zijn waar te nemen. Waarmee de diagnose MS een stuk zekerder is geworden. Vroeger zei de dokter op grond van zijn onderzoek en een ruggenprik: “Waarschijnlijk MS”. Tegenwoordig is dat geworden: “Bijna zeker MS”. Bovendien zijn met MRI effecten van behandelingen zichtbaar te maken. Zo is bijvoorbeeld objectief vast te stellen of medicijnen echt werken.

Het grote voordeel van de MRI-scan is, dat het voor de patiënt veel minder belastend is dan sommige andere technieken. Het doet geen pijn, er hoeft niet geprikt of gesneden te worden en er komt geen straling aan te pas. Wel moet iemand lang stilliggen om een goed beeld te krijgen, vooral als het gaat om een scan van het ruggenmerg of van het hele lichaam. Dat langdurige verblijf in een kleine ruimte kan voor mensen die last hebben van engtevrees, claustrofobie, problemen opleveren, hoewel de apparaten tegenwoordig wel groter zijn dan de eerste modellen. In Nederland is deze toepassing van MRI bij mensen met multiple sclerose het verst gevorderd in het MS-Centrum van de Amsterdamse Vrije Universiteit.

Natuurkundige en chemicus

Overigens maakt deze Nobelprijs voor de Geneeskunde weer eens duidelijk dat letterlijk met man en macht wordt gewerkt aan de oplossing van problemen die MS veroorzaakt. Lauterbur en Mansfield zijn immers een natuurkundige en een chemicus die het met hun werk mogelijk hebben gemaakt het verloop van MS en andere ziekten te volgen. Lauterbur ontving eerder voor zijn vinding onder meer al de dr. A.H. Heineken-prijs voor Medicijnen van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW).

Of de Amerikaan Damadian ook nog eens de eer krijgt die hij claimt als het om MRI gaat? In grote advertenties, onder meer in de Washington Post, eist hij van wel. Hij beschuldigt het Nobelprijs-comité ervan te proberen de geschiedenis te herschrijven. Volgens hem heeft hij al in 1970 de ontdekking gedaan die leidde tot de ontwikkeling van de MRI-techniek en hebben Paul Lauterbur en Peter Mansfield die techniek alleen verder ontwikkeld en verbeterd.

Het zal de mensen met MS een zorg zijn…

MSzien 2003, nr. 6

Dit bericht heeft 0 reacties
Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top