skip to Main Content

Cannabis helpt bij MS

Onderzoekers in Groot Brittannië toonden een gunstige werking aan van cannabisextract bij het bestrijden van door MS veroorzaakte ziekteverschijnselen. De bijwerkingen die zij vonden waren al bekend. Nieuwe veiligheidsproblemen kwamen zij niet tegen.

Het is bekend dat MS chronisch gepaard kan gaan met spierstijfheid, spasmen, pijn en slapeloosheid. In het Verenigd Koninkrijk onderzochten wetenschappers met medewerking van 279 willekeurig gekozen MS-patiënten de mogelijk gunstige werking van cannabisextract bij het bestrijden van deze verschijnselen. Het extract bevatte als werkzame stof tetrahydrocannabinol (THC).

Ongeveer de helft van de mensen kreeg dit extract toegediend, terwijl de overige deelnemers een placebo kregen. Het onderzoek duurde twaalf weken. De eerste twee weken voerden de onderzoekers geleidelijk de verstrekte dosis op van 5 mg tot een maximum van 25 mg THC per dag, waarna deze dosis tien weken lang gehandhaafd bleef.

Na deze periode bleek er verbetering te zijn opgetreden in de spierstijfheid. Ook merkten de deelnemers verandering in pijn, spasmen en de kwaliteit van slaap. De drie typisch aan MS gerelateerde zaken die de onderzoekers maten betroffen spasticiteit, lichamelijke en mentale impact en het loopvermogen.

De verbetering van de spierstijfheid na het twaalf weken lang gebruiken van cannabisextract was bijna twee maal zo groot als bij de groep mensen die placebo’s kregen. Vergelijkbare resultaten vonden de onderzoekers ook na vier en na acht weken. Ditzelfde gold voor de overige onderzochte verschijnselen. De resultaten werden verkregen met gebruikelijke scoretabellen bij MS.

De onderzoekers menen hiermee de werking van cannabisextract aan te hebben getoond. Nieuwe veiligheidsproblemen kwamen zij niet tegen.

Bron: Zajicek JP, Hobart JC, Slade A, Barnes D, Mattison PG; on behalf of the MUSEC Research Group
Peninsula College of Medicine and Dentistry, University of Plymouth, Clinical Neurology Research Group,
Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry 2012 Nov;83(11):1125-1132.

Back To Top