Er is nog veel te ontdekken

Neurobioloog Dick Swaab (65) neemt geen afscheid

Het afscheid van Dick Swaab vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, lijkt wel een beetje op de mop ‘Ken je die van die Belg die op vakantie ging? Die ging niet!’. Neurobioloog en hoogleraar Swaab is allerminst van plan om een punt achter zijn professionele carrière te zetten. Er is nog te veel te doen. Inge Huitinga, nu directeur van de Hersenbank die Swaab ooit oprichte, moet er zelfs niet aan denken, dat hij ooit weg zal gaan. ‘Sommige mensen kun je niet missen.’ Er is voor beiden nog een wereld te ontdekken.

Door: Rietje Krijnen

Dick swaab en Inge HuitingSamen zitten ze peinzend aan de tafel in Dick Swaabs werkkamer. Inge Huitinga: ‘Wanneer ben je precies bij het onderzoek naar MS betrokken geraakt? Was dat eind jaren tachtig?’ Dick Swaab: “Dat moet rond 1986 zijn geweest. Ik werd uitgenodigd voor de Wetenschappelijke Raad van de stichting MS Research. In die tijd kwamen de eerste subsidies voor wetenschappelijke onderzoeksprojecten binnen. Het was opvallend dat er aanvankelijk veel en goed dierexperimenteel onderzoek werd gedaan. Maar het dierexperimenteel onderzoek werd niet getoetst aan humaan hersenmateriaal.

Toen heb ik voorgesteld om een MS-hersendonorprogramma te starten, om hersenen van MS-patiënten voor onderzoek beschikbaar gesteld te kunnen krijgen. Met dit humane hersenweefsel kon een brug worden geslagen tussen de dierexperimenten en het MS-onderzoek in de kliniek. Zo werd de MS-hersenbank opgezet. Dat was in 1989. Sindsdien heeft MS Research altijd een deel van de hersenbank gefinancierd en dat heeft geleid tot enorm veel onderzoeksmateriaal.”

Huitinga: “Dat heeft ook tot een grote toename van studies naar MS-hersenweefsel geleid in aanvulling op al het experimentele werk.”
“Het experimentele werk”, vult Swaab aan, “stond nog ver van het onderzoek met MS-hersenweefsel af en dat is nu wel erg veranderd. Op een bepaald moment zijn de onderzoekers de dierexperimenten gaan toetsen aan het beschikbare hersenweefsel dat wij hadden. Sindsdien is de ontwikkeling in onderzoek eigenlijk hard gegaan.”

Overeenkomsten en verschillen

Hersenen van mensen met MS worden meteen na uitname eerst gescand met een MRI-machine in het Vumc. Op basis van de MRI-beelden worden dan MS-ontstekingen uitgesneden. Het is belangrijk, zo schetst het tweetal, om de overeenkomsten en verschillen tussen de beelden, die via MRI-scans zijn verkregen en de beelden die vervolgens de microscoop oplevert, vast te stellen. Op die manier konden en kunnen scan-beelden voor MS-diagnostiek beter worden geïnterpreteerd. De prangende vraag, die toen al speelde, is nog steeds actueel: Hoe komt het dat sommige mensen ‘een beetje’ MS krijgen en weer herstellen, en anderen een snel verloop hebben met veel verlies van functies?

Inge Huitinga kreeg eind jaren tachtig haar onderzoek betaald uit MS-gelden. “Tijdens mijn promotie was er enorm veel aandacht voor stresshormonen en gedragskenmerken. Dick zat in mijn lezerscommissie en hij richtte zich al in het bijzonder op de hypofyse en de hypothalamus (twee onderdelen van de hersenen (red). Zodoende zijn wij weer samengekomen en is die onderzoekslijn naar het stresshormoon cortisol gestart.”

Samen ontdekten ze dat er een relatie bleek te bestaan tussen de stress-as (hypothalamus, hypofyse en bijnieras), die corticosteroïden produceerde én de mate waarin MS zich uitte. Als therapie werd dit al toegepast om in acute stadia van MS corticosteroïden (prednisolon) te geven. Dat onderdrukt dan dat proces. Swaab: “We ontdekten ook, dat mensen met een mild verloop van MS een veel sterkere activatie hadden van de stress-as, dan de mensen die een agressief verloop hadden. Blijkbaar lukte het niet om het ziekteproces onder controle te houden door die stresshormonen.

Inmiddels hebben we gezien dat MS-plaques (ontstekingen), die dichtbij de plaats zitten waar de stress-as wordt aangestuurd, de stress-as slechter laten functioneren. Dat leidt tot een ernstiger vorm van MS. Wat oorzaak en gevolg is, is moeilijk te bepalen, zover zijn we nog niet. We zijn nog niet bij de oorzaak van MS, maar mogelijk wel bij de oorzaak voor de heviger of minder hevige vorm van MS. Cortisol speelt daar een belangrijke rol in. We vermoeden ook dat er kleine genetische verschillen zijn. Mensen die veel cortisol aanmaken, hebben andere soort MS-ontstekingen. We zijn van plan om in de kliniek bij patiënten te bekijken of we kunnen voorspellen hoe het verloop zal zijn. Dat is weer een stapje verder.”

Hypothalamus

Er zijn nog veel meer verschillen tussen patiënten aan te geven: de plaats van de MS-ontstekingen bijvoorbeeld en de kenmerken van de MS-ontstekingen en het ziekteverloop, dat iemand heeft. Huitinga: “Het kan uiteindelijk betekenen, dat we waarschijnlijk verschillende soorten medicijnen moeten ontwikkelen voor verschillende soorten MS.”

Swaab voegt daaraan toe: “Ik zou nog wel wat meer willen weten over die plaques in de hypothalamus. De enige manier om dat te weten te komen is om ze gedurende het leven te scannen. Maar dat is niet zo simpel, omdat die hypothalamus zo klein is. Je hebt een heel sterke scan nodig. We gaan dit eerst uitproberen op het hersenweefsel uit de hersenbank en op termijn zou dat onderzoek ook op mensen met MS uitgevoerd kunnen worden. De eerste resultaten van een onderzoek in Harvard tonen dat we met een sterke scan MS-plaques in de hyopothalamus wel kunnen zien.”

Puzzel

mszien100906-swaab-gouden-puzzleHet is, zoals ze zelf aangeven, een eindeloze puzzel. Elke keer wordt weer iets gevonden. Hoe waardevol de hersenbank in dit geheel is gebleken, benadrukken Huitinga en Swaab steeds weer. De Amsterdamse hersenbank is om vele redenen erg uniek. Klein begonnen, kunnen onderzoekers nu beschikken over een groot aantal ‘MS-hersenen’. Dat aantal neemt nog altijd toe. “Het is indrukwekkend hoe betrokken mensen met MS zijn. Ze zijn zeer gemotiveerd om na hun dood het materiaal af te staan”, zegt Swaab. ‘We hebben hier eens een man gehad die graag een keer rond wilde kijken, want hij wilde de vijand zien. We hebben een microscoop op zijn rolstoel gezet en Inge heeft met hem naar ‘coupes’ gekeken. Die man werd gaandeweg steeds enthousiaster en zijn vrouw werd stiller. De man zag de oorzaak, waardoor zijn ziekte minder abstract werd voor hem.”

De mensen die zich aanmelden, weten ook wat de werkwijze is. Alle noodzakelijke formulieren kunnen lang van tevoren worden ondertekend. “Het betekent dat we snel aan de slag kunnen. Dat is van cruciaal belang voor ons. We krijgen ook het volledig medisch dossier, waardoor we het hele klinische verloop kennen. Dat is uniek in de wereld”, zeggen Swaab en Huitinga.

Nergens ter wereld is de MS-hersenbank zo goed gedocumenteerd. Het vergt veel tijd en werk, maar daardoor kunnen ook meer resultaten worden behaald. “Als je van iemand die overlijdt alleen weet dat die MS had en verder niets, dan wordt het moeilijk. Stel iemand heeft kort daarvoor nog een prednisolonkuur gehad, dat geeft een heel ander beeld in de hersenen dan iemand die dat niet heeft gehad. Of een persoon had MS, maar ook kanker. Tja, dat geeft vervuilde informatie.”

Proces

Er is nog veel te ontdekken en dat vindt Swaab vooral interessant. “Je moet geïnteresseerd zijn in het proces. En je moet begrijpen hoe het proces in elkaar zit. Het onderzoeken doen we niet alleen hier. Het materiaal dat we hebben, wordt gebruikt in vijfhonderd onderzoeksgroepen in 25 landen. We hebben echt een wereldwijd samenwerkingsverband. Iedereen ontdekt weer een stukje.”

Wat wel is gebeurd, is de beïnvloeding van diagnosetechnieken door de bevindingen die onderzoekers hebben gedaan. De ontdekking van de grijze stof MS-laesies bijvoorbeeld. Die waren onzichtbaar op scans bij levende personen, maar zijn wel via de microscoop te zien. Inmiddels zijn radiologen bezig met een scantechniek waardoor die grijze stofplaques wel te zien zijn. Hierdoor kan de diagnostiek verbeteren. “Ik heb stille hoop dat we tijdens mijn leven zodanig inzicht krijgen in MS, dat we een nieuwe weg kunnen inslaan”, zegt Huitinga.

Swaab: “Dat harde werken kan uiteindelijk de sleutel zijn tot de ontrafeling van MS. Het kan ook een toevalstreffer uit een heel andere hoek zijn, die de doorbraak geeft. Volgens mij zitten we nog ver vanaf van een werkelijke genezing van het proces. Tijdens mijn leven gebeurt dat niet meer, verwacht ik. Ik ga er maar vanuit dat alles wat we hier doen, is gericht op de volgende generatie mensen met MS.”

MSzien jaargang 9, september 2010 (3)

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *