Onderzoek naar loopvermoeidheid

‘Even twaalf minuten wandelen heb ik misschien toch wat onderschat’

Loopvermoeidheid is een verschijnsel bij MS dat nog weinig onderzocht is. Opmerkelijk, want het is juist één van de meest voorkomende beperkingen waar MS-patiënten mee te maken kunnen krijgen. Wetenschappelijk onderzoeker Martin Heine startte onlangs een onderzoek in het virtual reality looplab van het VUmc, en ik doe mee.

door: Marjolein van Woerkom

160401-mszien-cartoon-200“Zal ik de auto parkeren en zullen we het laatste stuk samen naar huis lopen?” opper ik tegen mijn vriend. We zijn de hele dag al op pad en ik heb ook nog gesport, maar toch heb ik ineens zin om samen te wandelen onder de laatste warme zonnestralen van die dag. Het is hooguit twintig minuten lopen van de parkeerplaats naar huis. “Red je dat met je been?”, vraagt hij. “Anders zet ik je thuis eerst af.” Nee, ik weet het zeker. Mijn hele lijf roept dat het wil wandelen en doet dat dus ook, fluitend.

Twee ochtenden later gaan we de auto weer halen. Net een lange nacht geslapen en ontbeten. De zon schijnt wederom. Heen was ook een kippeneindje, denk ik bij mezelf. Ik heb vandaag nog nauwelijks wat gedaan, dus terugwandelen naar de auto moet kunnen.

Maar nog niet de straat uit, heb ik al spijt van mijn beslissing. Mijn voet begint te klappen. Ik word stil en moet me focussen op de weg. Ik stel doelen per straat, per winkel, per huis. Totdat mijn vriend zegt: “Wacht jij hier maar. Ik haal de auto wel.” Ik wil nog tegen stribbelen: we zijn al halverwege! Maar ik voel me draaierig, zwaar en uitgeput. Doorlopen is niet wijs. Ik plof neer in de zon.

Uniek aspect van MS

Loopproblemen zijn één van de meest voorkomende beperkingen die mensen met MS ondervinden. Vooral voor mensen met de progressieve versie is het vaak een eerste symptoom van MS. Het wonderlijke is dat loopproblemen zich bij MS-patiënten enorm wisselend voordoen. Het ene moment struin je zomaar een dag lang door de Oostenrijkse bergen, het andere moment is de Albert Heijn om de hoek al te ver.

Daar komt bij dat wel of geen lichamelijke inspanningen eerder op de dag weinig invloed lijkt te hebben op de loopgesteldheid van dat moment. Dat maakt de ziekte ook zo uniek, stelt wetenschappelijk onderzoeker Martin Heine van het VUmc. “Bij mensen met halfzijdige spieruitval, bijvoorbeeld na een beroerte, is de uitval in de eerste minuut van de looptest hetzelfde als in de twaalfde minuut. Bij mensen met MS zijn er vaak klachten in de twaalfde minuut die er in de eerste nog niet waren. Dat intrigeert me.”

Heine kwam met het onderwerp in aanraking toen hij een wetenschappelijk artikel aan het beoordelen was over MS en loopvermoeidheid. MS-patiënten moeten inboeten op loopafstand was de conclusie. “Natuurlijk wisten we dat al, maar ik wil graag weten wat er gebeurt tijdens dat lopen, waardoor het ontstaat. Omdat de VU sinds enkele jaren een virtual reality looplab heeft, zag ik een goede mogelijkheid om de manier van lopen bij MS-patiënten in beeld te brengen, via een 3D gang-beeldanalyse.”

Heine denkt dat de sleutel zit in de afzet. “Lopen bestaat uit drie fases: de afzet, de zwaai en de stand. De afzet bepaalt het tempo. Dus wie niet krachtig genoeg afzet, loopt minder makkelijk. De kracht komt uit de kuitspier, dus als die moe wordt, zal de afzet ook minder krachtig zijn. De vraag is of die moeheid ontstaat door aansturing vanuit de hersenen, of door vermoeidheid van de spier zelf. We verwachten dat bij MS-patiënten vooral dat eerste het geval is.”

Computeranimatie

160401-mszien-loop-onderzoekNiet veel later sta ik op de loopband. Het is een van de eerste keren dat deze loopband voor MS-onderzoek wordt gebruikt. Degene die loopt, bepaalt het tempo. Inmiddels ben ik onder geplakt met 42 markeringsbolletjes ter grootte van een rode M&M. Infraroodscanners die om de loopband heen zijn opgesteld, kunnen aan de hand daarvan mijn bewegingen omzetten in een computeranimatie.

Hoe is mijn balans en controle tijdens het lopen? Zet ik mijn voeten verder uit elkaar voor balans? Gebruik ik mijn bovenlichaam om te corrigeren? Hoe zijn de hoeken en houdingen van mijn ledematen tijdens het lopen? Ondertussen meten acht EMG-kastjes, vier op elke kuit, mijn spieractiviteit en de timing van mijn afzet. Ik krijg een kap over mijn mond met een slangetje eraan om de hoeveelheid zuurstof die ik verbruik te meten.

Voor me zie ik een bos. Ik sta op een kiezelig wandelpaadje. Zodra het licht op groen springt begin ik te lopen. Bomen trekken aan me voorbij, maar die zie ik niet: ik moet me focussen op het beginpunt van de loopband, dat continu naar me toe rolt, om mijn evenwicht te bewaren. Hoe hard loop ik normaal op straat? vraag ik me ineens af. Ik voel dat ik af en toe uit balans raak en mijn voet vlug wat breder neerzet. Mijn bovenlichaam corrigeert de ogenschijnlijke minimale onbalans, zodat ik niet hoef te grijpen naar de horizontale steunstangen naast me.

Na twaalf minuten is de test voorbij. Nog steeds sta ik in het bos, lichtelijk bezweet en vermoeid van de concentratie. Mijn zuurstofkap wordt losgekoppeld. Ik haal diep adem. ‘Even twaalf minuten wandelen’ heb ik misschien toch wat onderschat.

Intensief

Heine heeft tien MS-patiënten bereid gevonden om mee te doen met het loopvermoeidheidsonderzoek. Een prestatie, want het onderzoek is erg (tijds)intensief. Na de looptest volgen nog twee testen op twee andere dagen in diezelfde week. De spiertest meet de kracht van de kuitspier en de aansturing voor en na inspanning, bij de laatste test wordt de algehele conditie in kaart gebracht via een fietstest.

Hierop volgt er acht weken lang drie keer per week krachttraining voor de spieren die zijn betrokken bij het lopen. Daarna moeten de deelnemers weer de drie testen doen, en vervolgens nog acht weken looptraining op een loopband. Het onderzoek wordt afgesloten met weer de drie testen.

“Het is een klein clubje deelnemers, dus daardoor kunnen we er geen grote conclusies aan verbinden, maar het kan wel de opmaat zijn naar een groter onderzoek”, zegt de onderzoeker.

“We verwachten in ieder geval positieve resultaten bij de deelnemers. Zij zouden door de trainingen beter moeten gaan lopen, meer spierkracht in de benen en een beter uithoudingsvermogen krijgen. Daarnaast hopen we aanknopingspunten te vinden voor vermoeidheid bij het lopen en erachter te komen welke aspecten van deze vermoeidheid specifiek zijn voor MS en welke niet. Gezonde mensen worden ook moe tijdens het lopen.” Om die reden worden de testen later dit jaar ook nog uitgevoerd bij gezonde controles.

Ik wacht het af. Ik neem me in ieder geval voor mijn verwachtingen van de andere twee testen bij te stellen. Even een kwartiertje fietsen in een lab kan ook zomaar flink tegenvallen.
Martin Heine (31) is de afgelopen vijf jaar ook betrokken geweest bij het TREFAMS-onderzoek van het VUmc. Zijn deelonderzoek, het TREFAMS-A onderzoek, heeft plaatsgevonden vanuit het Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde van de Hoogstraat Revalidatie / UMC Utrecht. Op 30 juni promoveert hij hierop aan de Universiteit Utrecht.

Eerder verschenen in MSzien jaargang 15, april 2016

Dit bericht heeft 1 reactie
  1. Heb dit artikel met belangstelling gelezen.
    Ik heb RR MS (vanaf 27e…ben nu 52) na laatste zware schub (in rug) 10 jaar geleden, blijvendew klachten in benen. Pijn (zenuw?spier?) en dezelfde loopklachten als hier beschreven.

    Ik zie dat het artikel uit 2016 is en ben erg benieuwd naar de conclusies en evt follow up.
    Kunnen jullie mij meer vertellen of moet ik bij de VU informeren?

    Hoor graag,
    Met vriendelijke groet,
    Lara van Aalst

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *