skip to Main Content

Hans Hes: voor de volle 100 procent

Hans Hes: Voor De Volle 100 Procent

Mensen met een dubbele handicap

Hans Hes leeft al een jaar of tien met MS. In de beginjaren ging hij vrij snel achteruit. Gebruikte een aantal jaren hulpmiddelen, zoals een rolstoel en een scootmobiel. Maar de laatste tijd gaat het weer heuvel-op met Hans. “Ik ga proberen of ik weer uit die rolstoel kom”, zei Hans tegen zijn vrouw. Dat het zo goed met hem gaat, schrijft hij voor een groot deel toe aan zijn nieuwe hobby: de golfsport.

Door: Nora Holtrust

90dportrettenhanshesfront

Hans Hes kwam in Bussum ter wereld en groeide daar samen met zijn zusje op. Dat is inmiddels zo’n 52 jaar geleden. Het leven van Hans verliep jarenlang zonder echt schokkende zaken. Hans heeft een positieve inslag. Niet super sportief misschien, maar ook nooit ziek. Zijn carrière verloopt voorspoedig. Als commercieel medewerker heeft hij het reuze naar zijn zin bij het Utrechts Nieuwsblad. Op een gegeven moment start Hans een gezin en een verhuizing naar Houten volgt. Daar woont Hans, met vrouw en dochter, nog steeds. Tot zover niets aan de hand.

Tot zo’n jaar of tien geleden, toen Hans vreemde klachten begon te krijgen. “Het begon met vermoeidheid. Ik kon zo ongelooflijk moe zijn en dan leken mijn benen net van rubber. En trillende handen had ik soms, met een soort spasmen zeg maar. Op een gegeven moment dacht ik dat ik een flinke griep te pakken had. En geloof me of niet, maar ik wist daarvoor gewoon niet wat ziek zijn was”.

Geen tumor

“Ik ging met mijn klachten naar de huisarts en die verwees me naar een neuroloog. De neuroloog stelde een ruggenprik voor maar daar voelde ik niets voor. Een tijdje later hield mijn rechteroog er mee op en ik belandde opnieuw bij een neuroloog. Deze arts vond absoluut dat ik aan een ruggenprik en een MRI moest geloven.

Toen ik een paar weken later voor de uitslag ging, hingen de afbeeldingen van de MRI aan de muur. Ik zag daar allemaal rare plekken op. De neuroloog vroeg: waar denk je aan? Geschrokken zei ik: aan een tumor. Nou, dat was het dan niet, vertelde de neuroloog, maar ik had toch wel een ernstige ziekte, want ik had MS. Het drong eigenlijk allemaal niet zo erg tot me door. Ik was opgelucht dat ik geen tumor had en ik ging diezelfde dag gewoon weer aan het werk.

’s Avonds schrok mijn partner eigenlijk meer dan ik zelf en wilde allerlei dingen afzeggen. Maar dat wilde ik beslist niet en ik zei tegen haar: ik heb MS en dat gaat nooit meer over, maar het leven gaat wel gewoon door! Enfin, dat was natuurlijk de eerste reactie. De week erop zat ik wel met mijn partner samen bij de neuroloog om onze vragen af te vuren. En in die begintijd ging het ook helemaal niet zo goed met me. Op een gegeven moment had ik een rolstoel en een scootmobiel hard nodig. Ik kwam ook met allerlei hulpverleners in aanraking. Fysiotherapeuten, haptonomen noem maar op. Ik ben helemaal niet zo dol op al die hulpverleners maar in een aantal opzichten heeft me dat toch wel geholpen moet ik zeggen.

In de eerste plaats kreeg ik het advies om een aantal zaken tijdig te regelen, voordat het slechter met me zou gaan. Dat advies heb ik ter harte genomen en ik ben gaan uitkijken naar een aangepaste woning. We wonen nu in een huis met alle denkbare aanpassingen. En in de tweede plaats kwam ik in Revalidatiecentrum De Hoogstraat in Utrecht in aanraking met de golfsport”.

Golfsport

“Voordat ik MS kreeg, deed ik eigenlijk niets aan sport. Ja, aan voetbal, maar dan wel vanaf de tribune. Vanuit De Hoogstraat maakten we met een man of tien kennis met de golfsport. Mensen met allerlei handicaps. Voor golf heb je eigenlijk helemaal geen kracht nodig. De kracht moet vanuit een goede swing komen. Daar gaat dan natuurlijk wel eerst de nodige oefening aan vooraf.

Nou ja, ik viel vanaf de eerste keer voor dat spelletje. En ik ben nu eenmaal zo iemand, dat als ik iets doe, dan doe ik het ook voor de volle honderd procent. Dus in het begin kon je mij bijna elke middag op de baan vinden”.
Door veel te oefenen heeft Hans als eerste rolstoeler in Nederland zijn golfvaardigheidsbewijs, zijn GVB, gehaald. Zo’n GVB heb je nodig om ook op andere banen te mogen spelen. In de afgelopen jaren is Hans een echte serieuze golfer geworden. Want als je vraagt wat zijn handicap is, zegt hij niet “MS”, maar “handicap 36”. Al met al wel een dubbele handicap natuurlijk!

Het begon voor Hans allemaal op golfterrein Mereveld in Utrecht. Dat was eigenlijk het gevolg van Revalidatiecentrum De Hoogstraat dat hem met deze sport in aanraking bracht. Maar Mereveld ging verbouwen en Hans moest een andere golfclub zoeken en dat was in eerste instantie nog niet zo makkelijk.

Op meer dan één baan bleek hij, vanwege zijn scootmobiel, niet welkom te zijn. Hans begon het al bijna op te geven toen golfculb De Batouwe in Zoelen hem letterlijk in de armen sloot. “De mensen van De Batouwe verdienen echt een dikke pluim. Die hebben me enorm geholpen” aldus Hans.

Gelukkig zijn er steeds meer golfclubs die sporters met een handicap welkom heten. Deze veranderde houding is mede te danken aan de inspanningen van de in 1997 opgerichte Nederlandse Golffederatie voor Gehandicapten (NGG, Postbus 84136, 2508 AC Den Haag of www.golfnet.nl/ngg)

Gigantische werkgever

“Ik ben een optimistische man. Ik ben al een aantal jaren onder behandeling in het MS centrum in Nijmegen. Ik heb daar aan een Interferon-trial meegedaan en ik voelde me steeds beter worden. Toch bleek na twee jaar dat ik het placebo, een schijnmiddel, kreeg. Maar inmiddels krijg ik wel Interferon, en ook dat werkt voor mij gewoon reuze goed.

Ik heb ook erg geboft met mijn werkgever. Toen ik nog maar net de diagnose MS had, had ik zoiets van: nou, die MS krijgt mij er niet onder; ik ga gewoon door. Maar ja, op een gegeven moment is dat toch niet realistisch meer en toen ben ik halve dagen gaan werken. Dat was geen probleem voor mijn werkgever.

Later had ik beslist een rolstoel nodig en toen bleek het gebouw waar ik werkte absoluut niet toegankelijk te zijn. Mijn werkgever heeft de ingang helemaal laten aanpassen. Vervolgens kon ik mijn eigen kamer niet in. Is ook aangepast. Kortom, het hele pand is in feite aangepast voor mij.

Maar inmiddels voel ik mij veel beter dan een tijd terug. Een paar jaar geleden zei ik tegen mijn vrouw: ik ga proberen of ik weer uit die rolstoel kan. En sinds een half jaar is me dat tot op zekere hoogte ook gelukt. Ik loop bij wijze van spreken als een speer, zonder rolstoel. Nou ja, voor grotere afstanden heb ik toch wel een scootmobiel nodig. Dat ik me weer zo goed voel, dat schrijf ik voor een heel groot deel toe aan het golfspelen. Het bezig zijn met zo’n sport, de ontspanning, de buitenlucht, het doet me gewoon ontzettend goed.”

Eerder verschenen in: MenSen 2001, nummer 4

Back To Top