skip to Main Content

Een bioloog op het spoor van MS (4)

Een Bioloog Op Het Spoor Van MS (4)

Twaalf jaar MS-onderzoek in Nederland (4)

Ons land kent sinds maart 1995 een speciale MS-neuroloog: prof. dr. Chris Polman. Zijn aanstelling was een bijzonder ijkpunt in de Nederlandse deelname aan de wetenschappelijke wedloop tegen MS. In een serie van zes artikelen wil MSzien antwoord geven op de vraag wat sindsdien is bereikt. De eerste in deze serie was Polman zelf. Na hem kwamen prof. dr. Frederik Barkhof en dr. Rogier Hintzen aan het woord. De vierde is prof. dr. Jon Laman.

Door: Raymond Timmermans

595mszien0306laman3

prof.dr. Laman

Medisch bioloog en immunoloog, maar geen arts. En toch bijzonder hoogleraar Immuunregulatie met MS als bijzonder aandachtsgebied: prof. dr. Jon Laman (1964). In MSzien geïntroduceerd in nummer 3 van vorig jaar. De aanleiding was toen de openbare lezing waarmee hij op 12 mei 2006 aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam zijn ambt aanvaardde. In vele opzichten een buitenbeentje. Amsterdammer in Rotterdam. Niet-arts op het spoor van MS.

In zijn lezing betoogde hij: “Het mag zo zijn dat immunologen lang geleden een overrompelend succes hebben behaald in de strijd tegen tal van infectieziekten, zoals polio en pokken, op het gebied van chronische ontstekingen en auto-immuunziekten valt nog veel te winnen. (…) Ondanks meer dan een halve eeuw intensief onderzoek moeten we het antwoord op de vraag hoe MS ontstaat namelijk nog steeds schuldig blijven”.

Een behoefte waarin Jon Laman graag voor een deel wil voorzien. In Rotterdam is hij hoofd van de eenheid Immuunregulatie binnen de afdeling Immunologie. Aan die afdeling al verbonden sedert oktober 1997. In het bijzonder zoekend naar de oorzaken, gevolgen en bestrijdingsmogelijkheden van tekortkomingen in het immuunsysteem die leiden tot een chronische ontsteking zoals bij de auto-immuunziekte MS. Waarbij hij nauw samenwerkt met dr. Rogier Hintzen, de vorige in deze artikelenserie.

Kritische benadering

Hintzen is directeur van het MS-centrum in Rotterdam, het ErasMS. Een man voor wie Laman veel waardering heeft. “Dit MS-centrum heeft in de afgelopen jaren in belangrijke mate vorm gekregen door de niet-aflatende inspanningen van Rogier Hintzen. Ik heb groot respect voor de wijze waarop hij de zorg voor mensen met MS en het onderzoek productief combineert, nationale en internationale contacten onderhoudt, en bovendien zich met succes in het publieke debat mengt. Zijn kritische benadering van commerciële klinieken die twijfelachtige, dure, en soms zelfs levensgevaarlijke behandelingen aanbieden heeft bijgedragen aan nieuwe wetgeving, en is zelfs doorgedrongen tot de nieuwspagina’s van het Amerikaanse wetenschappelijke toptijdschrift Science”.

Maar ook Laman zelf is duidelijk geen kleine jongen in dit vakgebied. Een zeer gevraagd en gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. Sinds die 12e mei vorig jaar gaf hij lezingen op twaalf symposia en studiebijeenkomsten. Van Schiermonnikoog, Garderen tot Zeist; maar ook in Aken, York, Montreal, Boston, Cleveland en Santorini in Griekenland.

Karakteristiek voor Lamans aanpak is dat hij met zijn dertig medewerkers vier ontstekingsziekten naast elkaar bestudeert. “Omdat er belangrijke parallellen maar ook verschillen zijn in de rol van het afweersysteem in ontstaan en voortwoekeren van deze aandoeningen. Je kunt leren van de ervaringen met de verschillende ziekten”. Naast MS gaat het om: het Guillain-Barré-syndroom (GBS), een verlammende ontsteking van de zenuwen volgend op een infectie; psoriasis, een chronische huidontsteking; en reumatoïde artritis, een ontsteking van met name de gewrichten. “De afdelingen Neurologie, Dermatologie en Reumatologie van de Erasmus Universiteit hebben een deel van hun laboratoriumonderzoekers in onze werkgroepen gestationeerd om optimaal gebruik te maken van de beschikbare immunologische kennis en alle technische hulpmiddelen”.

Erkenning

3aemszien0306laman1

professor Laman

Helpt het daarbij nu ‘professor’ te zijn? Maakt dat verschil?
“Ik zie mijn benoeming vooral als een blijk van erkenning voor wat het immunologisch onderzoeksteam in zijn geheel presteert. Het helpt ons vooruit in termen van nationale en internationale zichtbaarheid doordat deuren makkelijker open gaan. Meer dan voorheen vragen ze mij bij de beoordeling van academische proefschriften, projectaanvragen en van onderzoeksartikelen in wetenschappelijke tijdschriften”.

Net als Hintzen is Laman immunoloog, maar anders dan hij niet tegelijk ook arts. “Nee-nee: ik behandel dus geen mensen met MS. Wel werken wij in ons laboratorium met materiaal van mensen met MS, zoals bloedcellen, hersenvocht en hersenweefsel. Echte mensen met MS kom ik natuurlijk ook tegen maar dan eigenlijk alleen op publiekslezingen, evenementen van de Stichting MS Research en op een open dag van onze afdeling. Bovendien heb ik vier mensen met MS in mijn kennissenkring”. Waaraan hij desgevraagd toevoegt: “Drie van hen maken het al jarenlang gelukkig redelijk tot zeer goed. Eén van hen gaat helaas vrij snel achteruit”.

En hebben zij en wij iets gehad aan zijn professoraat, is dan de hamvraag.
Laman doceert: “Ik meet de voortgang in stappen die soms op zichzelf bescheiden zijn, maar samen veel opleveren. Allereerst mogelijk ons onderzoek naar bijdragen van infecties en het bacteriële celwandproduct peptidoglycaan aan de ontstekingsactiviteit in MS… mijns inziens potentieel van groot belang. Als tweede het onderzoek naar hoe resten van myeline terecht kunnen komen in de lymfeklieren van de nek-hals-regio, en hoe ze daar witte bloedcellen activeren. En ten derde het opleiden van en mogelijkheden bieden aan onze jonge onderzoekers”.

Een serie promoties staat op stapel, meldt Laman. Bovendien verwierf dr. Leonie Boven van het ErasMS een studiebeurs van vier jaar, een Fellowship, van de Stichting MS Research. Ze is mede op grond daarvan door Laman voorgedragen voor de jaarlijkse Onderzoeksprijs van de Erasmus Universiteit, die ze vorig jaar won.

Nieuw type T-helpercellen

En hoe zit het intussen met de door hem in zijn universitaire rede vorig jaar gesignaleerde trage pijplijn van nieuwe geneesmiddelen?
“Er lijkt sprake van een tussensprint”. Hij geeft twee voorbeelden. “Zo’n twintig jaar lang gebruikten immunologen de theorie van twee soorten witte bloedcellen, de zogenoemde T-helpers 1 en T-helpers 2, oftewel Th1 en Th2. De Th1-cellen zouden wel eens verantwoordelijk kunnen zijn voor MS, daar waren veel aanwijzingen voor. Maar er waren ook tegengestelde bevindingen die we niet goed begrepen. Nu is er de laatste twee jaar een nieuwe soort T-helpercellen gevonden die veel van de signaalstof interleukine-17 maken. Daarom worden ze Th-IL-17 genoemd. Deze signaalstof lijkt van groot belang te zijn voor het ontstekingsproces in de hersenen en ruggenmerg.
Met die vondst denken we nu een veel beter inzicht te hebben in het ziekteproces van MS”. Er zijn zelfs al farmaceuten bezig met geneesmiddelen op basis hiervan, zegt hij met hoorbare geestdrift. “Ik zal de laatste zijn om wonderen te voorspellen, maar belofte heeft deze aanpak wel”.

Daarnaast verwacht Laman, net als Hintzen, op korte termijn veel van het onderzoek naar de genetische routes die tot MS kunnen leiden. “Zeer recent zijn er drie belangrijke studies verschenen naar de erfelijke component van MS. Onafhankelijk van elkaar laten die alledrie zien dat veranderingen in de ontvanger van een andere biologische signaalstof, namelijk interleukine-7, gekoppeld zijn aan MS. Deze signaalstof is een groeifactor voor witte bloedcellen. Dat vind ik een opwindende ontdekking”.

Maar lang niet alles in de afgelopen periode krijgt van hem plusjes. “Want mijn grootste teleurstelling blijft dat we ondanks zeer grote internationale inspanningen nog te weinig begrijpen waardoor harde plekken in het zenuwstelsel ontstaan, de MS-laesies. En net zoveel vragen blijven er over de precieze rol van het afweersysteem daarbij. Ook snappen we nog maar zeer ten dele hoe een laesie na verloop van tijd uitgeblust raakt en zich dus niet onbelemmerd uitbreidt. Dat beperkt onze mogelijkheden om nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen”.

Hij valt even stil, denkt na en trekt zichzelf dan weer opnieuw naar de pluskant, met zijn bekende enthousiasme en positivisme. “Maar intussen is natuurlijk wel veel hoop te putten uit de sterk verbeterde behandeling van reuma die mede door immunologen is ontwikkeld: de remming van de signaalstof TNF”. Een stof die een belangrijke rol blijkt te spelen in de ontsteking van gewrichten. “Nieuwe geneesmiddelen vangen deze signaalstof weg, en daarbij hebben nu al veel mensen met reuma baat”.

Investeren overheid

Net als professor Chris Polman – zie deel 1 in deze serie – hoopt Laman dat de Nederlandse overheid bereid zal zijn meer te gaan investeren in onderzoek. “Ik zeg met nadruk investeren omdat het een groot en kostbaar misverstand is onderzoek en onderwijs alleen als kostenpost te beschouwen. Persoonlijk ervaar ik het als akelig en kortzichtig dat we vele miljarden steken in op zijn minst dubieuze projecten als de Betuwelijn, terwijl een fractie van dat bedrag een aanzienlijke verbetering van het onderzoeksklimaat zou bewerkstelligen. Als het ons ernst is met de ambitie Nederland-kennisland, then put your money where your mouth is”.

Ook is hij het met Polman eens dat op dit moment “de regelgeving in Nederland een ernstig obstakel is voor het snel en efficiënt uitvoeren van onderzoek, zowel bij de mens als in proefdiermodellen”. Laman beklemtoont dat “proefdiermodellen voor ernstige ziektes zoals MS een noodzakelijk kwaad zijn om snel voortgang te boeken”. En hij verzucht: “De dure, tijdrovende procedures en omvangrijke wettelijke papierwinkel rond dierproeven zijn in Nederland extreem, en gaan nog boven Europese eisen uit. Het blijft vreemd dat elke Nederlander zonder enige belemmering gif en dodelijke klemmen tegen ongedierte mag gebruiken, en huisdieren mag laten helpen, terwijl onderzoekers omslachtig toestemming moeten vragen voor enkel het afnemen van een bloedmonster, laat staan het uitvoeren van een belangrijke proef met kankercellen, of een op MS lijkende ziekte”.

Dan toch maar meer gaan lesgeven dan onderzoeken, is dat leuker?
“Tja… Wat is leuker, lopen of fietsen? Of is het misschien allebei even leuk? In een universitaire omgeving met veel jonge mensen in opleiding is het lesgeven en onderzoeken trouwens amper van elkaar te onderscheiden. Waar ik in elk geval extra veel plezier in heb is het begrijpelijk maken van het immuunsysteem. Als dat lukt, is dat heel bevredigend. Aardig voorbeeld is misschien dat we afgelopen jaar zo’n 25 kinderen van tien tot twaalf jaar uit Rotterdamse achterstandswijken hier een zondag lang enthousiast bezig hebben gehouden met afweerproefjes. We hopen natuurlijk straks een of meer van die kinderen terug te zien als analist, geneeskunde-student, neuroloog en onderzoeker”.

Ook zelf blijft hij leergierig. Daarom wil hij in deze serie nu wel eens het oordeel van prof.dr. Erik Boddeke, verbonden aan de afdeling Medische Fysiologie van de Rijksuniversiteit Groningen, en onder meer lid van de wetenschappelijke raad van de Stichting MS Research. “Want hij kan putten uit zowel academische als industriële ervaring”.

Dus nu op naar Boddeke …

Foto’s: Levien Willemse/Erasmus Universiteit Rotterdam

MSzien, jaargang 2007, nummer 4 (September)

Dit bericht heeft 0 reacties
Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top