Dood spoor wijst weg naar MS (42)

MS-onderzoek in Nederland (42): prof. dr. Paul van der Valk

Nederland kent hooggekwalificeerd MS-onderzoek. Gestimuleerd door de eerste MS-professor, prof. dr. Chris Polman. Met hem begon MSzien tien jaar geleden deze artikelenserie. Sindsdien kwamen hier tientallen medische deskundigen voorbij. Globaal te verdelen in onderzoekers naar de diepste oorzaken van de ziekte en dus naar mogelijkheden die te voorkómen, en wetenschappers op zoek naar reparatie. Nu de vijftiende prof in deze serie, voor het eerst een patholoog: prof. dr. Paul van der Valk.

Door: Raymond Timmermans

Paul van de Valk, Patholoog

Professor Van der Valk bij zijn meerkopsmicroscoop

Als het erom gaat aan te tonen dat de ziekte MS ontstaat in het centrale zenuwstelsel – de hersenen en het ruggenmerg – en zich van daaruit elders openbaart, staat professor dr. Paul van der Valk in de eerste rij.

“De theorie is dat MS begint met beschadiging van zenuwcellen en dat de beschadiging van het isolerende zenuwomhulsel, de myeline, daarop volgt, dus niet andersom. En aangezien ik in mijn microscoop plekjes vind met tekenen van schade, maar nog geen myelineverval, zou het wel eens kunnen zijn dat we dicht bij het bewijs van die theorie komen”.

Niet bepaald onderzoek óp dood spoor, maar letterlijk dus náár dood spoor. Onderzoek naar de resten in dood hersenweefsel die veelbetekenend kunnen zijn voor het begrijpen van de ziekte MS. “Ik hoop het althans van harte. Tegelijk lijkt het me niet verstandig te roepen dat we daarmee al over vijf jaar het probleem MS hebben opgelost”.

Prof. dr. Paul van der Valk (*1956) is patholoog. Plaatsvervangend hoofd afdeling Pathologie van het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam, het VUmc.

Pathologie is een samenstelling van het Griekse pathos – dat onder meer ziekte, aandoeningen, pijn betekent – en logos – dat staat voor leer. “De wetenschap die gaat over het vaststellen en begrijpen – of zo je wilt begrijpen en vaststellen – van ziekten. Meestal door het verrichten van onderzoek aan weefsels en cellen”.

MS-patholoog

Na een studie van elf jaar – eerst opgeleid tot volwaardig arts, waarna hij tot doctor in de geneeskunde promoveerde in Leiden – mocht hij zich patholoog noemen. Vervolgens specialiseerde hij zich in de neuropathologie, gericht op ziektes en beschadigingen binnen het centrale zenuwstelsel. De laatste jaren wordt hij vaak ook geduid als MS- patholoog. “Daar is er in de wereld maar een handvol van; Melbourne, Göttingen, Wenen had er een”. Sinds 1987 verbonden aan het VUmc. Daar in 1995 benoemd tot professor in de pathologie – ”Tegenwoordig heet dat klinische pathologie” – als opvolger van prof. dr. Frans Stam.

Geboren Hagenaar. Zoon van een diplomaat; ambassadeur in Joegoslavië en Zuid-Afrika. “Mijn moeder was een wijze vrouw die voor haar kinderen leefde”. Slanke man, priemende blauwe ogen, smalle vaak glimlachende lippen. Weinig nog over van zijn ooit blonde, krullende haardos.

Spreekt vol passie over zijn vak. “De kennismaking met de pathologie in mijn derde jaar aan de universiteit heeft mijn lot bezegeld. Het is een prachtig vak, waarmee je inzicht kunt krijgen in hoe ziekten ontstaan en zich ontwikkelen. De microscopische wereld is van een grote schoonheid, het appelleert aan mijn puzzelinstinct. En je moet met veel mensen samenwerken”.

200 medewerkers

Net als in andere medische centra zoeken ook bij het VUmc de pathologische medewerkers meestentijds naar stoffen die niet thuishoren in menselijk weefsel, zoals kankercellen. Om daarmee bij te dragen aan een precieze diagnose van de situatie van de patiënt. “Het is dan ook een misverstand te denken dat wij vooral bezig zijn met het onderzoeken van stoffelijke overschotten. Het is hier niet Crime Scene Investigaton”, al zegt hij er meteen bij van die tv-serie wel een liefhebber te zijn.

De afdeling Pathologie van het VUmc telt zo’n 200 medewerkers. Samen goed voor 27.000 weefselonderzoeken per jaar, zoals beenmergonderzoek voor bloedziekten, en ongeveer 15.000 celonderzoekingen, waaronder de bekende uitstrijkjes.

Doorgaans stille, nauwelijks op de voorgrond tredende krachten. “Maar naar mijn mening van onschatbare waarde; bedenk maar dat er zonder een goede diagnose geen goede behandeling kan plaatsvinden. Dus is de patholoog in wezen in veel gevallen een centrale figuur in de zorg voor patiënten”.

Aparte MS-groep

Hij heeft bij het VUmc in 1995 een aparte specialistische groep opgezet voor pathologie op het gebied van MS. Op dit moment telt die groep vijf, zes mensen. “Maar dat kan vrij snel naar twaalf, vijftien uitdijen”. Is er trots op dat zijn groep ertoe heeft bijgedragen om, zoals hij dat noemt, “de dynamiek van de ziekte MS beter in kaart te brengen”.

Hij geeft daarvan twee voorbeelden. “We hebben heel vroege plekken geïdentificeerd die door MS zijn aangedaan. En we zijn mogelijk processen op het spoor die de hersenen zelf hebben om de ziekte te onderdrukken. Als we daar nog meer over leren, zouden we de hersenen misschien kunnen helpen om het ziekteproces bij MS helemaal te onderdrukken”.

Kreeg als groepshoofd te maken met neurowetenschapper prof. dr. Jeroen Geurts, even verderop in het universiteitsgebouw. Geurts, die ook zelf pathologie op zijn studielijst heeft staan, werkte enkele jaren geleden als eerste de gedachte uit dat MS mogelijk niet van buiten naar binnen richting hersenen gaat maar van binnen naar buiten. In 2012 uitvoerig uitgelegd in deze artikelenserie.

Prof. Geurts in Parool

Prof. Geurts in het Parool

Een thema waarvoor hij onlangs weer 3 ton onderzoeksgeld heeft gekregen en dat hij bij die gelegenheid nog eens uitlegde in de krant, onder meer in het Parool van 25 januari 2017.

In zijn eigen column in het NRC zei hij op 11 februari 2017: “Wij denken dat er bij MS eerst iets misgaat binnen het centrale zenuwstelsel en dat het immuunsysteem pas daarna op de hersenschade reageert. Dat druist in tegen het heersende dogma dat MS ontstaat omdat een ontregeld immuunsysteem vanuit het niets het eigen brein aanvalt. Dat zijn diametraal tegenovergestelde uitgangspunten, dus we moeten goed ons best doen om bewijs te vinden voor onze stelling”.

Samen met andere wetenschappers, onder wie Paul van der Valk, zoekt Geurts naar dat bewijs. Van der Valk: “Die samenwerking is haast uniek in de wereld en staat daarom alom heel hoog aangeschreven”. Hij schreef mee aan zo’n 350 officiële onderzoekpublicaties, ongeveer 70 over multiple sclerose. Daarvan bijna de helft in samenwerking met Jeroen Geurts, zoals in 2010 Multiple Sclerosis as an “Inside-Out” Disease.

Verkeerde diagnose

Heeft op dit moment een heel bijzondere in de steigers staan. “We kijken naar mensen die jaren terug de diagnose MS hebben gekregen en die bij onderzoek na hun overlijden blijken toch géén MS te hebben gehad. Geen domme fouten, maar wel een verkeerde diagnose, omdat ze in werkelijkheid een ziekte hadden die alleen erg veel op MS leek. We hopen met dit onderzoek te bereiken nog kritischer te zijn om iemand de diagnose MS op te plakken”.

Zwerft over diverse plekken binnen zijn afdeling. Op zijn eigen kamer nog een tamelijk gewone microscoop. “Ik probeer nog steeds een kwart van mijn tijd echt aan onderzoek te besteden”. In een andere ruimte staat een zogeheten meerkopsmicroscoop, waarmee tot 18 mensen tegelijk naar éénzelfde object kunnen kijken. “Ons instrumentarium is in korte tijd niet alleen veel beter en preciezer geworden, we hebben bovendien tegenwoordig de hulp van de computer. Mijn verwachting is dat de digitalisering van onderzoek zich snel sterk zal uitbreiden”.

Al is hij arts, zelden treft hij nog een patiënt in het ziekenhuis. “Maar ze zijn nooit uit m’n hoofd, zeker niet de mensen met MS. Omdat de ziekte MS nog steeds een mysterie is. Niet onmogelijk dat we binnen enige tijd beter gaan begrijpen wat er in hersenen en ruggenmerg gebeurt, en hoe we daar wat aan kunnen doen, maar daarvoor is nog heel wat onderzoek nodig”.

Boeiende, rustige verteller. Af en toe een vleugje humor. “Wat dat onderzoek betreft: natuurlijk is het niet goed mogelijk om hersenweefsel straffeloos uit het hoofd van een levende patiënt te halen, dus voor MS maken we alleen gebruik van weefsel van overledenen”. Het lijkt ons een veilig idee.

Hersenbank

“Er zijn gelukkig mensen die hun hersenen en ruggenmerg ter beschikking stellen voor onderzoek, vooral via ddiagnosee Nederlandse Hersenbank, de NHB. We zijn daarvoor heel erg dankbaar, het is toch maar de ultieme gift van iemand, om andere mensen te helpen”.

De NHB is een samenwerkingsproject van het Nederlandse Herseninstituut en het VUmc. Daarbij is geregeld dat van mensen die zich daarvoor hebben opgegeven, na hun overlijden het hersenweefsel bewaard blijft voor onderzoek. “Die hele logistiek, dat doet de bank, als een van de weinige instituten ter wereld. Het uitsnijden van de hersenen zelf ook. Plus een deel van het onderzoek. Het opnieuw bekijken van het weefsel en stellen van de diagnose dat doen wij”.

Heeft hierover vaak contact met bankdirecteur dr. Inge Huitinga. Zij was de hoofdpersoon van deel 29 van deze serie. Beiden zeer overtuigd van de zin van voortgaand onderzoek naar MS.

Van der Valk: “Omdat MS heel complex is en dus onderzoek naar MS een heel omslachtig proces, waarin veel proeven moeten worden gedaan en telkens weer opnieuw, om ook weer oude resultaten op waarde te schatten. Ik wou dat het anders was, maar in het verleden hebben we meerdere malen gezien dat mensen te vroeg met resultaten naar buiten zijn gekomen. Zeker bij een ziekte als MS is het heel erg als verwachtingen worden gewekt en de ontstane hoop vervolgens hard de bodem wordt ingeslagen”.

Schoenen

Mag dan een vak uitoefenen waarin het woord pathos verwerkt zit, synoniem voor pijn en verdriet, hij houdt duidelijk ook van de vrolijk makende kanten van het leven. “Lekkere dingen eten is een van mijn zwakke plekken. Van gegrilde tonijn tot zelfs een patatje oorlog, ik sla het niet af”. Is uitgesproken filmfan en houdt van vele soorten muziek. Van A bird that whistles, Joni Mitchell, tot het tweede pianoconcert van Sergei Rachmaninoff. “Maar weet je wat mijn grootste hobby is? Schoenen! Ik heb een hele grote collectie schoenen. In velerlei kleuren en prints. Draag uiteraard elke dag nieuwe”.

Wat zijn studenten daarvan vinden – lesgeven doet hij immers ook nog?
“Mij maakt het vrolijk en mijn omgeving vaak ook. Krijg er toch al gauw vijf keer per dag een opmerking over. Niet verkeerd lijkt me”.

Pakt zijn spullen, klaar voor een college aan vierdejaars studenten. Ook weer over MS. “Opleiding geven vind ik heel leuk. Iemands mogelijkheden groter zien worden en zijn of haar wereld zien groeien, dat is een van de leukste dingen die er is”.

Duidelijk een hoogleraar met een missie.

Meer lezen?

Dit artikel is onderdeel van een serie die MSzien is begonnen in het voorjaar van 2007. Sindsdien zijn tientallen wetenschappers aan het woord geweest. MSweb archiveert alle artikelen van de serie in de rubriek ‘MS-onderzoek in Nederland’.

Eerder verschenen in MSzien – Jaargang 16, maart 2017

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *