skip to Main Content

Dorine Siepman ‘kijkt’ naar vitamine D (19)

Dorine Siepman ‘kijkt’ Naar Vitamine D (19)

MS-onderzoek in Nederland (19): drs. Dorine Siepman

Vanaf de benoeming in 1995 van MS-professor dr. Chris Polman is in Nederland sprake van op academische leest geschoeid onderzoek naar multiple sclerose. In een artikelenserie wil MSzien laten zien waartoe dit inmiddels heeft geleid. Velen van de onderzoekers in deze serie zijn al tamelijk bekend. Maar af en toe komen we iemand tegen die nog niet eerder opvallend aan de weg heeft getimmerd. Dorine Siepman bijvoorbeeld, van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

Door: Raymond Timmermans

Stel dat een tekort aan vitamine D mede de oorzaak kan zijn van het ontstaan van MS. En dat je aan de ernst van de verschijnselen iets zou kunnen doen door het extra toedienen van vitamine D. Moeten onderzoekers zich daarop dan niet wat meer concentreren? De weg vinden om dat nauwkeurig vast te stellen? Op zoek naar die antwoorden onmoeten we bij het MS-centrum van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam de neuroloog drs. Dorine Siepman (1973).

Schermafbeelding 2016-08-16 om 09.27.11Een tengere, tamelijk lange, vrij snel pratende vrouw. Licht Utrechts accent. Verklaarbaar, want geboren in het niet ver van Utrecht gelegen Woerden. Deed geneeskunde in Utrecht en rondde dat met hoge cijfers af, cum laude zogezegd. Volgde de opleiding neurologie in Rotterdam. Werkt daar sinds 1999. Woont in Nieuw-Beijerland en heeft een dochter van vier jaar.
Deed eerder onderzoek naar de invloed van MS op het kennisvermogen, het cognitief functioneren. “Omdat ik merkte dat veel patiënten onvoldoende geïnformeerd zijn over de mogelijke cognitieve effecten van MS. En dat uitleg aan de patiënt maar vooral ook aan de partner veel kan verduidelijken en ondersteuning kan bieden”.

Voelt zich in de eerste plaats geneeskundige, letterlijk iemand van wie je verwacht dat hij of zij je van een ziekte kan genezen. Of op zijn minst middelen kan bedenken tegen de hinderlijke verschijnselen van de ziekte en de voortgang ervan. Aan die rol besteedt zij op het Erasmus verreweg de meeste tijd. Werkt vier dagen per week. “Doe het spreekuur voor mensen met MS en houd toezicht op de spreekuren van de anderen hier. Ook ben ik vaak in overleg met onze MS-verpleegkundigen”. Maar meer en meer is de laatste tijd tevens onderzoek een belangrijke activiteit.

Vitamine D

Een gesprek met haar leert dat zij er steeds meer van uitgaat dat MS een ziekte is met een genetische achtergrond. Waarbij daarnaast een gebrek aan zonne-energie, of beter vitamine D, in de eerste levensfase een rol kan hebben gespeeld – en dan heeft zij het eigenlijk over de fase van de nog ongeboren vrucht. “Opvallend is dat MS vaker voorkomt bij mensen die geboren zijn tussen februari en mei. En ook dat MS vooral voorkomt in delen van de wereld waar de zon gedurende enige maanden nauwelijks boven de horizon komt. Zonlicht bepaalt, zeg maar, de hoeveelheid vitamine D in een mens: veel zon betekent veel vitamine D. Er is de laatste jaren steeds meer bewijs gekomen dat vitamine D een belangrijke omgevingsfactor is voor het optreden van MS”.

In MSzien is die lijn naar vitamine D overigens al eerder gelegd. Voor het eerst met grote nadruk door dr. Barbara van Amerongen. Zij heeft zelf MS en publiceerde met haar collega’s bij de Vrije Universiteit in Amsterdam (VUmc) over de rol van vitamine D bij MS. Daarna kwam het onderwerp ook enkele malen ter sprake in deze onderzoekserie. Om te beginnen bij dr. Rogier Hintzen, de voorman van het Rotterdamse MS-centrum, in aflevering 3.

“Van die rol van vitamine D bij MS bestaat er eigenlijk geen ontdekker. Het is gewoon een conclusie aan de hand van gegevens die de laatste dertig jaar zijn verzameld”. Zo’n tekort aan vitamine D, is daaraan jaren na de geboorte dan nog iets te doen? Dorine Siepman wil dat in elk geval snel en effectief nagaan. “Er zijn tot nu toe nog relatief weinig studies gedaan om het effect van inname van hoge doseringen vitamine D te onderzoeken. Daarom vinden wij dit onderzoek erg belangrijk en willen dit erg graag doen”.

Oogzenuw

Bij de route die ze daarvoor aflegt, maakt ze dankbaar gebruik van het basisgegeven dat bij MS sprake is van een ontsteking van het zenuwstelsel. En dat je die op één plek in het lichaam vaak van heel dichtbij kunt zien: het oog. Normaal zit er een isolerende beschermlaag rond de zenuwbanen, de myeline. Maar bij het oog is dat niet het geval. Daar liggen de zenuwbanen er onbedekt bij.

“Bij één op de drie mensen die later MS blijken te hebben is in eerste aanleg die oogzenuw ontstoken. Met een Latijnse naam neuritis optica”. Dorine Siepman legt uit dat we moeten bedenken, dat de oogzenuw een direct onderdeel is van de hersenen. En omdat die oogzenuw onbedekt is, vormt het oog als het ware een uniek kijkgaatje naar de hersenen.
Het is Dorine Siepman te doen om de zenuwbanen van en naar het netvlies, in de medisch-Latijnse naam de retina, op zichzelf een onderdeel van het centraal zenuwstelsel. Van die retinale zenuwvezels meet ze de dikten en beziet ze of daaraan met en zonder vitamine D iets aan verandert. En dat lijkt het geval.

OCT

mszien110601-msonderzoek-vit-d-optovueOm dat nauwkeurig te meten maakt ze gebruik van een nieuwe techniek, die in het Engels Optical Coherence Tomography (OCT) heet. “We maken scans van het netvlies. Gaat heel simpel. Kwestie van vijf minuten. Je zit gewoon aan tafel. Het apparaat lijkt wel wat op het instrumentarium van de opticien, waar je je kin op moet leggen. Moet je naar een lichtje kijken en op dat moment meten we de verschillende lagen van het netvlies en in het bijzonder de dikte. Heeft wat weg van een echo, maar maakt in plaats van weerkaatsing van geluid gebruik van weerkaatsing van infrarood licht”.

Dorine Siepmans theorie is dat dunner worden van de retinale zenuwvezels wijst op verlies van de transportfuncties van de zenuwuitlopers. “Na een oogzenuwontsteking blijkt dit dunner worden drie tot zes maanden door te gaan. En wat we willen aantonen is dat dit proces met vitamine D is te beïnvloeden. Het idee is dat toediening van vitamine D – in de vorm van een drankje, éénmaal per week – de zenuwbanen en vooral de uitlopers kan beschermen zodat de hinder van MS niet toeneemt en misschien zelfs wel afneemt”.

Dubbelblind

Zoals het hoort is het onderzoek natuurlijk dubbelblind. Dat wil zeggen dat er, zonder dat de onderzoeker dat weet, metingen bij mensen worden gedaan die met vitamine D zijn behandeld maar ook bij even zovelen bij wie dat niet het geval is. “We hebben berekend dat we in totaal 120 patiënten met neuritis optica nodig hebben voor de studie. We gaan drie jaar de tijd nemen om dat aantal te bereiken. En we gaan elke patiënt twee jaar volgen. We zijn in maart van dit jaar daadwerkelijk begonnen, dus zullen we vermoedelijk in het voorjaar van 2016 de resultaten kunnen presenteren”.

Patiënten met neuritis optica komen als regel eerst bij een oogarts. Steeds meer ook – soms via de huisarts – direct bij de neuroloog. “Neuritis optica is meestal vrij pijnlijk, vooral bij oogbewegingen; daarna ziet de patiënt vaak een vlek en gaat er wat mis met de kleuren. Er is niet direct veel aan te doen. Meestal ben je er na twee, drie maanden van hersteld. Ons gaat het bij dit onderzoek om mensen die nooit eerder uitval hebben gehad, nooit eerder zijn behandeld en die geen medicatie hebben. Voor dit onderzoek krijgen we die patiënten doorverwezen. Best apart, eigenlijk. Geven dan uitleg waar we mee bezig zijn en vragen of ze mee willen werken. We houden leeftijdsgrenzen aan van minimum 18 en maximum 50 jaar, om verstorende effecten te voorkomen. Let wel: op het moment dat de patiënt gaat meedoen aan de studie is er officieel nog geen sprake van MS. Maar het is mogelijk dat tijdens de studie de diagnose MS gesteld moet worden. Gezien het gegeven dat bij 30 tot 75 procent van de patiënten na neuritis optica uiteindelijk sprake blijkt te zijn van MS”.

VIDEO

Siepman doet dit onderzoek in samenwerking met Marijke Wefers-Bettink, oogarts in het Oogziekenhuis Rotterdam, Robert Kuijpers, oogarts in het Erasmus MC en Tessel Runia, arts-onderzoeker bij het Erasmus. Prof. dr. Rogier Hintzen heeft de supervisie.
Schermafbeelding 2016-08-16 om 09.26.02Verder zijn de neurologen in de regio gevraagd of zij patiënten met een oogzenuwontsteking willen doorverwijzen naar Siepman en co. Het onderzoek hebben ze een Engelse afkorting gegeven: VIDEO-trial: VItamin D treatment Effect on retinal nerve fiber loss after Optic neuritis.

Siepman: “Veel van het onderzoek naar MS is gericht op de ontstekingscomponent van de ziekte. Echter, een van de belangrijkste oorzaken van onomkeerbare handicap bij mensen met MS is het verlies aan bepaalde functies van zenuwen, met name in de uitlopers, de axonen, die de signalen moeten overbrengen. Dit axonaal verlies heet ook wel neurodegeneratie en treedt al in de vroege stadia van de ziekte op. En via het oog kun je daar vaak wat van zien”.

Daar wil ze dus wat aan doen: bewijzen dat je bij een groep die vitamine D krijgt op den duur een dikker blijvende zenuwlaag kunt meten en dat dus sprake is van minder afbraak van zenuwen dan bij mensen die geen extra vitamine D krijgen. “Daarnaast willen we onderzoeken of het toedienen van hoge doseringen vitamine D het optreden van een tweede episode van neurologische uitval en dus de definitieve diagnose MS kan uitstellen”.

Hoe zeker is ze dat dit gaat lukken? “We doen natuurlijk geen onderzoek waar we de zin niet van inzien! Maar zeker is nog niets. Zo moet er nog veel onderzoek volgen naar de voor- en nadelen van hoge doseringen vitamine D”. Daarin wil ze een duidelijk aandeel hebben. “Het is mooi als ik door wetenschappelijk onderzoek, zeg maar, kan bijdragen aan meer inzicht in deze complexe en belastende ziekte. Al wil ik op de eerste plaats vooral een betrokken en goede dokter zijn voor patiënten met MS”.

MSzien is deze artikelenserie begonnen in het voorjaar van 2007.
Eerder kwamen prof. dr. Chris Polman, prof. dr. Frederik Barkhof, prof. dr. Rogier Hintzen, prof. dr. Jon Laman, prof. dr. Erik Boddeke, dr. Eric Ronken, drs. Hugo Hurts, dr. Sandra Amor, dr. Inge Huitinga, dr. Wia Baron, dr. Leonie Boven, dr. Bert ’t Hart, dr. Jeffrey Bajramovic, dr. Brigit de Jong, prof. dr. Raymond Hupperts – ook hij had het veel over vitamine D – dr. Freek Verheul, dr. Sjef Jongen, dr. Stephan Frequin. prof. dr. Jacques De Keyser, prof. dr. Otto Roelf Hommes en prof. dr. Bernard Uitdehaag aan het woord.
Medisch adviseur voor de serie is Mart Mantel. MSweb archiveert de artikelen in de rubriek Meer over MS > Wetenschap onder het motto: ‘MS-onderzoek in Nederland’. De meest recente afleveringen zijn ook te vinden in de rubriek Magazine.


MSzien jaargang 10, juni 2011 (2)

Dit bericht heeft 0 reacties
Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top