skip to Main Content
Op Zoek Naar Een Natuurlijke MS-stopper

Op zoek naar een natuurlijke MS-stopper

Leonie Boven, de leeuwin van Erasmus

De Stichting MS Research heeft voor de vierde keer in haar geschiedenis een MS Fellowship toegekend, de aanduiding voor een speciale studiebeurs van € 365.000. De beurs ging dit keer naar dr. Leonie Boven (1972), immunoloog, verbonden aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Een vrouw die om een aantal redenen goed het predicaat de leeuwin van Erasmus zou passen. Op het spoor van een natuurlijk beschermingsmechanisme bij MS, een MS-stopper.

Door: Raymond Timmermans

a5amszien0406leonieboven1

dr. Leonie Boven

“Steeds meer is het duidelijk dat bij MS de groei van een beschadigd plekje, een laesie, in het zenuwsysteem, niet eindeloos doorgaat. Er blijkt een moment te zijn dat die groei stopt. Daar heb ik maar één verklaring voor: het lichaam heeft zelf een mechanisme dat voor die afremming van de groei zorgt. Ik wil graag weten hoe dat precies werkt. Want als we weten hoe het lichaam dit voor elkaar krijgt, kunnen we proberen dat mechanisme eerder of harder aan te zetten, zodat de ontwikkeling van een MS-laesie in een vroeger stadium is te stoppen”.

Aldus dr. Leonie Alexandra Boven. Aan haar heeft de Stichting MS Research onlangs het MS Fellowship toegekend. Dit Fellowship is een beurs waarmee de stichting toponderzoekers wil helpen een meerjarig onderzoeksproject uit te voeren. Leonie is de vierde Fellow. Dr. Sandra Amor van hetzelfde Rotterdamse onderzoekscentrum, dr. Inge Huitinga van het Nederlands instituut voor Hersenonderzoek en dr. Wia Baron, medisch celbioloog aan de universiteit van Groningen, gingen haar voor. Alle vier vrouwen kregen van MS Research ruim drieëneenhalve ton euro ieder.

Wia Baron twee jaar geleden. Zij is toen in MSzien geafficheerd als de leeuwin van Groningen. Dit mede omdat ze haar hele wetenschappelijke leven niet aflatend op jacht is naar die ene prooi: een myelinehersteller voor mensen met MS bij wie die beschermlaag voor zenuwstrengen is aangetast. Ook dr. Boven past het predicaat leeuwin. De leeuwin van Erasmus dan. Ook zij jaagt verbeten op dé oplossing voor mensen met MS. Bovendien draagt ze de van de leeuwin uit het Latijn afgeleide voornaam Leonie.

Kweekbakjes

Een dertiger, blonde manen, onderzoekende blauwe ogen, een gulle lach. Bijna dagelijks is Leonie Boven in het Rotterdamse lab te vinden om naar haar kweekbakjes, glaasjes en buisjes met bloed en hersenweefsel te kijken. Bijgestaan inmiddels door nog zeven analisten en biologen *). “Een belangrijk deel van mijn werk is het coachen van medewerkers. Het is leuk met mensen van gedachten te wisselen en met elkaar slimme experimenten te verzinnen”. In een doorsneeweek zit zij op vaste momenten met de leden van haar team rond de tafel. “Daarnaast hebben we natuurlijk ook veel ad hoc-overleg over allerlei praktische zaken. Bovendien heb ik besprekingen met andere groepen waarmee we samenwerken. En de tijd die overblijft besteed ik aan het lezen van literatuur, het schrijven van artikelen het analyseren van gegevens en vanaf september weer aan lesgeven en begeleiden van geneeskundestudenten”.

In haar lab niet gehinderd door de heetste Nederlandse zomer sinds eeuwen. Voor veel mensen met MS bijna onhoudbaar, voor deze MS-onderzoekers absoluut geen probleem. “Integendeel. We hebben hier airconditioning… iedereen komt in zo’n zomer met nog groter plezier naar het werk!”

Dat werk begint met allerlei gegevens naast elkaar leggen, daarover lezen in lijvige rapporten en dan beslissen om bepaalde proefjes te doen. De onderzoekster: “Net een soort detectivewerk vind ik altijd. Je hebt allemaal losse puzzelstukjes die je op de een of andere manier in elkaar probeert te passen. De puzzelstukjes kunnen eigen resultaten uit voorgaande experimenten zijn, maar ook gegevens die anderen hebben gevonden. Dan ga je vervolgens experimenten verzinnen om de lege vakjes in te vullen”.

Een puzzel met diverse schalen die vele putjes bevatten waarin cellen groeien in een speciale vloeistof met voedingsstoffen. De kweekschalen staan in een stoof van 37 graden Celsius, dezelfde temperatuur als het lichaam. Aan de putjes voegen de onderzoekers telkens wat stofjes toe. Al die kweken hebben dagelijks aandacht nodig. De vloeistof met voedingsstoffen moet bijvoorbeeld regelmatig worden ververst. Leonie: “Als we een experiment doen, kijken en meten we soms zelfs elke tien minuten, maar afhankelijk van het type experiment kan het ook om de paar dagen zijn”.

133mszien0406leonieboven3

Teamgenoot Marloes van Zwam
snijdt dunne plakjes bevroren hersenweefsel
om dit daarna te onderzoeken onder de
microscoop

Hersenweefsel

De experimenten worden uitgevoerd met vrijwillig afgestaan bloed en vooral met hersenweefsel van overleden mensen, in het bijzonder Hersenbank-weefsel van mensen met MS. “Om erachter te komen wat er aan de gang is in hersenweefsel is het zeer belangrijk om heel goed en nauwkeurig naar dat weefsel te kijken. Met behulp van speciale technieken, kunnen we interacties tussen verschillende cellen zichtbaar maken met kleurstoffen. Zo kunnen we bijvoorbeeld zien of een cel betrokken was bij een ontstekingsreactie”, zegt de jongste Fellow.

Daarbij heeft Leonie speciaal aandacht voor een bepaald type witte bloedcel, de macrofaag. Letterlijk betekent dat ‘de grote eter’. Die macrofaag houdt zij verantwoordelijk voor het opslokken van myeline en tegelijkertijd mogelijk ook voor het remmen van ontstekingen. Om dat laatste gaat het Leonie. “We zullen beginnen met proberen te bepalen hoe dat beschermende mechanisme werkt in geïsoleerde kweeksystemen. Later kunnen we dan de stap maken naar levende organismen, in dit geval muizen. Kijken of wat we vinden inderdaad een beschermende werking heeft”.

Medicijn

Waarmee ze meteen duidelijk maakt dat het geen zaak wordt van gisteren op vandaag. “Ondanks het nodige voorwerk – we borduren immers voort op onderzoek dat we al vier jaar doen – staan we pas aan het begin van een vrij jong onderzoek. Het lijkt tot nu toe veelbelovend, maar de komende jaren moet blijken of we inderdaad dichtbij nieuwe inzichten zijn. Vier jaar is in de wetenschap zo voorbij. Pas in het vierde jaar verwacht ik een goede indicatie te hebben of er een nieuw medicijn mogelijk is dat gebruik maakt van de dan door ons geïdentificeerde beschermende mechanismen. Waarbij ik wil aantekenen: mocht het inderdaad allemaal zo werken als wij nu denken, dan is het nog steeds de vraag of zich dat ooit zal kunnen vertalen naar een in de praktijk regelmatig in te nemen medicijn. De weg van het lab naar de kliniek is onzeker: het merendeel van alle geniale ideeën sneuvelt tijdens dat traject”.

Stapt zij voor een verdere ontwikkeling dan misschien over naar een farmaceut?
“Ja, dat zou zeker mogelijk zijn. Het ontwikkelen van een geneesmiddel is namelijk een lange en zeer dure weg die over het algemeen niet binnen een universiteit haalbaar is. Maar tegelijkertijd zeg ik erbij dat de creatieve kant van onderzoek mij zeer aanspreekt en dat ik daarvoor aan de academische omgeving, de universiteit, de voorkeur geef”.

Studiehoofd

Van jongs af aan is Leonie een studiehoofd. Behoorde al op de middelbare school in haar geboortestad Utrecht tot de slimste meiden van de klas. Leergierig, snel en vooral nieuwsgierig. Een tikkeltje ongeduldig ook. Maar vooral te typeren als iemand die heel erg goed weet wat ze wil. “Op school was me al snel duidelijk dat mijn interesse voor alles bij scheikunde en biologie lag. Ik wilde daar graag verder mee maar wilde geen arts worden en ik had tegelijkertijd niet veel interesse in bloemen en planten. Vandaar dat ik medische biologie ben gaan studeren, een studie die de eerste twee jaar voor zeg maar zeventig procent gelijk is aan geneeskunde. Een ideale studie voor mij. Want dat ik nieuwsgierig ben is zeker zo. Het lijkt me ook een goede eigenschap trouwens voor een wetenschapper: Willen weten hoe en waarom iets werkt. In mijn geval: leren hoe ingewikkeld het lichaam in elkaar zit en waar het fout kan gaan. Je realiseert je dan pas dat het eigenlijk nog een wonder is dat de meeste mensen gezond zijn”.

Promoveerde in 2000 aan de universiteit in Utrecht en vertrok naar de afdeling neuro-wetenschappen van de universiteit van het Canadese Calgary. Daar kwam zij in contact met MS en dat ziektebeeld intrigeerde haar zeer. “Tot dan toe kende ik nauwelijks iemand met deze ziekte. Er kwam vroeger een vriend van mijn ouders bij ons over de vloer die MS had en ik herinner me dat hij in een rolstoel zat en dat dit op mij als kind veel indruk maakte”. In 2002 besloot ze terug naar Nederland te gaan om van onderzoek naar MS haar hoofdwerk te maken.

Prijs

Hetgeen niet onopgemerkt is gebleven. Komende maand krijgt zij van de Erasmusuniversiteit de prijs voor de beste en meest belovende wetenschapper, de Erasmus Universiteit onderzoeksprijs . Een prijs waaraan € 7000 is verbonden. “Een erkenning voor mijzelf maar zeker ook voor de hele onderzoeksgroep”, aldus Leonie.

d50mszien0406leonieboven2

Eveline de Geus, een van de
medewerkers van Leonie Boven,
bezig macrofagen te isoleren
uit bloed van een gezonde vrijwilliger

Een geldprijs waarvan je kunt vermoeden dat ze die vooral aan studiemateriaal gaat besteden. Ofschoon…”Ik ben onafscheidelijk van mijn MP3-speler. Daar staat van alles op, van trance tot rock en opera. Toevallig ben ik de afgelopen maand trouwens bij twee rockconcerten geweest. Verder lees ik graag van alles en nog wat met een lichte voorkeur voor sciencefiction en fantasy. En ik kijk ook graag film, met een voorkeur voor filmhuisfilms. Daarnaast duik en ski ik en vooral aan skiën ben ik verslaafd. Dat laatste is een overblijfsel uit mijn tijd in Canada waar ik zoveel mogelijk in de bergen te vinden was. Hier streef ik ernaar twee keer per week te sporten”.

Maar haar grootste liefde is toch wetenschappelijk onderzoek. Leonie: “Ik vind dat ik een uitdagend beroep heb dat ik elke dag met heel veel plezier uitoefen. En als het om MS gaat wil ik graag een zinvolle bijdrage leveren aan het leren begrijpen van het hoe en waarom van de ziekte. Uiteraard met als doel het ontwikkelen van een meer effectieve therapie of een medicijn”.

Op naar de Nobelprijs? Als tweede Leonie – na de schrijfster Leonie Sachs, die overigens als Nelly Sachs in de boeken staat – maar in elk geval als eerste Boven? “Ik doe m’n best!”

*) Dr. Leonie Boven maakt deel uit van de eenheid Immuunregulatie binnen de afdeling Immunologie van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hoofd van die eenheid is prof. dr. Jon Laman, aan wie een artikel is gewijd in het vorige nummer van MSzien. Bovendien is Leonie als immunoloog verbonden aan het MS-centrum van de universiteit, het ErasMS, met aan het hoofd dr. Rogier Hintzen.
De onderzoeksgroep van Leonie Boven bestaat naast haar zelf uit – in alfabetische volgorde – Karin Assink, Eveline de Geus, Marie-José Melief, Marjan van Meurs, Jane Voerman, Annet Wieringa-Wolf en Marloes van Zwam. Sommigen van hen zijn hier en daar op de foto’s te zien. In september komen de stagiaires Janita Lachman en Benjamin Schrijver de groep voor een jaar versterken.

MSzien, jaargang 2006, nr. 4 – Rubriek: Onderzoek

Dit bericht heeft 0 reacties
Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top