skip to Main Content

Pleidooi om meer te doen met ruggenprik (34)

Pleidooi Om Meer Te Doen Met Ruggenprik (34)
Prof. dr. Charlotte Teunissen

MS-onderzoek in Nederland (34): dr. ir. Charlotte Teunissen

Vele tientallen hooggeleerden zijn in Nederland op zoek naar antwoorden op de vragen die met MS samenhangen. Eind vorige eeuw extra gestimuleerd door de benoeming van dr. Chris Polman tot eerste MS-professor. Met hem begon MSzien acht jaar geleden deze artikelenserie. Vraaggesprekken met wetenschappers van wie sommigen vooral op zoek zijn naar de oorzaken, anderen naar de oplossingen. Enkelen daar tussenin, zoals in de vorige aflevering Veronica Popescu en nu Charlotte Teunissen.

Door: Raymond Timmermans

mszien-150305-ruggenprik-teunissen1Een duidelijk pleidooi om de ruggenprik als het ware in ere te herstellen. Omdat met die lumbale punctie, zoals de ruggenprik eigenlijk heet, meer te doen valt dan alleen het vaststellen van de diagnose Multiple Sclerose (MS). Zo stelt dr. ir. Charlotte Teunissen (1971), toponderzoeker bij het neurochemisch lab van het medisch centrum van de Vrije Universiteit (VUmc) in Amsterdam.

“Met een goede studie van de hersenvloeistof, die je via de ruggenprik kunt verkrijgen, kunnen behandelende artsen en daarmee dus ook patiënten, betere informatie verzamelen over het mogelijke verloop van de ziekte en dus misschien ook een betere therapie bedenken”. Zegt ze niet zomaar, want ze heeft door haar functie zeer nauw contact met het MS-centrum van het VUmc, een centrum dat tot de top-vijf van de wereld wordt gerekend. Prof. dr. Bernard Uitdehaag, directeur van dit MS-centrum, onderschrijft desgevraagd ook direct de stelling van Charlotte Teunissen.

In de jaren ‘80 was het nog heel gebruikelijk om bij de diagnosestelling voor MS iets van de waterige vloeistof weg te halen die de hersenen en het ruggenmerg beschermt. Bepaalde veranderingen in de samenstelling van dat zogeheten liquor zijn namelijk karakteristiek voor MS. Die diagnosemethode is op de achtergrond geraakt door de komst van een techniek waarmee je met magneetvelden in het centrale zenuwstelsel kunt kijken, de Magnetic Resonance Imaging (MRI). Een afdoende methode en prettiger voor degeen die het moeten ondergaan.

Biomarkers

Charlotte Teunissen vindt dat er sindsdien te weinig gebruik is gemaakt van de extra mogelijkheden die het liquor biedt. “Daarin zijn namelijk ook precieze aanwijzingen terug te vinden, biomarkers, van wat er in de hersenen biochemisch gesproken gebeurt. Dat is geen stilstaand maar een actief proces. We spreken dan ook van dynamische biomarkers. Als je goed daarnaar kijkt, krijg je een completer beeld van diverse processen die er aan de gang zijn in het hersenstelsel. Met die gegevens kun je beter en misschien ook tijdiger reageren”.

Het gaat om vaak minuscuul kleine stoffen, in het bijzonder in de levenssappen, het bloed en bijvoorbeeld ook in het hersenvocht. Daaraan kan zij soms niet alleen zien wat er nu aan de hand is, maar ook wat er over enige tijd kan gaan gebeuren. “Je moet bedenken dat het liquor bij een volwassene gemiddeld viermaal per dag wordt ververst. Dus als iemands MS zeer actief is, ga je dat vrij snel langs deze weg kunnen zien. Daarbij is deze werkwijze ook nog eens zeer goedkoop”.

Speciale naald

Maar een ruggenprik is misschien wel een schrikbeeld voor mensen met MS?
Onnodig, volgens Charlotte Teunissen. “Met goede voorlichting kunnen we die angst voor een groot deel terugdringen.Bovendien leert onderzoek dat voor verreweg de meeste mensen een lumbale punctie goed is te ondergaan. Je bent er niet veel tijd mee kwijt in het ziekenhuis en de kans op ernstige bijeffecten is klein. Uit een studie onder bijna 4000 patiënten blijkt dat 9 procent van de mensen die de ruggenprik kregen, na afloop hoofdpijnklachten hadden die typisch aan die prik vielen toe te schrijven.

Eén op de tien is natuurlijk nog wel veel, maar tegelijk kun je zeggen dat negen op de tien er dus geen last van hadden. Bovendien was een heel praktisch resultaat van die studie dat de kans op zulke klachten kleiner blijkt te zijn bij gebruik van een specifiek naaldtype. Door deze informatie goed te gebruiken valt het aantal patiënten met klachten verder te verminderen”.

Teunissen is een erkend meesterbrein als het gaat om het bestuderen van biomarkers voor neurologische aandoeningen en het uitbrengen van adviezen hierover. In haar uitleg vriendelijk en tegelijkertijd heel direct, vastberaden. Zelf geen arts, maar wel een medisch geschoolde meedenker voor artsen die op zoek zijn naar de juiste behandeling voor mensen met ingewikkelde ziektes als MS.

Gaat bij haar onderzoek vooral uit van wat zij noemt de omicsmethoden. “Staat voor het systematisch in kaart brengen van bijvoorbeeld alle eiwitten – die in ons jargon proteomics heten – de genen –, de genomics en andere omics zoals de transcriptomics en de metabolomics. Ik ben bezig standaardregels voor deze onderzoeksmethoden op te stellen”.

Parelsnoer

Haar formele functiebenaming is recent uitgebreid en nu te groot voor een simpel visitekaartje: Hoofd Neurochemisch Laboratorium en Biobank, afdeling Klinische Chemie, Programmadirecteur Parelsnoer van het VUmc.

Eerst maar eens vragen hoe dat zit met het Parelsnoer. Klinkt als een geheim romantisch genootschap maar dat zal het waarschijnlijk niet zijn. “Het Parelsnoer Instituut is in 2007 opgericht door de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, de NFU. Alle acht universitaire medische centra zijn erbij aangesloten om basisgegevens en lichaamsmateriaal te verzamelen van patiënten met specifieke ziektebeelden. Dan moet je denken aan MRI-foto’s, laboratoriumuitslagen, bloed, ontlasting dat soort zaken. Dat gebeurt overigens niet zomaar; daarvoor moet je altijd eerst toestemming geven”.

Die 14 parels staan voor evenzovele ziektebeelden waarbij onderzoekers op deze manier gegevens van echte patiënten gebruiken om meer te weten te komen. Bij die 14 zijn bijvoorbeeld diabetes, erfelijke darmkanker en ook de zogeheten neurodegeneratieve ziekten, waarbij het hersenstelsel geleidelijk aan steeds slechter gaat functioneren, zoals Alzheimer en Parkinson.
MS is – nog – geen parel. “Dat is er gewoon nog niet van gekomen maar zou wel zinvol zijn; omdat we daarmee nog meer aandacht krijgen voor MS en tegelijkertijd ook bij MS landelijk dezelfde standaardregels kunnen hanteren”.

Lab

Zelden nog terug te vinden in het lab. “Behalve met het schrijven van projectvoorstellen ben ik tegenwoordig vooral druk met leiding geven aan de onderzoeksgroep die met biomarkers in de weer is. Ik word bovendien door verschillende groepen benaderd om lezingen te geven, te adviseren over het opzetten van een biobank voor hersenvloeistof, of om mee te doen aan internationaal onderzoek.

Mijn agenda zit vol met werkoverleg. Als baas van de biobank hier moet ik ervoor zorgen dat die onderzoekers ook daadwerkelijk kunnen beschikken over lichaamsmaterialen. Want een biobank is wat het woord eigenlijk al zegt, een verzameling van menselijk biologisch materiaal voor wetenschappelijk onderzoek. En dat moet natuurlijk heel zorgvuldig opgeslagen worden, steeds gekoppeld aan medische en andere gegevens over de donor. Uitsluitend uit te geven aan een onderzoeker met een bepaald doel, die dat met een duidelijke onderzoeksvraag moet onderbouwen”.

Precies en nauwkeurig, volgens internationale regels die ze zelf heeft meehelpen ontwikkelen. Waarvoor ze allereerst binnen het VUmc een samenwerkingsverband heeft opgericht. “Om zo kruisbestuiving van kennis en technieken direct in de praktijk te kunnen brengen. Alleen zo kun je er achter komen dat er biomarkers zijn die je bij meerdere ziekten terugvindt en andere die specifiek zijn voor een bepaalde ziekte”. Kreeg daarvoor in 2004 de Wetenschapstrofee van de Hersenstichting. “Een erkenning dat ik goed bezig ben”.

Vindt overigens dat wat er tot nog toe is bereikt niet zomaar aan haar alleen mag worden toegeschreven. “Ik probeer zo veel mogelijk met anderen samen te werken. Mijn motto is: als je alleen wandelt ga je weliswaar vaak sneller, als je samen wandelt kom je verder’’.

Ingenieur

Haar ingenieurstitel heeft ze behaald aan de Wageningse Universiteit, bij sommigen nog bekend onder de hele oude naam van Rijkslandbouwschool. Studeerde daar milieuhygiëne. Specialisme gezondheid en neurobiologie, de leer van de werking van het zenuwstelsel. Deed ook toxicologie, de studie van de invloed van vergiften op de mens en daarmee een deelgebied van de geneeskunde.

Niet zo vreemd dus dat ze laatst in het nieuws kwam met een commentaar op een Amerikaans onderzoek met als conclusie dat een gifstof uit een veel voorkomende voedselbacterie wel eens een belangrijke oorzaak zou kunnen zijn voor het ontstaan van MS. “Ook weer een belangrijke bevinding, die past in de theorie dat er mogelijk een externe oorzaak is – zoals een bacterie of virus – als basis van de aandoening. Maar mij is duidelijk dat het niet het enige kan zijn. MS ontstaat door een samenspel van blootstelling aan externe factoren, zoals aanleg, te weinig zonlicht enzovoort.”

Doctor

Om nog meer basiskennis op te doen ging zij tussen 1995 en ‘97 naar de universiteiten van Wenen en het Britse Hertfordshire. Daar werd de kiem gelegd van wat ze nu is. Promoveerde in 2001 aan de Universiteit van Maastricht tot doctor met een biomarkersproject bij mensen met de ziekte van Alzheimer. En ging met het onderzoek naar biomarkers in 2002 volop aan de slag bij het VUmc. Waarbij de aandachtvooral uitgaat naar mensen met een aandoening van het hersenstelsel. ”Ik interesseer me gewoon erg voor de hersenen en hoe ze werken. Neuronen vind ik magische en prachtige cellen“.

Werkte bij het VUmc mee aan vele onderzoeken. Alleen al het afgelopen jaar kwam haar naam te staan bij zo’n dertig onderzoeksrapporten, waarvan negen in verband met MS. Denkt dat ze tot nog toe al van meer dan 500 mensen met MS lichaamsvloeistoffen heeft bestudeerd.

mszien-150305-ruggenprik-teunissen2Wat haar heeft gebracht tot tal van uiteenlopende conclusies: van de al dan niet aanwezigheid van ijzerbindend eiwit in het liquor van mensen met MS en de bruikbaarheid van cholesterol als biomarker voor MS tot het verband tussen de ziekte MS en antistoffen tegen de beschermde myeline rond de zenuwstrengen.

Piano

Geboren in Deventer. Getrouwd, twee kinderen, een tweeling van net zes. Woont in Amersfoort. Gaat met de trein naar haar werk in Amsterdam. “Prima; kan ik goed werken want ik heb eigenlijk altijd een zitplaats. Mijn man en ik hebben het geluk dat we met onze werktijden vrij flexibel zijn. Meestal kan hij de kinderen naar school brengen, want hij zit vijf minuten van zijn werk”.

Op het papiertje met haar CV een ouderwets ogend zwart-witfotootje. “Omdat ik die zo mooi vind. Jaren geleden van mij gemaakt toen ik met verlof was van de tweeling. Gaf ik interviews thuis”. Om haar hals een snoer, geen echte parels. Op de achtergrond haar piano.

Valt pas stil als ze daarachter gaat zitten. “Al vanaf mijn achtste. Mijn vader is organist en zowel mijn broer en zus als ik leerden pianospelen”. Ze neemt nog steeds les. “Ben nu bezig met de pianobewerking door Paul Juon van de negende symfonie van Dvořák”. Een beroemde symfonie die de ondertitel Uit de nieuwe wereld heeft.
Hoe toepasselijk, want intussen werkt ze misschien ook aan een nieuwe wereld voor mensen met MS.

MSzien is deze artikelenserie begonnen in het voorjaar van 2007. Eerder kwamen aan het woord prof. dr. Chris Polman, prof. dr. Frederik Barkhof, prof. dr. Rogier Hintzen, prof. dr. Jon Laman, prof. dr. Erik Boddeke, dr. Eric Ronken, drs. Hugo Hurts, dr. Sandra Amor, dr. Inge Huitinga, dr. Wia Baron, dr. Leonie Boven, dr. Bert ’t Hart, dr. Jeffrey Bajramovic, dr. Brigit de Jong, prof. dr. Raymond Hupperts, dr. Freek Verheul, dr. Sjef Jongen, dr. Stephan Frequin. prof. dr. Jacques De Keyser, prof. dr. Otto Roelf Hommes, prof. dr. Bernard Uitdehaag, drs. Dorine Siepman, dr. Wieneke Mokkink, Marco Heerings (Nurse Practitioner) , prof. dr. Elga de Vries, dr. Lizette Ghazi-Visser, prof. dr. Jack van Horssen, prof. dr. Piet Stinissen, prof. dr. Jeroen Geurts, dr. Thea Heersema, drs. Hanneke Hulst, dr. Inge Huitinga, dr. Immy Ketelslegers, dr. Menno Schoonheim en drs. Veronica Popescu.
Alle artikelen in deze serie zijn geschreven door Raymond Timmermans. Eindredacteur is Louis Weltens.
MSweb archiveert de artikelen in de rubriek Meer over MS > wetenschap  onder het motto: ‘MS-onderzoek in Nederland’. De meest recente afleveringen zijn ook te vinden in de rubriek Magazine.

Jaargang 14, januari 2015

Dit bericht heeft 0 reacties
Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top