skip to Main Content
“Het Gaat Om Grijs” (26)

“Het gaat om grijs” (26)

MS-onderzoek in Nederland (26): prof.dr. Jeroen Geurts

Vanaf de benoeming in 1995 van MS-professor dr. Chris Polman is in Nederland sprake van hooggekwalificeerd onderzoek naar Multiple Sclerose. MSzien belicht waartoe dit leidt, met een artikelenserie waarin vooral wetenschappers aan het woord komen. Onder wie Nederlands nieuwste ‘MS-hoogleraar’, prof. dr. Jeroen Geurts. Goed voor twee afleveringen. In december 2012 over zijn groeiend vermoeden dat MS begint in het brein, nu over zijn gedachten omtrent de zogeheten grijze stof in die hersenpan.

Door: Raymond Timmermans

In de vorige aflevering was zijn betoog dat het bij multiple sclerose mogelijk eerst ergens misgaat in de wel honderd miljard zenuwcellen binnen het brein en dat de andere problemen pas daarna komen, en dus niet andersom. Een vrij nieuwe veronderstelling. Nu komt hij met een tweede aandachtspunt, dat MS niet zozeer een ziekte is van de zogeheten witte stof in het zenuwstelsel, maar veeleer een grijze-stof-ziekte.

130303-mszien1-wetenschap-geurts1We hebben het over de nieuwste hoogleraar betrokken bij MS-onderzoek in Nederland, prof. dr. Jeroen Geurts. Op 1 oktober 2012 benoemd tot hoogleraar translationeel neurowetenschappelijk onderzoek aan het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam (VUmc). Zit het woord translatie in, een verzamelterm voor vertalen, omzetten, bemiddelen, overbruggen enzovoort. “Gaat om het aan elkaar koppelen van meerdere vakgebieden en de daarbij horende wetenschappers.

Tolk/vertaler

Jeroen Geurts (1978), neurobioloog. Geboren in Berg en Terblijt, niet ver van Maastricht – “kom er nog met enige regelmaat… en geloof het of niet: ik spreek nog accentloos Maastrichts”. Heeft sowieso wat met talen. “Veel gaat in ons vak in het Engels maar ook Frans en Duits spreek ik redelijk”. Zegt er ooit wel eens aan gedacht hebben om tolk/vertaler te worden. “Maar dat ben ik nu in zekere zin ook… resultaten van onderzoek vertalen, allereerst voor vakbroeders maar ook voor het grote publiek”.

Cognitieve afwijkingen

Neemt daarom ruim de tijd voor zijn grijze-stof-theorie. “Grijze stof is het deel van de hersenen waarbinnen de zenuwlichamen zitten. Zit aan de buitenkant van het brein, de hersenschors, maar ook in de dieper gelegen grijze kernen, in het midden van het brein. We wisten lange tijd niet dat er bij MS erg veel afwijkingen in deze grijze stof zitten. MS werd gezien als een typische witte-stof-ziekte – wit, de kleur van de verbindende banen tussen zenuwcellen. Dit blijkt niet het geval. Het is net zo goed een grijze-stof-ziekte. Onderdeel van de grijze stof is de thalamus, een belangrijke centrale kern die onder meer een rol speelt bij de cognitieve functies – alle denkprocessen zoals het geheugen. Maar ook bij de motoriek – het bewegen – en de sensoriek – alle zintuigen”.

Schakelstation

Te ingewikkeld? Jeroen Geurts legt het met het grootste gemak nog eens uit: “Ik denk dat MS zowel een transport- als een verkeerscentraleprobleem is. Zowel de zenuwcellen als de verbindende banen worden aangetast. Welke van de twee het eerste beschadigd raakt, of welke van de twee belangrijker is, daar zijn de meningen nog over verdeeld. Maar een kern als de thalamus is in dit verband heel belangrijk. Die is namelijk niet alleen het schakelstation voor allerlei informatie van zintuigen op weg naar de hersenschors, maar vormt ook een onderdeel van circuits in de hersenen die betrokken zijn bij de sturing van beweging, cognitie en emoties. Dat de thalamus op onderdelen is aangedaan, kan bijvoorbeeld een goede verklaring zijn voor het gegeven dat veel mensen met MS trager reageren. Al heeft dat ook te maken met de schade in de witte stof”.

Op basis van die theorie werken hij en zijn collega’s nu aan een behandelschema voor cognitieve klachten bij mensen met MS. “In de toekomst moeten we het afsterven van zenuwen en netwerken, de zogenoemde neurodegeneratie, harder gaan aanpakken, met medicijnen en andere methoden en als het even kan gelijk vanaf het begin van de ziekte”.

Jaren her

Zijn speciale aandacht voor de grijze stof dateert al van jaren her. Hij is er in 2005 met zeer hoge cijfers op gepromoveerd tot doctor in de wetenschappen. Zijn proefschrift heeft de titel Grey matters, zowel te vertalen als ‘het gaat om grijs’ als in ‘grijze zaken, grijze stof’. Signaleerde daarin dat het overigens geen nieuw spoor is naar MS, maar enigszins in de vergetelheid geraakt. Want al bijna een eeuw geleden, in 1916, door de Britse wetenschapper James W. Dawson genoemd.

Jeroen Geurts pakte die draad op. Schreef in zijn proefschrift dat er een verband bestaat tussen de beschadigingen in de grijze stof en afwijkingen van het geheugen, de concentratie en de aandacht bij mensen met MS. Kennis die hij mede baseert op weefselonderzoek aan hersenen van overleden mensen met MS. Ontdekte resten in de grijze stof van de isolerende huls myeline die rond zenuwbanen ligt en die er normaliter voor zorgt dat die zenuwsignalen ongestoord kunnen komen waar ze moeten zijn. Waar de huls verdwijnt, ontstaat kortsluiting.

Team

Onderzoek dat overigens nog steeds doorgaat en waarbij hij ook nu nog zelf is betrokken. “Ik werk er nog steeds aan met mijn team… artsen uit de neurologie, pathologie, radiologie, klinische neurofysiologie, anatomie, moleculaire biologie, immunologie en psychiatrie. Maar ook psychologen en biologen. Mijn opdracht is om al die vakgebieden, al deze mensen met die verschillende beroepen, met elkaar te verbinden. Daarbij gaat het als regel om een vraag die vakgebieden overstijgt. Dat moet centraal staan. En alle methoden die je gaat gebruiken om die vraag te beantwoorden moeten de slaaf zijn van die vakgebiedoverstijgende vraag. Dat is translationeel neurowetenschappelijk onderzoek volgens het model Geurts”.

130303-mszien1-wetenschap-geurts2Blijft, als het enigszins kan, daarbij ook zelf in het lab actief. “Zeker! Ik ben een onderzoeker in hart en nieren. Ik kan ook, denk ik, alleen maar leiding geven vanuit een inspirerende onderzoekspositie. Ik ben te nieuwsgierig om het onderzoek aan de microscoop te laten schieten. Daar zou ik ongelukkig van worden”.

Niet verbaasd intussen dat drie van zijn studenten juist recent het thema grijze stof in een eigen proefschrift verder uitdiepen: Menno Schoonheim, Hanneke Hulst en Evert-Jan Kooi. Die laatste behaalde daar in januari de universitaire graad van doctor mee, zoals elders te lezen is op MSweb (www.msweb.nl/proefschriften/3997 ). Menno Schoonheim en Hanneke Hulst – columniste op MSweb – hopen in 2013 tot doctor te promoveren.

Neemt ook de tijd voor een paar persoonlijke vragen.
Burgerlijke staat: “Gehuwd, geen kinderen”.
Woonachtig: “Amsterdam”.
Bekend met mensen die MS hebben?: “Zowel professioneel als in persoonlijke kring; vrienden”.
Eigen gezondheid?: “Tiptop”
Liefhebberijen?:“Beethoven; Italiaans eten – afhaal, we koken nooit, te druk, laat thuis vaak”.

Wat is er op 1 oktober 2012 nou eigenlijk precies voor u veranderd?
“Het hoogleraarschap is voor alles natuurlijk een hele bijzondere erkenning van mijn werk. Ik voel me ook enorm gesteund door dit prachtige instituut, het VUmc. Ik draag weer een stukje meer verantwoordelijkheid en kan weer iets beter aan de weg timmeren. Ik zie ernaar uit!”.
Maar een groot deel van zijn werk is hetzelfde gebleven. ”Als ik niet op reis ben, dan kan ik het erg druk hebben met besprekingen hier intern. In het team, maar ook individuele gesprekken met mensen die met vragen zitten over hun onderzoek; met het hersenweefsel onder de microscoop bekijken; tussendoor e-mails beantwoorden; een presentatie maken voor een symposium; een voorstel schrijven voor een cursus die ik volg”.

Brein in Beeld

fp-breinblogJeroen Geurts heeft bovendien nog tal van wetenschappelijke nevenfuncties. Zo is hij directeur van de Stichting Brein in Beeld (BiB; zie www.breininbeeld.org) . Een stichting van vooral vrijwilligers die zich speciaal inzet om wetenschappelijk werk te vertalen naar de maatschappij. “We vinden dat wetenschappers zich duidelijker moeten laten zien in maatschappelijke debatten. Daarnaast proberen we het centraal zetten van een vraag onder wetenschappers te stimuleren. Zoals ik nu hier doe, met interdisciplinair werken. BiB geeft zelfs hersenlessen op scholen om kinderen kennis te laten maken met wetenschappelijk denken”.

Daarnaast is hij lid van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, de KNAW. “En vanaf april dit jaar ook voorzitter. Ook daar probeer ik wetenschapsbeleid en –vertaling te beïnvloeden. Het ligt me na aan het hart, die translatie op verschillende vlakken. Het is trouwens ook gewoon erg leuk en belangrijk om terug te investeren in de maatschappij; die heeft namelijk ook in jou als wetenschapper geïnvesteerd. Ik ben in ieder geval een betere onderzoeker geworden door het bediscussiëren van mijn onderzoek in een breder kader”.

Wetenschappelijke taal verstaanbaar maken voor gewone mensen als MS-patiënten. In 2007 en 2009 heeft hij dat in de praktijk gebracht in twee boeken: Over de Kop en Kopstukken. In Over de Kop probeert hij antwoord te geven op vragen als: wat is bewustzijn, waar in je brein zit het, wat gebeurt er in je hoofd als je droomt, kan een dier denken? In Kopstukken ondervraagt hij andere hersenwetenschappers uit binnen- en buitenland over bewustzijn. Hij geeft ook lezingen over het brein en hersenonderzoek. En als hij tijd over heeft, schrijft hij een wetenschappelijke column op MSweb.

Op zijn CV staan naast zijn hoofdvak neurobiologie de vakken pathologie en radiologie.
Nooit gewoon arts willen worden?
“Ik heb een jaartje geneeskunde gedaan. En ik vond het niet leuk genoeg. Eigenlijk zo in de trant van: als je ABC hebt, dan heb je waarschijnlijk dit, bij ABD heb je dat; en als je dan vroeg waarom is dat zo, kreeg ik te horen: dat moet je gewoon leren, zo is het. Daar kon ik niet tegen. Toen heb ik besloten dat ik onderzoeker wilde worden. Misschien een heel domme keuze. Alleen is het voor mij goed uitgepakt en heb ik er zeker geen spijt van”.
Gaan we vast nog veel van horen… van Jeroen Geurts, hersenwetenschapper.

De openbare redevoering waarmee hij zijn hoogleraarschap officieel aanvaardt, de zogeheten oratie, heeft plaats op dinsdag 19 maart.

MSzien is deze artikelenserie begonnen in het voorjaar van 2007. Eerder kwamen aan het woord prof. dr. Chris Polman, prof. dr. Frederik Barkhof, prof. dr. Rogier Hintzen, prof. dr. Jon Laman, prof. dr. Erik Boddeke, dr. Eric Ronken, drs. Hugo Hurts, dr. Sandra Amor, dr. Inge Huitinga, dr. Wia Baron, dr. Leonie Boven, dr. Bert ’t Hart, dr. Jeffrey Bajramovic, dr. Brigit de Jong, prof. dr. Raymond Hupperts, dr. Freek Verheul, dr. Sjef Jongen, dr. Stephan Frequin, prof. dr. Jacques De Keyser, prof. dr. Otto Roelf Hommes, prof. dr. Bernard Uitdehaag, drs. Dorine Siepman, dr. Wieneke Mokkink, Marco Heerings (Nurse Practitioner), prof. dr. Elga de Vries, dr. Lizette Ghazi-Visser, prof. dr. Jack van Horssen, prof. dr. Piet Stinissen en nu voor de tweede keer prof. dr. Jeroen Geurts. Medisch adviseur voor de serie is Mart Mantel.
MSweb archiveert de artikelen in de rubriek Meer over MS > wetenschap  onder het motto: ‘MS-onderzoek in Nederland’. De meest recente afleveringen zijn ook te vinden in de rubriek Magazine.


MSzien jaargang 12, maart 2013 (1)

Dit bericht heeft 0 reacties
Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top