Atrofie in cervicale wervelkolom

Atrofie in cervicale wervelkolom

Atrofie van het ruggenmerg blijkt een van de belangrijkste oorzaken te zijn van onder andere mobiliteit problemen bij mensen met MS. Onderzoekers wilden daarom meer inzicht krijgen in hoe de atrofie van het ruggenmerg zich ontwikkelt in de cervicale wervelkolom (het bovenste deel van de wervelkolom, de halswervels). Voor elke vorm van MS, behalve in CIS, vonden zij in 1 jaar tijd een toename van atrofie in de cervicale wervelkolom.

In totaal waren er van 179 gezonde controle personen en 435 mensen met MS een MRI en klinische gegevens beschikbaar.

Van de mensen met MS hadden er:

  • 35 CIS
  • 259 RRMS
  • 99 SPMS
  • 42 PPMS

Na 1 jaar kregen 69 gezonde controle personen en 178 mensen met MS nogmaals een MRI en een klinische beoordeling. De 178 mensen met MS werden verdeeld in een groep klinisch stabiel of klinische achteruitgang.

Veranderingen

Met lineair mixed modellen werd gedurende langere tijd gekeken naar de verandering in de cervicale wervelkolom. Voor de berekening van de steekproef grootte werd de genormaliseerde percentuele verandering gedurende een jaar van de dwarsdoorsneden van het ruggenmerg (CSAn) genomen. Deze werd gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht.

Langer dan 5 jaar RRMS, meer atrofie

De dwarsdoorsneden van het ruggenmerg aan het begin waren kleiner bij mensen met MS dan bij gezonde controle personen, maar er was geen verschil tussen de gezonde controle personen en mensen met CIS. En was ook geen verschil tussen mensen met CIS en mensen die korter dan vijf jaar RRMS (vroege RRMS) hebben. Mensen die langer dan vijf jaar RRMS hadden, hadden meer atrofie in de wervelkolom dan mensen met vroege RRMS.

De atrofie bij mensen met RRMS werd voornamelijk gevonden in de halswervels tussen C1/C2 en C5. Bij SPMS was ook de atrofie zichtbaar in halswervel C6 en bij mensen met PPMS was de atrofie zichtbaar over de hele cervicale wervelkolom. Na een jaar bleken de dwarsdoorsneden van het ruggenmerg kleiner te zijn voor elke type, behalve bij CIS. Bij mensen met klinische achteruitgang was de atrofie op meer plekken in de wervelkolom aanwezig dan bij de stabiele groep.

Om 50% behandelingseffect te meten waren er 118 mensen met vroege RRMS nodig. In deze studie waren er minder dan 118 mensen met vroege RRMS en daarom is er niet gekeken naar de behandelingseffect.

Conclusie

De onderzoekers concludeerde dat atrofie van de cervicale wervelkolom toeneemt in MS gedurende 1 jaar, behalve voor CIS. En dat snellere atrofie kan bijgedragen aan verklaren van klinische verslechtering.

Bron: Rocca MA et all
Neurology. 2019 Nov 12;93(20), Epub 2019 Oct 14

Samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/31611336

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *