skip to Main Content

MRI ruggenmerg specifiek voor MS

MRI Ruggenmerg Specifiek Voor MS

Amerikaanse onderzoekers onderzochten de kwaliteit van specifieke witte stof banen in het ruggenmerg en relateerden deze aan klinisch functioneren in MS patiënten. De onderzoekers vonden dat er een relatie is tussen specifieke klinische functies en de kwaliteit van deze banen.

Onderzoekers gebruikten diffusie tensor imaging (DTI), gemeten door middel van MRI, om de kwaliteit (integriteit) van wittestofbanen te bekijken in het bovenste (cervicale) deel van het ruggenmerg. Deze banen worden ook wel de posterieure banen (PCs) en de laterale corticospinale banen (CSTs) genoemd. Ze onderzochten of er een relatie was tussen specifieke klinische functies, zoals loopfunctie en handfunctie, en de kwaliteit van deze wittestofbanen.

Aan deze studie deden 37 MS – of NMO (Neuromyelitis Optica) patiënten mee. Om klinisch functioneren te meten werden verschillende testen afgenomen, waaronder het meten van de vingerfibratie, de 25-foot timed walked test (25FTW), de 9-hole peg test (9HPT) en de expanded disability status scale (EDSS). Dit zijn testen om respectievelijk loopfunctie, hand/arm functie en algemene toestand te meten.

De onderzoekers vonden een relatie tussen specifieke klinische functies en de integriteit van de banen in het cervicale deel van het ruggenmerg. Een verminderde gewaarwording van vibratie in de vingers bleek verband te houden met afwijkingen in gegevens die iets zeggen over de kwaliteit van de witte stof (radiale diffusie en fractionele anisotropie) in de PCs, maar niet in de CSTs.

Klinisch functioneren gemeten met de 25FTW, de 9HPT en EDSS hing samen met genoemde gegevens in zowel de PCs als de CSTs. Patiënten die slechter scoorden op de 25FTW en 9HPT, hadden vaker schade aan beide wittestofbanen dan aan één van de banen.

Samenvattend was er een relatie tussen specifieke klinische functies en de kwaliteit van de wittestofbanen in het ruggenmerg. Daarnaast hadden patiënten met veel lichamelijke problemen vaker schade in beide banen dan in één van de afzonderlijke banen.

Bron: Naismith RT, Xu J, Klawiter EC, Lancia S, Tutlam NT, Wagner JM, Qian P, Trinkaus K, Song SK, Cross AH.
From the Departments of Neurology , Biostatistics, and Radiology – Washington
University and Department of Physical Therapy and Athletic Training, Saint Louis University, St. Louis
Neurology. 2013 Jun 11;80(24):2201-9

Back To Top