skip to Main Content

Botox voor blaasproblemen

Onderzoekers van het instituut voor neurologie in Londen hebben een techniek ontwikkeld om het geneesmiddel Botox© in de blaaswand te injecteren en zo problemen met de blaasspier te behandelen.

Blaasproblemen komen veel voor bij mensen met multiple sclerose (MS) en mensen met aandoeningen van de ruggengraat. Om een mens controle over zijn blaasfuncties te laten hebben, dient de prikkelgeleiding tussen de blaas en het aansturende zenuwstelsel intact te zijn. Als deze geleiding is onderbroken – bijvoorbeeld als de zenuwen zijn beschadigd door een laesie – ontstaat een afwijking, die dokters “detrusor sphincter dyssynergia” noemen.
De hersenen sturen de blaasspier dan niet meer goed aan. De spier knijpt in een reflex samen op het moment, dat de blaas een bepaalde hoeveelheid urine bevat. De stoornis staat ook bekend als blaasspier ‘overactiviteit’. Zij veroorzaakt een reeks vervelende symptomen, zoals plasdrang, frequent moeten plassen, de nood om ook ’s nachts vaak te moeten plassen en ook incontinentie.

Botox bevat botuline toxine. Dit is één van de sterkste zenuwverlammende vergiften op de wereld. Bij Botox is die giftige werking gelukkig zo ver afgezwakt, dat je de stof als geneesmiddel kunt gebruiken. Door injecteren in de blaas met een flexibel injectie systeem, kun je de bovengenoemde reflex en daarmee het samenknijpen voorkomen.
Het behandelteam heeft Botox gebruikt voor mensen met blaasproblemen als gevolg van MS, en voor behandeling van storingen tengevolge van andere ziekten zoals bij een ruggenmergziekte. Je kunt het middel ook toepassen bij blaasproblemen zonder aanwijsbare oorzaak (idiopatische blaassymptomen)
Zij behandelden 75 mensen. Alle deelnemers waren bereid en in staat om zichzelf te katheteriseren, indien ze hun blaas toch niet voldoende bleken te ledigen.
De 44 mensen met blaasproblemen als gevolg van een zenuwbeschadiging (inclusief MS) en de 31 mensen met idiopatische blaassymptomen ondervonden een duidelijke verbetering t.a.v. plasdrang, frequentie en incontinentie. Ook konden de mensen meer vloeistof tot zich nemen voordat ze moesten plassen.

De behandeling duurde 15 minuten, gaf minimale bijverschijnselen en veroorzaakte een lage pijngraad bij de deelnemers. Ongeveer 69 procent van de mensen met een blaasprobleem als gevolg van een zenuwbeschadiging en 19 procent van de mensen met idiomatische symptomen moest zich echter toch na de behandeling nog zelf katheteriseren, omdat teveel vocht in de baas achter bleef.

De conclusie van dit onderzoek is dat het een veilige, effectieve en goed verdraagbare behandeling voor mensen met blaasspier ‘ overactiviteit’ is. De schrijvers vertellen dat deze vernieuwde techniek relatief simpel door getraind personeel is uit te voeren. Zij nodigen onderzoekers van andere centra uit voor een bezoek aan hun kliniek om de techniek te leren.
Een eenmalige behandeling bleek na 36 weken nog te werken.
De op geneesmiddelen toezicht houdende autoriteiten hebben geen algemene toestemming gegeven voor het gebruik van Botox voor deze toepassing. Het geneesmiddel is er niet voor geregistreerd. De te behandelen patiënt moet dan ook voorafgaande aan de behandeling daar schriftelijk toestemming voor geven.

Het geneesmiddel lijkt een positieve werking op de kwaliteit van leven van de patiënten te hebben en de onderzoekers gaan door met het nog verbeteren van deze behandeling.

© Clinical Neuroscience & Rehabilitation. 2005 ;2 :34-35
Bron: www.mssociety.org.uk/news_events/news/research/botox_4_bladder.html

Back To Top