skip to Main Content

Een cursus na de diagnose, werkt dat?

Een Cursus Na De Diagnose, Werkt Dat?

Drs. Mariëlle Visschedijk (1972) geboren en getogen Twentse, studeert medische psychologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. De kennismaking met een jonge MS-patiënte tijdens haar studie, maakt diepe indruk op haar. In zoverre is het geen toeval dat zij nu onderzoek doet naar het effect van een zorgprogramma op de kwaliteit van leven van mensen met MS.

Door: Nora Holtrust

eb9mszien0204msonderzoekvu1Je krijgt de diagnose MS te horen en je voelt je doodongelukkig. Voordat je het weet zit je in een depressie of je voelt je op zijn minst bang en onzeker. Aan de MS is weinig te doen, maar aan die depressie misschien wel. Aan de Vrije Universiteit van Amsterdam is althans met succes een cursusprogramma uitgeprobeerd met mensen die net de diagnose MS te horen hebben gekregen. Dat cursusprogramma is ontwikkeld door de psychologe drs. Mariële Visschedijk, die daarop binnenkort hoopt te promoveren.

Rode draad van de cursus is de Rationeel Emotieve Therapie (RET), een therapie die onder meer bekend is voor mensen met depressies. “RET gaat er van uit dat ons gedrag en ons gevoel beïnvloed wordt door onze gedachten. De hele dag door hebben wij namelijk automatische gedachten. We weten vaak niet eens dat we die gedachten hebben maar ze zijn er wel degelijk en die gedachten beïnvloeden hoe we tegen een bepaalde situatie aankijken.

Niet-helpende gedachten

Nu kun je zogenoemde helpende gedachten hebben maar ook niet-helpende gedachten. Wat wij tijdens dit programma doen is, mensen leren om de automatische gedachten bij de lurven te grijpen en daar goed naar te kijken. Want je hebt vaak in bepaalde situaties steeds maar dezelfde terugkerende gedachten en die kunnen je gedrag negatief beïnvloeden. Daardoor kan het bijvoorbeeld zijn dat je je niet assertief gedraagt in een situatie die daar wel om vraagt. En mensen met MS moeten in feite extra assertief zijn. Of je hebt negatieve gedachten onder bepaalde omstandigheden, terwijl die negatieve gedachten helemaal niet nodig zijn”.

Mariëlle legt uit: “In een groep waar veel moeders met jonge kinderen zaten viel het ons bijvoorbeeld op dat zij vaak de gedachte kregen: ik heb MS en daarom ben ik geen goede moeder. Dat is een typisch voorbeeld van een niet-helpende-gedachte. Zo’n gedachte ondermijnt alles wat je doet, je omgang met je kinderen, enzovoort. Dus, vroegen wij aan de vrouwen: ‘is dat wel echt zo? Ben je echt een slechte moeder omdat je MS hebt?

Je ziet dat zo’n programma heel veel van patiënten vergt. Mensen moeten intensief gaan terugdenken aan vaak moeilijke situaties. Maar, het levert ook hele zinvolle eyeopeners op”, aldus Mariëlle

Nijmegen

De in Twente opgegroeide drs. Mariëlle Visschedijk verlaat op twintigjarige leeftijd het ouderlijk huis en gaat medische psychologie studeren in Nijmegen. Haar belangstelling gaat in die tijd al uit naar neurologische aandoeningen en zij specialiseert zich dan ook in neuro-psychologie en revalidatie-psychologie.

Als Mariëlle tijdens haar studie stage loopt in Reinier de Graaf Gasthuis in Delft, maakt zij daar kennis met een jonge vrouw met MS. “Haar verhaal heeft enorm indruk op mij gemaakt. De vrouw was begin dertig en net getrouwd. Op haar huwelijksreis had ze klachten gekregen, zonder te weten waar die klachten vandaan kwamen. Achteraf gesproken had zij toen haar eerste grote Schub. Ze kwam binnen op een bed en ik moest haar onderzoeken. Haar huwelijk was nog pril, maar de MS was haar huwelijk al onontkoombaar binnengeslopen. Wat op mij vooral zo’n indruk maakte was dat haar huwelijk toen eigenlijk al direct op springen stond. De impact die zo’n ziekte op iemands leven kan hebben. Dat was voor mij een enorme shock“.

Na haar studie werkt Mariëlle bij een Riagg en leest dan op een gegeven moment een personeelsadvertentie van het Vrije Universiteit Medisch Centrum (VUMC) in Amsterdam. Het VUMC is op zoek naar een psycholoog die een zorgprogramma voor mensen met de ziekte MS wil ontwikkelen. Dit zorgprogramma moet de kwaliteit van leven van mensen die nog niet zo lang geleden de diagnose MS hebben gekregen, verbeteren. “Toen ik die advertentie las, met dit onderzoek, toen dacht ik: dat is het gewoon voor mij”.

Medische psychologie

aeamszien0204msonderzoekvu3Mariëlle werkt inmiddels al weer enkele jaren op de afdeling medische psychologie, onderdeel van het VUMC. De medisch psychologen houden zich bezig met de psychologie van ziekte en gezondheid en de invloed van ziekte op het gedrag. Taken van onze Afdeling zijn patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek. De eerste jaren bij het VUMC geeft Mariëlle les in medische communicatie aan toekomstige artsen en ontwikkelt het zorgprogramma.

Hoofd van de afdeling medische psychologie is prof.dr. Henk van der Ploeg. Hij is tevens haar promotor, samen met het hoofd van het MS-centrum van de VU, prof. dr. C.H. Polman. Mariëlle vertelt dat zij op dit moment heel hard werkt aan de afronding van haar proefschrift. Het onderzoek heeft wat vertraging opgelopen vanwege de komst van een dochter. Ze werkt inmiddels ook part-time, maar het enthousiasme voor het onderzoek is er niet minder door geworden.

“Ik vind mijn onderzoek vooral zo interessant omdat het een combinatie is van theorie en praktijk”, vertelt Mariëlle. “Enerzijds verdiep ik me in de theoretische achtergrond van de groepsinterventie”, zoals de programma’s voor mensen met een chronische ziekte ook wel worden genoemd. “Anderzijds blijft mijn werk heel dicht bij de patiënten. Dat vond ik heel belangrijk toen ik hier kwam werken, want ik wil als psycholoog graag dicht bij mijn doelgroep blijven staan”.

Communicatievaardigheden

fb5mszien0204msonderzoekvu2“Toen ik hier op het VUMC kwam werken, was er al één pilotgroep gedaan. Maar, ik moest het hele programma verder nog ontwikkelen. Ik vind het eigenlijk meer een cursus met een deelnemersboek. De cursus is bedoeld om patiënten beter te leren omgaan met de implicaties die de ziekte heeft op hun dagelijks leven. Ik ben eerst de buitenlandse literatuur over dit soort programma’s gaan lezen.

En verder bestaan er wel soortgelijke programma’s, ook hier op het VUMC, maar alleen voor andere chronische ziekten, zoals diabetes. Daar ben ik natuurlijk gaan kijken. En zo heb ik die eerste twee jaar hier dus gewerkt aan het opzetten van een cursus, maar dan speciaal voor mensen met MS. Je moet de cursus zien als een soort vaardigheidstraining. Communicatievaardigheden zitten er bijvoorbeeld in. We leren patiënten op een goede manier ruzie maken. Het blijft allemaal heel dicht bij de patiënten”.

Ze vervolgt: “Nadat ik het programma had geschreven, of zeg maar de cursus met een deelnemersboek, hebben we het twee maal uitgeprobeerd. Aan één cursus kunnen maximaal acht deelnemers meedoen. De groep komt één keer in de twee weken, acht keer bij elkaar. Aan de hand van de eerste ervaringen is de cursus bijgewerkt en daarna hebben we voor het echte onderzoek drie maal een programma gedraaid met in totaal twintig deelnemers”.

Groep

Na een half jaar komen de deelnemers terug op de VU. Mariëlle: “Ze vullen dan een vragenlijst in en we praten over hoe het afgelopen half jaar is verlopen, bijvoorbeeld of ze de geleerde vaardigheden nog steeds in de praktijk brengen. En weer een half jaar later herhalen we dat nog een keer. En dan is het voor de deelnemers afgelopen”.

“Na drie keer was de koek een beetje op”, vertelt Mariëlle. “Mensen die zich aanmelden voor medische psychologie zijn op zich wel heel geïnteresseerd in dit programma, maar als puntje bij paaltje komt, vinden veel mensen het ook heel erg eng om aan zo’n groep mee te doen.

Eén patiënt zei: ‘enerzijds ben ik bang dat ik er het slechtste aan toe ben in de groep en anderzijds ben ik bang dat ik het minst slecht ben in de groep’. En dat verwoordt eigenlijk wel heel mooi wat het toch ook voor MS patiënten betekent om met andere MS patiënten geconfronteerd te worden”.

Mariëlle vertelt dat het programma nu zo is aangepast, dat het ook bruikbaar is voor individueel patiëntencontact en daar wordt veel gebruik van gemaakt. “Maar ja, dat is toch jammer. Want het grote voordeel van een groep is natuurlijk dat mensen ook heel veel van elkaar leren”.

Proefschrift

Totnogtoe is gebleken dat de mensen die hebben deelgenomen op de terugkomdagen erg enthousiast zijn. Volgens eigen zeggen hebben ze ook veel van de cursus geleerd. Of de echte resultaten van het onderzoek dit zullen ondersteunen, is nog te vroeg om te zeggen.
Mariëlle is nu druk bezig alle gegevens te verzamelen en haar proefschrift af te ronden. Ze verwacht daarmee eind 2004 klaar te zijn. De cursus komt in ieder geval als bijlage bij het proefschrift. Daar kunnen andere zorgverleners én mensen met MS straks hun voordeel mee doen.

MSzien 2004 nr. 2

Dit bericht heeft 0 reacties
Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top