Medicatie na je 60e?

MS onderzoek: Stoppen of doorgaan met medicatie na je 60e?

Niet eerder is de invloed onderzocht van stoppen met Ziekte Modificerende Therapiën (ZMT) op de kwaliteit van leven van mensen met MS die 60 jaar of ouder zijn. Uit dit onderzoek lijkt het erop dat stoppen met ZMT minimaal effect heeft mensen die ouder zijn dan 60 jaar.

De risico baten verhouding van blijvend gebruik van immuun modulerende ZMT bij oudere mensen met MS is onbekend. Op het moment zijn er enkel publicaties van retrospectieve observatiestudies bij ZMT die gevolgd werd door mensen met MS. In die studies was het stoppen van ZMT alleen gebaseerd op de stabiliteit van de ziekte. De deelnemers die stopten moesten de behandeling vaak weer starten. Onderzoekers lieten in een eerdere studie zien dat het stoppen met ZMT succesvoller kan zijn als de leeftijd in acht werd genomen.

Doelstelling van deze studie

De doelstelling van deze studie is om na verloop van tijd de veranderingen in resultaten tussen het stoppen en doorgaan met ZMT vast te stellen.

Er zijn resultaten van vragenlijsten gebruikt die door mensen met MS ouder dan 60 jaar zelf zijn ingevuld, zoals: European Quality of Life 5 Dimensions index (EQ-5D), Performance Scales (PS), Patient Health Questionnaire (PHQ9) en walking speed (Timed 25-foot walk).

178 van de 600 deelnemers stopten de ZMT en 89,3% (n=159) van hen die stopten, gebruikte helemaal geen ZMT meer.

Onder de uitkomsten liet alleen het model EQ-5D na verloop van tijd significante verschillen zien. Hieronder waren mensen die doorgingen met de therapie en een lagere kwaliteit van leven hadden in vergelijking met ‘stoppers’. Er waren geen significante groepsverschillen in de modellen PS, T24FW en PHQ-9.

In deze retrospectieve observatiestudie werden mensen met MS gevolgd die 60 jaar of ouder waren. Deze mensen kwamen uit MS klinieken en gebruikten minstens 2 jaar ZMT. Binnen de behandelgroepen werd gaandeweg de ontwikkeling van de resultaten vergeleken.

De behandelgroepen waren als volgt ingedeeld: 1) mensen die hun therapie vervolgden (‘vervolgers’), 2) mensen die hun therapie stopten voordat de onderzoekers wisten dat ze zouden stoppen (‘vroege stoppers’) en 3) mensen die hun therapie stopten nadat de onderzoekers wisten dat ze zouden stoppen (‘stoppers’).

De relatie tussen de tijd vanaf 60 jaar en de behandelgroep werd onderzocht, waarbij rekening gehouden werd met: leeftijd bij diagnose, geslacht, ziekteverloop bij MS-diagnose, periode van ZMT, start met ZMT en het vermogen te lopen bij 60 jaar.

Het ziektebeloop waarbij tijd gerelateerd werd aan EQ-5D was significant anders wanneer ZMT-vervolgers met ‘vroege stoppers’ werden vergeleken (p=0.015). Het ziektebeloop was niet significant anders wanneer vervolgers vergeleken werden met ‘stoppers’ en ‘vroege stoppers’. Wanneer het tijdstip van al dan niet stoppen werd weggehaald waren er geen significante verschillen tussen de drie groepen die de resultaten anders zouden maken.

Bron: Hua LH, et all
Mult Scler Relat Disord. 2019 Mar 1;30:252-256

Samenvatting: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30851638

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *