skip to Main Content

Vaatkatheterisatie voor bestrijden van MS

Met een ballonnetje aders beter doorgankelijk maken voor bloedafvoer uit de hersens is een veilige techniek. Dat beïnvloedt met name de schubvorm van MS gunstig. De techniek voor het verwijden van één van de twee ter zake zijnde aders moet nog verbeteren. De resultaten van de behandeling wettigen een grotere controlestudie.

Misvorming en daardoor vernauwing van aders (venen) die het bloed afvoeren uit de hersens leidt tot een verhoging van de bloeddruk in het brein. Dit verschijnsel heeft de naam chronische cerebrospinale veneuze insufficiëntie (CCSVI). Het betreft hier vooral vernauwingen in de twee binnenste venae jugularis (VJ) en in de vena azygos (VA). De misvormingen lijken te zijn ontstaan bij het aanleggen van de aders vóór de geboorte.

Italiaanse onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen, dat dit soort adervernauwingen specifiek te vinden is bij mensen met MS. Zij hebben dat in december 2008 gepubliceerd.

De onderzoekers behandelden vervolgens aan de hand van verkregen metingen 65 MS-patiënten met een katheterisatie, waarbij zij via een ingang in de onderbuik ballonnetjes in de VA of de VJ aanbrachten om de doorstroomsnelheid van het bloed daar te vergroten. Zij wilden de techniek testen en kijken of de behandeling een gunstige invloed had op het verloop van de MS.

De operatietechniek beoordeelden zij na gemiddeld 18 maanden aan de hand van meetgegevens over complicaties, druk in de aders en de mate van openheid van de aders.
Het gevolg voor de MS maten zij aan de hand van de hoeveelheid schubs en de mate waarin verse laesies op een MRI te vinden waren. Zij hanteerden scoretabellen voor het krijgen van een indruk van de motorische en cognitieve functie van de mensen (de MSFC-tabel) en voor de kwaliteit van leven (de QOL-tabel)

Poliklinische behandeling bleek goed uit te voeren en met verwaarloosbare complicaties. Na de operatie was de druk in de vaten aantoonbaar gedaald. Het risico van een nieuwe vernauwing was bij de VJ veel groter dan bij de VA. In totaal moesten 30 mensen opnieuw worden gekatheteriseerd. De onderzoekers concluderen dat hun techniek ten aanzien van de VJ moet worden verbeterd.

Het aantal schubvrije patiënten was in de 18 maanden van 27% gestegen tot 50% en het aantal verse laesies was gedaald van 50% tot 12 %. Daarbij valt op, dat de groep met een duidelijke verbetering in de doorstroomsnelheid van de vaten na de operatie geen schubs meer bleek te hebben. De invaliditeitsscore MSFC was bij de mensen met de schubvorm na een jaar aantoonbaar verbeterd. Dat was bij de groepen met PP- en SPMS niet het geval. De fysieke kwaliteit van leven verbeterde bij de mensen met de schubvorm statistisch aantoonbaar. In mindere mate was dit ook het geval bij de PP-groep. Bij de SP-groep konden de onderzoekers geen aantoonbare verbetering vaststellen.

In hun publicatie wijzen de onderzoekers op de zwakke punten in hun onderzoek. Dat betreft in de eerste plaats de niet blind uitgevoerde beoordeling, waardoor een placebo-effect niet uitgesloten is. De MRI werd niet altijd op dezelfde wijze uitgevoerd. Behandeling met gangbare immunomodulerende medicijnen, zoals Avonex en Tysabri, werd niet gestaakt en van deze middelen is ook een gunstig effect te verwachten.

Zij zijn zeer benieuwd naar de resultaten bij toekomstige beoordeling van de mensen die voor de tweede maal gekatheteriseerd zijn.

Al met al vinden zij, dat hun resultaten een beter en groter onderzoek billijken. Gezamenlijk door veel MS-centra en met bij de beoordeling geblindeerde neurologen en met steekproefsgewijze gekozen deelnemers.

Zij pleiten ervoor om twee groepen mensen met MS te vergelijken. De patiënten krijgen dan allen een behandeling met gangbare medicijnen en de helft ondergaat daarnaast een vaatbehandeling.

Bron: Zamboni P, Galeotti R, Menegatti E, Malagoni AM, Gianesini S, Bartolomei I, Mascoli F, Salvi F.- Vascular Diseases Center, University of Ferrara, Ferrara, Italy.
Journal of Vascular Surgery 2009 Dec;50(6):1348-1358.e3

Samenvatting

Back To Top