Vergelijking orale therapieën

Vergelijking van orale MS therapieën

Tegenwoordig worden orale immunotherapieën als standaardbehandelingen gezien voor mensen met RR MS. Onder deze therapieën vallen de middelen teriflunomide  (Aubagio®),  dimethyl fumarate (Tecfidera®) en fingolimod (Gilenya®). Een onderzoek groep uit Australië heeft een directe vergelijking van deze orale  therapieën uitgevoerd.

MSBase

Uit een wereldwijde database, MSBase-cohort studie, zijn mensen met RRMS geselecteerd die behandeld werden met teriflunomide, dimethylfumaraat of fingolimod. Zij moesten minimaal drie aaneengesloten maanden één van de therapieën gebruiken. Ook moesten er follow up data bekend zijn over het ziekte proces (bijvoorbeeld functiebeperkingen en terugvallen).

In totaal bestonden de groepen uit 614 gebruikers van teriflunomide, 782 gebruikers van dimethylfumaraat en 2332 gebruikers van fingolimod. Zij werden gevolgd over de mediaan van 2,5 jaar.

Vier effecten vergeleken

De groepen werden daarna paarsgewijs met elkaar vergeleken op vier effecten:

  1. Jaarlijks terugvalpercentage
    Voor dit onderzoek werden negatieve binomiale regressie modellen gebruikt. Met de negatieve binomiale regressie modellen onderzoek je of er verschil is tussen hoeveelheid terugvallen in de verschilde groepen.
  2. Gevaren van opeenhopen van functiebeperkingen
  3. Verbetering van functiebeperkingen
  4. (Tussendoor) stoppen met de therapie
    Voor deze onderzoeken werden survival modellen gebruikt. Deze modellen geven informatie over de tijd tot een optreden van een bepaalde gebeurtenis. Dus bijvoorbeeld de tijd die tussen de eerste meeting zit en dat er wordt gestopt met de behandeling.

Het jaarlijkse terugvalpercentage van de fingolimod groep was lager in vergelijking met teriflunomide (0.18 versus 0.24; p = 0.05) en dimethylfumaraat (0.20 vs 0.26; p = 0.01).

Tussen de groepen die dimethylfumaraat en teriflunomide gebruikten werd geen verschil gemeten in het jaarlijkse terugvalpercentage (0.19 versus 0.22; p = 0.55). Er werden geen verschillen in opeenhoping van functiebeperkingen (p> 0,59) of functieverbetering (p> 0,04) gevonden tussen de therapieën.

Bij mensen met MS die minimaal 3 maanden fingolimod gebruikten was het minder waarschijnlijk dat ze stopten met de therapie vergeleken met de mensen die teriflunomide en dimethylfumaraat (p <0,001) gebruikten. Stoppen met de therapie was vergelijkbaar tussen de groepen aan teriflunomide en dimethylfumaraat (p = 0,68).

Samengevat geeft de directe vergelijking als uitkomst dat:

  1. Fingolimod een lagere terugvalfrequentie heeft in vergelijking met teriflunomide en dimethylfumaraat
  2. De therapieën vergelijkbare uitkomsten hebben in opeenhoping van functiebeperkingen
  3. De therapieën vergelijkbare uitkomsten hebben in verbeteringen van functiebeperkingen
  4. De mensen die fingolimod gebruiken minder snel stoppen met de behandeling dan de mensen die teriflunomide en dimethylfumaraat gebruiken.

Voor het onderzoek werden de mensen met MS mediaan 2,5 jaar gevolgd. Dit onderzoek kon dus niet zeggen over het effect van de therapieën over een langere periode.

Bron: Kalincik T et all,
J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2019 Jan 13, Epub ahead of print

Samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30636699

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *