Tegenspoed

Blog Geert Jan

″Nou, u had helemaal gelijk hoor!″ De glimlach die ik meen te bespeuren op haar gezicht zal wel gemaakt zijn; dat kan ook eigenlijk niet anders. Zij zal zich toch lichtelijk moeten schamen. Plaatsvervangend dan wel, want zij kan er zelf immers niets aan doen. Wie wel? Ik laat ook maar een glimlach zien. ″Zie je wel, dat dacht ik al. Helaas pindakaas, kan gebeuren″, zeg ik, terwijl ik een implosie onderdruk. Liever had ik geen gelijk gehad.

https://www.msweb.nl/wp-content/uploads/2019/04/20190405-tegenspoed-MSweb-Geert-Jan.jpgZe zouden mij toch niet vergeten zijn? Zou ik überhaupt wel bestaan voor hen? Naarmate de dag vorderde kwamen deze vragen steeds vaker bovendrijven. Al bijna vijf uur, vanaf klokslag 11:00 uur, lag ik reisklaar op bed. Gereed om te worden opgehaald door mijn alternatieve taxi naar huis.

Vier dagen daarvoor, dinsdag tegen 17:30 uur, kon ik van twee ambulancebroeders een lift krijgen naar het ziekenhuis. Mijn innerlijke temperatuur was het afgelopen uur vrij snel omhoog gegaan. Op zich geen wereldramp, want half Nederland schijnt op dat moment buikgriep te hebben. Maar ik kampte al met een blaasontsteking en één plus één is bij mij waarschijnlijk iets meer dan twee.

Op zaterdag mocht ik weer gaan. Het dilemma betreffende hoe-komt-hij-weer-naar-huis werd bij eerdere edities van dit ziekenhuisfestijn opgelost door mijn dochter Susanna. Middels de stadsbus wist zij de elektrische rolstoel op mijn ziekenhuiskamer te parkeren. Haar enthousiasme daarbij betwijfel ik. Nu haar leven zich in Groningen afspeelt is deze vanzelfsprekendheid verdwenen.

″Oh, daar hoeft u zich geen zorgen over te maken, hoor.″ Regeren is vooruitzien, dus toen ik op donderdag weer wat reëler kon nadenken begon ik over het rolstoelvraagstuk. Het was een gewone ambulance die mij naar huis zou kunnen brengen, maar in deze hoedanigheid heette deze dan een zorgambulance. Helaas, kennelijk was er wat mis gegaan bij het aanvragen.

De zoveelste antibioticakuur, waar ik aanvankelijk per infuus mee was begonnen, moest ik in tabletvorm thuis verder afmaken. Eitje, bekend verhaal. Ik had genoeg pillen meegekregen tot na het weekend. Bij de apotheek moest ik dan de overige acht bacteriedoders halen. Knieperds!

Enkele dagen later ging ik naar mijn eigen apotheek. ″Het recept zet ik even in de computer en breng dan dat wat u nodig heeft.″ Zo klaar, dacht ik nog. Ruim 20 minuten later liet ik mij weer horen. Mijn geduld raakt ook wel eens op! Haar collega vroeg mij nog even geduld te hebben. Het was immers een flinke lijst! Eh, acht pilletjes, toch?

Alsof het zo had moeten zijn zie ik op dat moment, op de achtergrond ergens tussen de kasten, de betreffende apothekersassistente lopen. Ze draagt een aantal dozen, waarvan de bovenste mij bekend voorkomt. Die heb ik thuis ook staan, denk ik nog. Die daaronder ook! Even later komt zij mij uitleg geven. ″Het was aardig wat. U heeft veel nodig!″

Ik implodeer als zij de door het ziekenhuis gefaxte lijst voorleest. Zij benoemt hulpmiddelen en medicijnen die ik thuis al heb staan. ″Ik snap niet waarom u dit opnieuw moet invoeren? Staan die nog niet in de computer? Het gaat nu alleen om het onderste medicijn.″

″Oh sorry, heeft u nog even geduld?″

Geert Jan

Fotografie: Ali Huisman

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *