‘Slaapprofessor’ aan de slag met MS-cognitieteam (44)

MS-onderzoek in Nederland (44): dr. Ysbrand Douwe van der Werf

Nederland kent hooggekwalificeerd MS-onderzoek. Gestimuleerd door de eerste MS-professor, Chris Polman, die aan de wieg stond van het MS-centrum van het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam, het VUmc. Met hem begon MSzien tien jaar geleden deze artikelenserie. Sindsdien kwamen hier al vele wetenschappelijke onderzoekers langs die in meer of mindere mate op MS zijn gefocust, uit alle windstreken. Ditmaal bij het VUmc dr. Ysbrand van der Werf, bioloog en psycholoog.

Door: Raymond Timmermans

dr. Ysbrand van der Werf, neurowetenschapper bij het medisch centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam

dr. Ysbrand Douwe van der Werf, neurowetenschapper bij het medisch centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam

Hersensystemen die ondermijnd zijn door MS kunnen desondanks vaak nog heel goed werken. Niet altijd volgens de hersenroute die daarvoor is ontworpen, maar langs een omweg.

“Dat kan ik vrij goed in beeld brengen”, zegt dr. Ysbrand Douwe van der Werf, neurowetenschapper bij het medisch centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam – het VUmc. “De kunst is nu om het hersensysteem van mensen met MS dan ook nog van buitenaf gunstig te beïnvloeden”.

Om ook daar een bijdrage aan te leveren werkt hij nauw samen met het MS-centrum van het VUmc, vooral met de mensen die zich bezighouden met cognitie: het geheugen, de concentratie, snelheid van informatieverwerking en aandacht. Waarvoor in mei 2016 het Expertisecentrum Cognitie is opgericht.

Niet alleen om onderzoek te doen naar de processen die bij mensen met MS cognitieve problemen veroorzaken, om die beter te kunnen begrijpen,maar ook om die problemen te behandelen en zo mogelijk op te lossen.

Omweggetjes

Over die cognitieve problemen zei VUmc-prof. Jeroen Geurts eerder in deze serie: “Als je in de loop van de dag vermoeider raakt, lijkt het net alsof de hersenen omweggetjes aan het maken zijn”. En dat laatste gebeurt volgens hem ook echt. “Omdat de hersenen door kortsluitende schade in de witte, isolerende stof, de myeline, op een traject vastlopen, gaan ze een ander traject proberen. Dat kost meer tijd en moeite”.

Ysbrand – spreek uit Iesbrand – van der Werf (*1971; Groningen) –  onderschrijft dat direct. “Dat proces van compenseren via andere trajecten zien we ook bij andere aandoeningen. Aan de ene kant is dat natuurlijk heel plezierig, want daardoor kunnen mensen met MS vaak toch nog functioneren terwijl er hersenschade is; aan de andere kant vergen die omweggetjes meer energie”.

Hij vindt dat dit een nog te weinig belicht probleem is. “Het zijn vaak niet de bewegingsstoornissen waar mensen met MS over klagen, maar juist die cognitieve stoornissen en bijvoorbeeld de gestoorde slaap, die de kwaliteit van leven erg kunnen beïnvloeden”.

Om op dit gebied meer inzicht te krijgen doet hij bij mensen directe waarnemingen van hun hersentrajectenen kan dan zelfs aangeven waar iets niet goed gaat. “We noemen dat empirische metingen en registraties. Meestal beeldvormend onderzoek van de hersenen – MRI, EEG, MEG, PET. Afkortingen voor evenzovele methoden om langs de wetten van de natuurkunde nauwkeurig te meten wat er in het lichaam en in dit geval dus binnen de hersenen gebeurt. Maar waarmee ik alleen kan kijken. Voor ingrijpen is meer nodig. En daar zijn we nu dus mee bezig”.

Bioloog

Ysbrands basisvak is de biologie, de wetenschap van alles wat leeft.

“Als kind wist ik al dat ik bioloog wilde worden; veldbioloog, iemand die levende planten en dieren bestudeert”. Hij is haast als vanzelf meer geconcentreerd geraakt op het dier dat we mens noemen. En in het bijzonder op het brein van die mens. Daarom na biologie (1989-1995; Universiteit Groningen) ook psychologie (1991-1996; VU Amsterdam) gaan studeren, de wetenschap die zich vooral bezighoudt met wat het menselijk brein verwerkt en aanstuurt. Uiteindelijk in 2000 bij de faculteit geneeskunde van de VU tot doctor gepromoveerd met een proefschrift over circuits voor geheugen en geheugenstoornissen bij mensen met een herseninfarct.

Duidelijk gefascineerd door het brein. “Door de complexiteit vooral. Het vermogen van het brein diverse vaardigheden tegelijk te hebben: taal, concentratie, problemen oplossen, aandacht, geheugen”. Zijn constateringen aan de apparaten die hij bedient verbazen hem geregeld en soms beangstigen ze hem zelfs. “Bedenk maar: hoe kan het dat de hersenen van iemand die in coma ligt soms meetbaar lijken te reageren op vragen die je stelt?”.

Zijn eerste onderzoeksbaan op dit specialistische gebied had hij op het neurologische instituut van het Canadese Montreal, van 2000-2003. “Daar heb ik kennis gemaakt met het beïnvloeden van het hersenproces, hersenstimulatie. En die ervaringen ben ik in Amsterdam gaan gebruiken”

Lange, slanke man, zwarte bos krullend haar, forse bakkebaarden, blauwe ogen, beweeglijke handen met vingers als van een pianist. Snelle prater, zichzelf voortdurend aanvullend en verbeterend.

Slaap

Voor velen geen onbekende wellicht, want de afgelopen jaren meermalen op radio en televisie vanwege zijn deskundigheid op het gebied van de slaap. In het bijzonder nog na het verschijnen van zijn boek Iedereen slaapt. Leverde hem zelfs de naam van ‘slaapprofessor ‘op.

Zijn gerichtheid op dit onderwerp is begonnen na terugkomst uit Canada, door zijn contact met de onderzoeksgroep van professor dr. Eus van Someren van het Nederlandse Herseninstituut (NHI), ook in Amsterdam . “Zij deden onderzoek op het gebied van slaap en geheugen, naar slaapstoornissen en het reguleren van gezonde slaap”.

Dat bracht hem ook in aanraking met de cognitie-onderzoekers van het Amsterdamse MS-centrum. “Van hen weet ik dat wel zes op de tien mensen met MS klagen over cognitiestoornissen en velen van hen over slechte slaap. Mogelijk doordat ze niet meer zo actief kunnen zijn overdag en daardoor niet meer de fysieke vermoeidheid kunnen krijgen die kan helpen om in slaap te vallen. Mogelijk doordat ze overdag rust nemen en er voor de nacht maar weinig slaap-behoefte overblijft”.

Hij realiseert zich dat overdag rusten haast niet anders kan voor mensen met MS. “Het juiste recept voor slaap is dus juist in het geval van MS lastig; want wil je overdag wakker blijven om ’s nachts goed te kunnen slapen of put je jezelf daarmee overdag dan alleen maar uit? Het lijkt een tweesnijdend zwaard, waar maar moeilijk een goede oplossing voor is te verzinnen. Daar ligt een uitdaging voor ons onderzoekers, om samen met de mensen met MS te kijken wat het beste werkt. Want slecht slapen is niet alleen vervelend, je geheugen heeft er onder te lijden en je concentratie wordt minder optimaal”.

 Moeders met MS

Waar hij zulke mensen met MS van kent?
“Mijn moeder had MS, kreeg de diagnose in het jaar voor ik geboren werd. Ze overleed uiteindelijk, nadat er tevens leukemie bij haar geconstateerd werd, op 57-jarige leeftijd. In de eerste vijftien jaar was de ziekte relatief mild en hoefde ze alleen ’s middags te slapen. In jaren erna werd ze steeds meer rolstoel-gebonden”.

Voor collega dr. Hanneke Hulst, met wie hij nu te maken heeft bij het MS-centrum, een bekend verhaal. Ook haar moeder had MS en ook haar moeder is inmiddels overleden. Maar het is niet de enige reden waarom deze twee neurowetenschappers een klik hebben.

Ook Hanneke is zeer gericht op cognitieve achteruitgang bij MS. Dat was in november 2014 het hoofdthema van het proefschrift waarop ze haar doctorstitel behaalde. Samen met Jeroen Geurts en Ysbrand van der Werf beseft Hanneke Hulst steeds meer dat MS-schade zich in de grijze stof van de hersenen bevindt en niet alleen in de witte stof, de verbindingen tussen hersencellen. En dat die grijze stof juist van zeer groot belang is als het gaat om cognitieve problemen.

Ysbrand van der Werf, VUmc

Ysbrand van der Werf demonstreert de toepassing van Transcraniële Magnetische Stimulatie (TMS) op het hoofd van collega dr. Odile van den Heuvel.

Om daarover meer te weten te komen zijn zij en de andere leden van het Expertisecentrum Cognitie – over hen gaat de volgende aflevering in deze artikelenserie -zeer blij met Ysbrands specialistische inbreng.

Hanneke Hulst: “Ysbrand heeft zelfs kennis van een nieuwe methode waarmee we de hersenen kunnen activeren en daardoor de cognitieve functies mogelijk verbeteren. Transcraniële Magnetische Stimulatie (TMS) heet het, oftewel hersenstimulatie door de schedel heen. Recentelijk hebben wij dit toegepast in een kleine groep mensen met MS, waarin de resultaten voorzichtig positief zijn”.

Deze methode is verwant aan de transcranial Alternating Current Stimulation (tACS), beschreven in de vorige aflevering van deze serie, waarin Ysbrand al even voorbij kwam in verband met de studie die dr. Branislava Ćurčić-Blake in Groningen daarmee doet.

Of met deze methoden ook humeurmanagement mogelijk is, het onderliggende thema van dit nummer van MSzien, dat is een nog niet beantwoorde vraag.

Drijfveer

Ysbrand van der Werf is bescheiden over zijn rol: “Mijn simpele doelstelling is te proberen mijn kennis van nut te laten zijn voor verschillende ziektebeelden, zoals nu dus MS, om de klachten van die mensen te kunnen verminderen. Daarbij is kennisvermeerdering eigenlijk mijn enige drijfveer, met schaarse momenten van succesvolle resultaten als krenten in de pap”.

Intussen loopt zijn agenda almaar voller. Op een gemiddelde werkdag geeft hij lezingen of colleges, vergadert hij met diverse teams, spreekt met de aan hem toevertrouwde onderzoekers of artsen in opleiding, doet proeven, schrijft aanvragen voor subsidie. Tussendoor bezoekt hij vaak een congres over beeldvormende technieken in de hersenwetenschappen.

Naar hij aanneemt is hij nog niet op de helft van zijn werkzame, onderzoekende leven. Met al vele tussenstations. Om eens wat te noemen: bestuurslid van de Stichting Hersenstimulatie, sinds kort voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Slaap-Waak Onderzoek (NSWO). Ook lid van het team van de Nederlandse Hersenbank, vlakbij het VUmc, dat om wetenschappelijke redenen hersenweefsel wegneemt bij overleden mensendie daarvoor toestemming hebben gegeven. “Gelukkig woon ik tien minuten fietsen van de plek van die meestal nachtelijke ingrepen”.

Veel passies ook daarbuiten. Gaat het liefst op actieve vakanties in de bergen, maakt trektochten in de natuur tot in Papoea Nieuw Guinea aan toe. Houdt zich in conditie door veel te schaatsen, wielrennen en hardlopen. “Bovendien woon ik drie hoog zonder lift en ben ik vegetariër. Wel mag ik misschien iets beter op mijn eigen slaap gaan letten, want ik leef door mijn werk nogal onregelmatig en slaap daardoor variabel. Maar OK, vooralsnog zonder gevolg”. Ongehuwd, maar dat verbaast dan natuurlijk niemand.

Ooit iets anders willen worden?
“Soms denk ik nog wel eens aan de reden dat ik biologie ben gaan doen en heb ik de sentimentele gedachte, dat ik veldbioloog had moeten worden, in een oerwoud of op zee of in Antarctica”.

Meer lezen?

Dit artikel is onderdeel van een serie die MSzien is begonnen in het voorjaar van 2007. Sindsdien zijn tientallen wetenschappers aan het woord geweest. MSweb archiveert alle artikelen van de serie in de rubriek ‘MS-onderzoek in Nederland’.

Dit artikel is eerst verschenen in MSzien nr. 3 – september 2017

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *