homesitemapcontactA+

Behandeling

Fp Groot Diagnose

De behandeling van MS bestaat uit verschillende onderdelen en wordt aangepast aan de ernst en het stadium van de ziekte en de persoonlijke omstandigheden. Er is dus geen standaard behandeling die voor iedereen geldt.

De behandelingsmogelijkheden kunnen als volgt worden ingedeeld:

  1. Middelen die de duur van een relaps (schub) bekorten
  2. Middelen die de ziekte afremmen
  3. Middelen die de symptomen bestrijden (zie daarvoor subrubriek Klachten)
  4. Multidisciplinaire behandeling
  5. Alternatieve behandelingen

De reguliere medische wetenschap ziet MS in de eerste plaats als lichamelijke aandoening. De beschikbare behandeling bestaat vooral uit het voorschrijven van medicijnen. Deze medicijnen, voorgeschreven door de neuroloog, richten zich met name op het verminderen van de stoornis van het afweersysteem. De medicijnen zijn niet voor alle vormen van MS geschikt en zijn niet in staat MS te stoppen.

Omdat MS op vele gebieden van het leven ingrijpt is meestal alleen een behandeling met medicijnen niet voldoende. Binnen de medische wetenschap begint meer oog te komen voor de mens achter de patiënt. Hoe kunnen mensen zo optimaal mogelijk leven met een chronische ziekte die op dit moment niet is te genezen? Afhankelijk van de problemen zullen daarom behalve de neuroloog ook andere deskundigen worden ingeschakeld. Neurologen werken in toenemende mate samen met MS-verpleegkundigen en medische en para-medische specialisten. Steeds vaker richten zij speicaal daarvoor een MS-centrum op.

De alternatieve behandelaar ziet MS vaak als een verstoring van het evenwicht tussen lichaam en geest. Doordat gedachten en gevoelens niet in evenwicht zijn met het verstand of het lichaam wordt iemand lichamelijk ziek. Doel van de behandeling is het herstellen van het evenwicht. Aan alternatieve behandelingen zijn vóór- en nadelen verbonden.

Kijk op Zorgkaart MS in deze rubriek voor adressen van neurologen en verpleegkundigen.

Zeventig tot tachtig procent van de mensen die MS krijgt begint met de relapsing remitting vorm van MS, de vorm die gepaard gaat met MS-aanvallen. De hier besproken middelen zijn bedoeld voor die vorm van MS. Medicijnen ter bestrijding van symtomen zijn te vinden in de subrubriek Klachten.

Hieronder eerst aandacht voor de middelen die het langste in gebruik zijn, de zogenoemde corticosteroïden, gericht op het bestrijden of bekorten van een MS-aanval. Vervolgens aandacht voor de middelen die de voortgang van de ziekte én de MS-aanvallen kunnen afremmen. Dat zijn de verschillende soorten interferon (merknamen: Avonex, Betaferon en Rebif) en glatirameeracetaat (Copaxone). Verder aandacht voor nieuwere middelen zoals het in 2006 geregistreerde middel Tysabri en in 2012 geregistreerde middel Fingolimod. Ten slotte aandacht voor de minder bekende middelen methotrexaat, immunoglobuline en mitoxantron.

Voor alle medicijnen geldt: meer weten? Raadpleeg een arts, lees altijd de bijsluiter en ga naar www.apotheekkennisbank.nl voor meer informatie.

Pas op bij Zwangerschap

Denk er wel aan dat alle bekende medicijnen tegen MS in principe schadelijk zijn voor een ongeboren vrucht. De oudere medicijnen zoals interferon en Copaxon bestaan uit grote moleculen, die tijdens de voor de ongeborene kritieke fase van de eerste drie maanden na het begin van de zwangerschap niet via de placenta kunnen doordringen bij het kind. Ook daarna zijn ze nauwelijks te ontdekken. De nieuwste medicijnen, zoals Gilenya (fingolimod) en Aubagio (teriflunomide), hebben veel kleinere moleculen die wel direct door de placenta kunnen. Fingolimod is bij staken van de inname na een paar maanden uit het lichaam verdwenen en teriflunomide pas na een paar jaar.

1. Middelen die de duur en de ernst van een relaps (schub) bekorten

Corticosteroïden

Bijnierschorshormonen (corticosteroïden) zijn hormonen die in het algemeen ontstekingen afremmen. Deze corticosteroïden worden soms als medicijn bij de verergering van MS-klachten, de zogenoemde schub, voorgeschreven. De meest bekende vormen zijn methylprednisolon, prednison en dexamethason. Deze middelen kunnen de ernst en de duur van een Schub verminderen maar zij hebben geen invloed op het ziektebeloop zelf.

Verreweg het meest gebruikte middel in Nederland om een MS-aanval (schub) te bestrijden is methylprednisolon. De toediening gebeurt meestal via een infuus maar medio 2015 is Frans onderzoek gepubliceerd in de Lancet waaruit bleek dat een kuur met pillen zeker zo goed werkt als een infuus. Een kuur duurt in het algemeen drie tot vijf dagen, afhankelijk van de dosis. Met een infuus komt zowel dagbehandeling als ziekenhuisopname voor, soms zelfs thuisbehandeling. Methylprednisolon bestaat ook in tabletvorm, maar tot nu toe was toediening via een infuus gebruikelijk. Sommige artsen (en patiënten) geven de voorkeur aan het middel dexamethason.

Over het algemeen treden bij een kuur van bijnierschorshormonen geen ernstige bijwerkingen op, met name omdat het om korte kuren gaat. Bij langdurig gebruik kunnen wel ernstige bijwerkingen ontstaan, zoals botontkalking, suikerziekte en gewichtstoename. Vanwege deze bijwerkingen, schrijven de meeste artsen een dergelijke kuur niet vaker dan twee maal per jaar voor. Omdat deze medicijnen alleen een MS-aanval bestrijden, is het niet zinvol dat mensen met een progressieve vorm van MS deze medicijnen gebruiken.

2. Middelen die de ziekte afremmen

In 1996 is het eerste middel op de markt gekomen dat MS afremt, althans bij een deel van de mensen. Het is een middel dat de patiënt bij zichzelf moet injecteren. We hebben het over Bèta-Interferon, al snel gevolgd door Avonex en Rebif en nog iets later door Glatirameracetat (Copaxone).
Vanaf 2011 kwam een nieuwe golf van medicijnen op de markt. Geen injecteerbare middelen maar pillen of infusen. Daar zitten ook zogenoemde ‘tweedelijns’ medicijnen bij. Dat betekent dat de arts die pas mag voorschrijven nadat gebleken is dat een eerstelijns medicijn niet werkt. De meest recente informatie over medicijnen is te vinden in de rubriek MS Onderzoek >> Dossiers. Meer algemene informatie over medicijnen staat in de rubriek: Meer over MS.

Interferon-bèta

Interferonen zijn natuurlijke eiwitten die door het lichaam zelf worden aangemaakt. Zij spelen een rol bij het afweersysteem en bij bestrijding van ziekten. Er zijn verschillende interferonen waarvan bijvoorbeeld gamma-interferon heeft bewezen een negatieve uitwerking op MS te hebben, terwijl alpha-interferon geen effect heeft op MS.

Wel effect blijkt interferon-bèta te hebben en daarop is de aandacht voor onderzoek bij MS dan ook gevestigd. Inmiddels zijn er verschillende interferonen geregistreerd als medicijn voor het gebruik bij MS. Interferon bèta-1b (Betaferon) en Interferon bèta-!a (Avonex en Rebif). Een deel van de mensen die interferon beta (Avonex, Betaferon of Rebif) gebruiken, ontwikkelt antistoffen tegen interferon beta. Dit komt doordat het afweersysteem de toegediende interferon als ‘lichaamsvreemd’ beschouwt. Het wordt steeds duidelijker dat deze antistoffen ervoor kunnen zorgen dat de interferon beta minder effect heeft. Dit kan een verklaring zijn voor het feit dat sommige mensen die interferon beta gebruiken toch nog Schubs krijgen. Recente onderzoeken laten zien dat mensen met antistoffen niet veel baat meer hebben van de interferon, en dus mogelijk beter zouden kunnen overstappen op andere medicijnen. Er zijn steeds betere technieken om antistoffen tegen interferon beta in het bloed te kunnen bepalen.

Betaferon (interferon bèta-1b)

Betaferon moet je om de andere dag onderhuids inspuiten en daarvoor zijn autoinjectors beschikbaar. Zowel bij het starten met Betaferon maar ook in het vervolgtraject, kun je gratis hulp van Schering krijgen. Ongeveer 80 procent van de gebruikers heeft last van reacties op de injectieplaats. De huid kan gezwollen, rood en pijnlijk worden. Andere bijwerkingen die voorkomen zijn: grieperig gevoel, moeheid, menstruatiestoornissen en depressie. De bijwerkingen nemen dikwijls na drie maanden af en zij verminderen als daarnaast Ibuprofen wordt gebruikt. Betaferon hoef je niet koel te bewaren tenzij de temperatuur boven de 25 graden uitkomt.

Betaferon wordt voorgeschreven aan mensen met de relapsing remitting vorm van MS. Het middel vermindert het aantal en de ernst van een Schub met 30 tot 33 procent en houdt fysieke verslechteringen enigszins tegen. De ontstekingen die te zien zijn op de MRI nemen duidelijk af. Betaferon is ook geregistreerd voor de behandeling van mensen die slechts één aanval hebben doorgemaakt en die een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van klinisch definitieve MS.

Avonex (interferon-bèta-1a)

Zoals gezegd bestaan er verschillende interferonen. Betaferon heeft als basis interferon bèta-1b, terwijl Avonex en Rebif als basis interferon-bèta-1a hebben. Interferon-bèta-1a is gemaakt van een kweek van zoogdiercellen en heeft dezelfde samenstelling als het menselijk product. Avonex van de firma Biogen, is sinds 1997 in Nederland toegestaan.

Avonex moet je eenmaal per week in een spier inspuiten. De voorgevulde spuit bewaar je bij voorkeur in de koelkast bij 2-8 graden celcius maar kan ook één week op kamertemperatuur worden bewaard. Avonex heeft een autoinjector. Reacties op de injectieplaats komen weinig voor, omdat het medicijn in de spier wordt gespoten. Bijwerkingen die kunnen voorkomen zijn griepachtige verschijnselen, hartkloppingen, rugpijn, opvliegingen, misselijkheid, braken, huiduitslag, slaapproblemen, nervositeit en depressie. De bijwerkingen nemen na drie maanden dikwijls af.

Avonex vermindert het aantal en de ernst van de MS-aanvallen met 30 tot 33 procent en houdt fysieke verslechteringen enigszins tegen. De ontstekingen die te zien zijn op de MRI nemen duidelijk af. Avonex is bovendien geregistreerd voor de behandeling van mensen die slechts één aanval hebben doorgemaakt en die een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van klinisch definitieve MS.

Rebif New Formulation (interferon-bèta-1a)

Rebif bestaat net als Avonex uit interferon-bèta-1a; is afkomstig van de farmaceutische fabrikant Merck Serono en is in 1998 in Nederland toegelaten. Rebif moet je driemaal per week inspuiten door middel van een onderhuidse injectie en je moet het koel bewaren.
Ongeveer 30 procent van de gebruikers heeft last van reacties op de injectieplaats, zoals roodheid of enigszins pijnlijk. Deze reacties kunnen na verloop van tijd afnemen. Minder vaak voorkomende bijwerkingen zijn griepachtige verschijnselen, hartkloppingen, rugpijn, opvliegingen, misselijkheid, braken, diarree, huiduitslag, slaapproblemen en nervositeit.

Rebif vermindert het aantal en de ernst van de MS-aanvallen met 30 tot 33 procent en houdt de fysieke verslechteringen enigszins tegen. De ontstekingen die te zien zijn op de MRI nemen duidelijk af. Rebif is geschikt voor de behandeling van relapsing-remitting multiple sclerose. Rebif is bovendien geregistreerd voor de behandeling van mensen die slechts één aanval hebben doorgemaakt en die een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van klinisch definitieve MS.

Vanaf januari 2008 is de naam van Rebif veranderd in Rebif New Formulation. De werkzame stof is dezelfde. De toediening is hetzelfde: een voorgevulde spuit, die gekoeld moet worden bewaard. Rebif beschikt over een autoinjector, de RebiSmart genoemd.

Copaxone (glatirameer)

Copaxone of glatirameer bestaat uit stukjes synthetisch eiwit die lijken op myeline. Het middel wordt gefabriceerd door de firma TEVA uit Israel. Copaxone moet elke dag onder de huid worden ingespoten. Copaxone is geregistreerd voor relapsing remitting MS. Het middel vermindert het aantal en de ernst van MS-aanvallen met 29 procent en houdt de fysieke verslechteringen enigszins tegen. De ontstekingen die te zien zijn op de MRI nemen duidelijk af. De gebruikers kunnen last hebben van reacties op de injectieplaats, blozen, pijn op de borst, kortademigheid of hartkloppingen. Bovendien kan binnen enkele minuten na de injectie pijn op de borst, hartkloppingen of benauwdheid optreden

De Farmaceut Teva heeft in februari 2014 bekend gemaakt dat de Amerikaanse autoriteiten, de FDA, een andere manier van toediening van Copaxone heeft goedgekeurd. Namelijk drie keer per week een dubbele dosis van 40mg/ml per keer. De dosering was tot nu toe 20mg/ml per keer maar dan elke dag. Deze wijze van toediening is inmiddels ook goedgekeurd voor Europa.

Copaxone is ook geregistreerd voor de behandeling van mensen die slechts één aanval hebben doorgemaakt en die een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van klinisch definitieve MS.

Plegridy (inteferon 1a)

Plegridy™ bestaat eveneens uit interferon beta-1a, net als Avonex en Rebif maar het medicijn is anders klaargemaakt. Pegyleren heet dat en dat betekent dat de werkzame stoffen in het middel langzamer worden afgegeven aan het lichaam. Dit heet ook wel ‘verlengde afgifte’ of pegyleren. Er komen steeds meer medicijnen op de markt met een verlengde afgifte. Het voordeel is dat je Plegridy maar eenmaal in de twee weken hoeft in te spuiten. De resultaten van Plegridy zijn vergelijkbaar met de andere interferonen.

Tysabri (natalizumab)

Tysabri (natalizumab) vermindert het optreden van Schubs en het aantal nieuwe plekjes op de MRI-scan. Sinds 2006 in Nederland verkrijgbaar als tweedelijns medcijn. Tysabri wordt eenmaal per maand per infuus toegediend in een ziekenhuis. Het middel is vooral bedoeld voor mensen met relapsing-remitting MS (met schubs) die onvoldoende reageren op Interferon beta, of Copaxone of mensen met relapsing-remitting MS die snel achteruit gaan.

De meest voorkomende bijwerkingen zijn reacties bij het toedienen van het middel: hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, huiduitslag, jeuk en koortsrillingen. De voornaamste ernstige bijwerking is het risico van progressieve multifocale leuko-encephalopathie (PML). Dit is een ontsteking in het centrale zenuwstelsel met als kenmerken: toenemende cognitieve stoornissen, zwakte van de ledematen, problemen met de spraak, het zien en de coördinatie en epileptische aanvallen.

PML komt voor bij 1 op de 1000 met natalizumab behandelde patiënten. Bij verdenking op PML dient natalizumab direct te worden gestopt en volgt onderzoek. Mensen die dit middel gaan gebruiken krijgen daarom uitgebreide voorlichting over deze mogelijke bijwerking en worden goed gecontroleerd.

Zie ook de rubriek Meer over MS >> Medicijnen of
voor nieuwe medicijnen de rubriek MS Onderzoek >> Dossiers

Gilenya (fingolimod)

Gilenya (fingolimod) is sinds maart 2012 een in Nederland erkend tweedelijns medicijn dat als pil via de mond moet worden ingenomen. Het werkingsmechanisme lijkt erg op dat van Tysabri. Het middel brengt het aantal schubs terug tot ongeveer een derde deel. Het is bedoeld voor de groep patienten, zoals bij Tysabri beschreven. Voorlopige onderzoeksresultaten geven aan dat ook een ongeveer 30% daling van groei van zenuwschade – en dus mogelijk ook van toeneming van invaliditeit – wordt bereikt, maar dit moet nog bevestigd worden door onderzoek naar het middel op lange termijn.

Gilenya geeft als bijwerking een verhoogde kans op infecties. Het betreft dan vooral longinfecties Ook leidt het middel tot een verhoogde kans op hartritmestoornissen.

Lemtrada (Alemtuzumab)

Dit (eerste en tweedelijns) medicijn richt zich op het antilichaam CD52, dat zich op de oppervlakte bevindt van de witte bloedcellen (lymfocyten). Het zorgt voor de afbraak van ziekmakende afweercellen. De toediening is eenmaal per jaar via een infuus. De informatie over het aantal dagen dat je een infuus krijgt is wat onduidelijk. In het eerste jaar zijn dat wel altijd meer dagen dan in de jaren daarna. Het onderzoek laat goede resultaten zien. Anderzijds is er ook kans op autoimmuniteit in de vorm van een schildklieraandoening.

Aubagio (Teriflunomid)

Aubagio is een pil die je éénmaal per dag moet innemen. Het remt de deling van lymfocyten, de cellen die de ontsteking veroorzaken bij MS. De werkzaamheid is vergelijkbaar met Copaxone. Het middel wordt ook voorgeschreven aan mensen met reuma. Bij gebruik moet de leverfunctie extra in de gaten worden gehouden.

Tecfidera (Dimethylfunaraat)

Tecfidera is een pil die je twee keer per dag moet innemen. Na een week wordt de dosis verhoogd. Bijwerkingen zijn blozen en maagproblemen en je witte bloedlichaampjes kunnen afnemen. Tot nu toe trad bij één patient PML op (zie Tysabri).

Zinbryta (Daclizumab)

Sinds februari 2017 is daclizumab beschikbaar als tweedelijns medicatie voor mensen met relapsing-remitting MS sclerose. Daclizumab bindt aan een bepaald type witte bloedcellen (geactiveerde T cellen). Hierdoor wordt de hoeveelheid ontstekingen die optreden in het centrale zenuwstelstel verminderd. Het gevolg is minder schubs en minder nieuwe afwijkingen op de MRI-scan van de hersenen. Daclizimab zorgt voor ongeveer 50% minder schubs.

Zinbryta moet 1x per maand onderhuids gespoten worden. De voornaamste bijwerkingen zijn huidafwijkingen, waaronder roodheid, jeuk, maar ook huidontstekingen. Een minder vaak voorkomende bijwerking is leverenzymstijging, daarom wordt elke maand je bloed gecontroleerd (tot 4 maanden na stoppen van de behandeling). Een deel van de mensen die daclizumab gebruikt,  moet door verhoogde leverenzymen in het bloed stoppen met het medicijn. Daarnaast hebben mensen die dit middel gebruiken een verhoogd risico op infecties (vooral bovenste luchtweg- en urineweginfecties).

ImmunoglobulineG (IVIG)

Gammaglobulinen (in dit geval ImmunoglobulineG) zijn eiwitbestanddelen uit bloedplasma van menselijke donoren. Ze hebben een belangrijke functie in het afweersysteem tegen bacteriën en virussen. Ze worden met wisselend succes toegepast bij auto-immuunziekten. Het middel is in Nederland niet specifiek voor MS goedgekeurd. Uit een recente overzichtpublicatie blijkt dat er bewijs is voor het toepassen van IVIG bij preventieve behandeling van relapsen. Er is geen bewijs voor vertraging van de progressie bij secundair progressieve MS.

Het middel wordt één keer in de vier weken via een infuus gegeven en is patiëntvriendelijk, dat wil zeggen, met weinig bijwerkingen.

Methotrexaat

Methotrexaat is een aminozuur die de werking van foliumzuur tegengaat. Het is een medicijn dat in hoge dosering remmende werking op kankerceldeling heeft. Het middel wordt wel in een lage dosering bij de secundair progressieve vorm van MS gegeven. Het middel wordt redelijk goed verdragen maar de beperkte onderzoeken die tot nu toe zijn verricht, laten betrekkelijk teleurstellende resultaten zien.

Mitoxantrone

Novantrone® (mitoxantrone) is al jaren bekend als medicijn tegen kanker. Bij proefdieren die een met MS vergelijkbare ziekte – EAE genaamd – hebben, heeft dit middel een remmend effect op de zenuwbeschadigingen. Mitoxantrone wordt wel gegeven als mensen met MS in korte tijd erg achteruitgaan en niet goed reageren op corticosteroïden. Het medicijn wordt per infuus toegediend en heeft nogal wat bijwerkingen zoals hartklachten, gevoeligheid voor infecties, misselijkheid en kaalheid. Vanwege de effecten op het hart, kan het middel maar korte tijd worden toegediend.

Wat moet ik kiezen?

Geen van de bovenstaande middelen genezen MS, maar soms kunnen zij de MS wel afremmen. Niet iedereen verdraagt deze middelen even goed en het zijn veelal dure medicijnen. Er wordt dan ook regelmatig gesproken over de prijs-resultaat verhouding van deze middelen. Lees hierover verder in de rubriek MEER-OVER-MS.

Mensen die overwegen medicijnen te gaan gebruiken, willen graag weten welk middel zij moeten kiezen. MSweb kan daar geen antwoord op geven. Wel zullen we proberen de uitkomsten van lopende onderzoeken zo goed mogelijk bij te houden in de rubriek MS Onderzoek of Nieuws.

De farmaceuten hebben zelf ook websites. Farmaceuten zijn geen filantropische instellingen maar de informatie op hun websites is soms wel nuttig. In de rubriek Links >> Medicijnen zijn de diverse websites van de farmaceuten te vinden. Heb je last van bijwerkingen bij een van deze medicijnen dan kun je dat melden bij www.lareb.nl

Wie meer wil weten over het gebruik en de toediening van deze medicijnen? Je kunt de bijsluiters van deze medicijnen lezen op de webisite: apotheekkennisbank.nl

Kijk voor de laatste ontwikkelingen op medicijn-gebied in MS Onderzoek.

3. Middelen die de symptomen bestrijden

Voor een beschrijving van de klachten die met MS gepaard kunnen gaan en de mogelijkheden en middelen om die klachten te bestrijden verwijzen we naar de vorige subrubriek: Klachten.

4. Multidisciplinaire behandeling

Vroeger ging iemand met MS-achtige klachten naar de huisarts en als je geluk had stuurde die je door naar de neuroloog voor de diagnose. Gelukkig is de tijd voorbij dat de neuroloog na het stellen van de diagnose weinig meer voor je kon doen dan af en toe een prednisolonkuur voorschrijven. Sinds de komst van de interferon beta is dat veranderd.

De medicijnen voor MS zijn geen genezende medicijnen maar ze hebben wel een ander bijkomend voordeel. Vanwege die medicijnen hebben mensen met MS meer begeleiding nodig. Ze moeten vaker terugkomen bij de neuroloog en de MS verpleegkundige en daardoor komen ook andere klachten van mensen met MS beter over het voetlicht.

Voor die klachten worden oplossingen gezocht, oplossingen die de neuroloog niet allemaal zelf in huis heeft. Daarom zoekt de neuroloog nu samenwerking met andere specialisten en nemen MS-verpleegkundigen hem of haar een aantal taken uit handen.

De neuroloog blijft het eerste aanspreekpunt voor mensen met MS maar als het nodig is kan hij of zij je naar een heel scala van medische en para-medische deskundigen doorverwijzen. Steeds vaker ook werken deze deskundigen samen in een speciaal MS-centrum. Mensen met de diagnose MS kunnen, behalve bij de neuroloog of de MS-verpleegkundige, met hun specifieke klachten bij de volgende specialisten terecht:

 

·       Revalidatiearts

·       Uroloog

·       Oogarts

·       Sexuoloog

·       Maatschappelijk werker

 

·       Fysiotherapeut

·       Ergotherapeut

·       Psycholoog

·       Logopedist

·       Revalidatieverpleegkundige

 

 

5. Alternatieve behandelingen

Een alternatieve behandelwijze kun je zien als complementair, dat wil zeggen als aanvulling op een medische behandeling. MS is (nog) niet door de medische wetenschap te genezen en evenmin door een alternatieve behandeling. Maar in sommige gevallen en bij sommige mensen kan een alternatieve behandeling wel bijdragen aan de kwaliteit van het leven. In de reguliere medische wereld is het toch veelal de arts die bepaalt welke behandeling zal worden toegepast. Bij de alternatieve behandelwijze ontstaan extra behandelmogelijkheden en het kan een gevoel geven dat je het heft meer in eigen hand hebt.

Sommige alternatieve behandelaars hebben de neiging de hele medische wetenschap af te wijzen. Dat is niet goed. De medische wetenschap heeft in de voorbije twintig jaar duidelijk successen behaalt. Ook leggen sommige alternatieve behandelaars de schuld van het niet-beter-worden bij de patiënt. Dat is onzin. Het is zelfs schadelijk om zo over jezelf en over je ziekte te denken. MS is momenteel niet te genezen, niet door de medische wetenschap maar ook niet door jezelf of de alternatieve behandelaars.

Je kunt wel proberen je zo prettig mogelijk te voelen en een alternatieve behandelwijze kan daarbij aanvullend werken. Hieronder zijn enkele alternatieve behandelwijzen kort bespreken. Zie uitgebreider hierover het MS-Zorgboek, verkrijgbaar bij de apotheek.

Voeding (diëten)

Goede voeding kan een positieve invloed hebben op MS. Het brengt weliswaar geen genezing, maar kan wel bijdragen aan een betere algemene conditie en een vermindering van klachten. Gezond eten betekent: gevarieerd eten aangepast aan de energie behoefte van het lichaam. Te weinig en niet gevarieerd eten leidt tot verzwakking, terwijl te veel eten leidt tot overgewicht en ververslechtering van de mobiliteit. Bij problemen met de voeding, de ontlasting, overgewicht of ondergewicht is een consult bij de diëtist erg nuttig. Een diëtist kan bovendien adviezen geven over de zin en onzin van het gebruik van supplementen en allerlei speciale diëten.

Mensen met MS blijken relatief vaak een opmerkelijk tekort aan vitamine D3 en B-12 te hebben. Een sluitende verklaring hiervoor is er niet. Het tekort hieraan kan worden aangevuld met vitamine injecties of pillen.

Waarschuwing: sommige vitaminen en mineralen kunnen bij langdurig gebruik of hoge dosering schadelijk zijn voor de gezondheid. Raadpleeg bij twijfel een arts.

Vrij veel mensen met MS maken gebruik van ‘alternatieve’ voedingswijzen of diëten. De ervaringen zijn wisselend. Sommige mensen voelen zich gezonder, andere mensen merken geen effect. Omdat dergelijke diëten geen wetenschappelijke basis hebben worden zij door het merendeel van de artsen niet aanbevolen. Bijna allen zijn het er over eens dat een diëet voldoende verse groenten en fruit, peulvruchten, noten en zaden, plantaardige oliën en magere vis moet bevatten.

Meer informatie op www.voedingscentrum.nl 
Het Voedingscentrum Den Haag geeft ook handige brochures uit.

Acupunctuur

Acupunctuur vindt zijn oorsprong in China en is al duizenden jaren oud. Acupunctuur gaat uit van een evenwicht tussen twee tegenpolen: de ‘yin en yang’ energie. In het lichaam onderscheidt men yin-organen (hart, longen, lever, nieren en milt) en yang-organen (darmen, galblaas, blaas en maag).
Er zijn twaalf banen waarlangs de levensenergie door het lichaam stroomt. Deze banen horen bij de verschillende organen. Op deze banen liggen de acupunctuurpunten. Door op deze punten naalden in te brengen kan de energie in die baan worden gestimuleerd of afgeremd. Acupunctuur kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor pijnbestrijding.

Meer informatie vind je via http://acupunctuur.startpagina.nl/

 

Koudwatertherapie

Veel mensen met MS hebben last van vochtige en drukkende zomerwarmte. Bij koudwatertherapie wordt het lichaam onder toezicht afgekoeld, waarbij rekening wordt gehouden met leeftijd en conditie. Voldoende afkoeling, langzaam opgebouwd, met de juiste watertemperatuur en deskundige hulp moedigen het lichaam aan om weer zelf te gaan werken. De temperatuur van het water moet lager zijn dan 13,5 graden Celsius.
Koudwatertherapie is een combinatie van koudwaterbehandeling en lichamelijke oefeningen. De oefeningen moeten passen bij de lichamelijke conditie.

LET OP:

De informatie op MSweb is niet bedoeld ter vervanging van een medisch consult.

Raadpleeg voor het krijgen van een diagnose of behandeling altijd een arts.

Zie ook onze Disclaimer.

 

Meer informatie:

Zorgboek MS van de Stichting September; verkrijgbaar bij de Apotheek;

zie rubriek Media >> Boeken 

of kijk in de rubriek: Meer over MS >> Complementair

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *