Behandeling

De behandeling van MS bestaat uit verschillende onderdelen en wordt aangepast aan de ernst en het stadium van de ziekte en de persoonlijke omstandigheden. Er is dus geen standaard behandeling die voor iedereen geldt.

De behandelingsmogelijkheden kunnen als volgt worden ingedeeld:

  1. Middelen die de duur van een relaps (schub) bekorten of de ziekte afremmen
  2. Middelen die de symptomen bestrijden (zie daarvoor subrubriek Klachten)
  3. Multidisciplinaire behandeling
  4. Alternatieve behandelingen

De reguliere medische wetenschap ziet MS in de eerste plaats als lichamelijke aandoening. De beschikbare behandeling bestaat vooral uit het voorschrijven van medicijnen. Deze medicijnen, voorgeschreven door de neuroloog, richten zich met name op het verminderen van de stoornis van het afweersysteem. De medicijnen zijn niet voor alle vormen van MS geschikt en zijn niet in staat MS te stoppen.

Omdat MS op vele gebieden van het leven ingrijpt is meestal alleen een behandeling met medicijnen niet voldoende. Binnen de medische wetenschap begint meer oog te komen voor de mens achter de patiënt. Hoe kunnen mensen zo optimaal mogelijk leven met een chronische ziekte die op dit moment niet is te genezen? Afhankelijk van de problemen zullen daarom behalve de neuroloog ook andere deskundigen worden ingeschakeld. Neurologen werken in toenemende mate samen met MS-verpleegkundigen en medische en para-medische specialisten. Steeds vaker richten zij speciaal daarvoor een MS-centrum op.

De alternatieve behandelaar ziet MS vaak als een verstoring van het evenwicht tussen lichaam en geest. Doordat gedachten en gevoelens niet in evenwicht zijn met het verstand of het lichaam wordt iemand lichamelijk ziek. Doel van de behandeling is het herstellen van het evenwicht. Aan alternatieve behandelingen zijn vóór- en nadelen verbonden.

Kijk op Zorgkaart MS in deze rubriek voor adressen van neurologen en verpleegkundigen.

Zeventig tot tachtig procent van de mensen die MS krijgt begint met de relapsing remitting vorm van MS, de vorm die gepaard gaat met MS-aanvallen. De hier besproken middelen zijn bijan allemaal bedoeld voor die vorm van MS. Medicijnen ter bestrijding van symtomen zijn te vinden in de subrubriek Klachten.

Voor alle medicijnen geldt: meer weten? Raadpleeg een arts, lees altijd de bijsluiter en ga naar www.apotheekkennisbank.nl voor meer informatie.

1. Middelen die de duur van een relaps (schub) bekorten of de ziekte afremmen

Sinds 1995 zijn er een aantal middelen beschikbaar, zoals interferon-bèta (Avonex, Betaferon, Plegridy, Rebif) en glatirameeracetaat (Copaxone en sinds februari 2018 ook Glatimeeracetaat Mylan) dat de kans op nieuwe schubs verkleint en mogelijk ook de kans op verdere blijvende verslechtering. Deze middelen worden per injectie toegediend.

In de loop van 2014 zijn er ook medicijnen beschikbaar gekomen die in de vorm van een tablet kunnen worden ingenomen met een vergelijkbaar effect. Dat zijn  dimethylfumaraat (Tecfidera) en teriflunomide (Aubagio). Deze middelen worden in het algemeen als eerste gegeven bij MS, en noemen we daarom ‘eerstelijnsmedicatie‘.

Bij patiënten, die ondanks deze middelen veel aanvallen houden en/of snel verslechteren, wordt natalizumab (Tysabri), fingolimod (Gilenya) of alemtuzumab (Lemtrada) voorgeschreven. In maart 2018 kwamen de middelen ocrelizumab (Ocrevus) en cladribine (Mavenclad) opde markt. Omdat deze middelen meestal pas als tweede behandeling worden gegeven spreken we over ‘tweedelijnsmedicatie’. Of al deze middelen de kans op blijvende invaliditeit kunnen verkleinen of uitstellen, is geen uitgemaakte zaak. Er zijn echter aanwijzingen dat dit wel het geval is.

EERSTELIJNSMEDICATIE

Avonex®, Betaferon®, Plegridy®, Rebif® (interferon-bèta)
Interferon is een lichaamseigen eiwit, dat in iets gewijzigde vorm in vier verschillende preparaten beschikbaar is (Avonex, Betaferon, Plegridy, Rebif). Alle vier de preparaten kunnen worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS. Alleen Avonex, Betaferon en Rebif kunnen worden voorgeschreven bij mensen die voor de eerste keer symptomen hebben gehad die wijzen op een hoog risico op het ontwikkelen van MS (CIS). Interferon beïnvloedt de werking van het afweersysteem en het ontstaan van ontstekingen in de hersenen. Je ziet minder nieuwe afwijkingen op de MRI hersenen. De onderlinge verschillen in werkzaamheid zijn gering. Gemiddeld genomen neemt het aantal schubs met 30% af. Ook mét interferon krijgen veel patiënten nog schubs.

Alle vier de preparaten worden per injectie toegediend. Hoe vaak de injecties moeten worden gegeven en op welke wijze (onderhuids of in een spier) verschilt per middel. Veel patiënten krijgen een geïrriteerde huid rond de injectieplaats. Na de injectie hebben veel patiënten enige tijd last van een ‘griepachtig beeld’ met hoofdpijn, rillerigheid (soms koorts), minder energie en spierpijn. In het algemeen treden deze bijwerkingen na enkele weken tot maanden steeds minder vaak op. Bij sommige patiënten maakt het lichaam antistoffen tegen interferon-bèta aan, waardoor deze minder goed werkt. Dit gebeurt meestal pas nadat interferon-bèta meer dan een jaar gebruikt wordt. Een bloedonderzoek kan uitwijzen of iemand deze antistoffen heeft.

Copaxone®, Glatirameeracetaat Mylan® (glatirameeracetaat)
Glatirameeracetaat is verkrijgbaar onder de naam Copaxone en sinds februari 2018 ook onder Glatimeeracetaat Mylan. Glatirameeracetaat kan worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS en bij mensen die voor de eerste keer symptomen hebben gehad die wijzen op een hoog risico op het ontwikkelen van MS (CIS). Het is een mengsel van kleine eiwitten, dat vermoedelijk de werking van het afweersysteem beïnvloedt en daarmee de kans op ontstekingen in de hersenen vermindert. Gemiddeld genomen neemt het aantal schubs met 30% af, en komen er minder nieuwe afwijkingen op de MRI hersenen.

Het wordt per onderhuidse injectie toegediend, dagelijks 20 mg, of driemaal per week 40 mg. Rond de injectieplaats kan irritatie van de huid ontstaan. De ‘griepachtige verschijnselen’, zoals die bij interferon-bèta worden gezien, treden niet op. Wel ervaart een deel van de gebruikers na de injectie soms verschijnselen die lijken op een opvlieger. Tevens worden huidafwijkingen op de injectieplaats gezien, zoals roodheid, zwelling en soms verlies van onderhuids vetweefsel. Voor zover bekend is de kans klein dat het lichaam antistoffen aanmaakt, die de werking verminderen.

Tecfidera® (dimethylfumaraat)
Sinds 2014 kan dimethylfumaraat (Tecfidera) worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS. De manier waarop dimethylfumaraat werkt is onbekend. Er zijn wel aanwijzingen dat het de werking van het afweersysteem verandert, waardoor er minder schubs ontstaan. De effectiviteit is vergelijkbaar met die van interferon-bèta en glatirameeracetaat. Er komen minder nieuwe afwijkingen op de MRI hersenen en minder schubs. Medicijnen met de werkzame stof dimethylfumaraat worden al jaren gebruikt bij de behandeling van de huidziekte psoriasis. Daardoor zijn we goed op de hoogte van de veiligheid op de lange termijn.

De meest voorkomende bijwerkingen zijn blozen (“flushing”). Vaak gaat dit gepaard met een warm gevoel of jeuk en maag-darmklachten (diarree, misselijkheid, maagpijn). Deze bijwerkingen komen vooral de eerste maanden van de behandeling voor. Minder vaak komen daling van witte bloedcellen en toename van leverenzymen in het bloed voor. Bij een te laag gehalte aan witte bloedcellen (met name lymfocyten) bent u vatbaarder voor (vooral) virale infecties. Soms is het dan beter de behandeling te stoppen.

Sinds 2014 zijn er bij vijf mensen met MS bij langdurig Tecfidera gebruik progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML) vastgesteld. PML is een zeldzame, ernstige infectie van de hersenen met het JC virus die kan leiden tot ernstige invaliditeit of overlijden. Het risico op PML bij Tecfidera is zeer klein en komt voornamelijk voor bij mensen met een laag lymfocytengehalte in het bloed. Uw bloedwaardes worden hierop regelmatig gecontroleerd.

Aubagio® (teriflunomide)
Sinds 2014 kan teriflunomide (Aubagio) worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS. Teriflunomide is afgeleid van een medicijn dat gebruikt wordt bij de behandeling van reuma. Teriflunomide vermindert het uitgroeien van een bepaald type witte bloedcellen die een rol spelen bij het ontstekingsproces bij MS. Hierdoor zijn er minder schubs en komen er minder nieuwe afwijkingen op de MRI scan van de hersenen. De effectiviteit is vergelijkbaar met de al jaren gebruikte medicijnen interferon-bèta en glatirameeracetaat.

De voornaamste bijwerking die u zelf kunt merken is dat in de eerste maanden het haar tijdelijk dunner wordt. Een niet vaak voorkomende bijwerking is dat in het bloed de witte bloedcellen dalen en de leverenzymen stijgen. Daarom wordt het eerste half jaar regelmatig uw bloed gecontroleerd.

TWEEDELIJNSMEDICATIE

Gilenya® (fingolimod)
Sinds 2012 kan de tablet fingolimod onder de naam Gilenya worden voorgeschreven voor relapsing-remitting MS. Het middel zorgt ervoor dat ontstekingscellen minder geneigd zijn de hersenen binnen te dringen. Gemiddeld neemt de kans op schubs af met ongeveer 50%, en komen er minder nieuwe afwijkingen op de MRI scan van de hersenen. Soms ontstaat een vertraging van de hartslag bij inname van de eerste tablet. Daarom vindt de eerste inname onder bewaking met een hartmonitor plaats. Bij volgende tabletten lijkt dit geen probleem meer te zijn.

Na enkele maanden behandeling is onderzoek door een oogarts noodzakelijk, wegens in zeldzame gevallen voorkomend macula-oedeem (vochtophoping achter het netvlies). Dit kan reden zijn de behandeling te stoppen. Ook bij fingolimod lijkt er een kans te zijn op PML. Vooralsnog wordt behandeling met Gilenya alleen vergoed als iemand niet heeft gereageerd op een volledige en geschikte behandeling met ten minste één eerstelijnsmedicijn of bij snel ontwikkelende ernstige relapsing-remitting MS.

Lemtrada® (alemtuzumab)
Alemtuzumab is het werkzame bestanddeel van Lemtrada, dat gebruikt wordt voor de behandeling van actieve relapsing remitting MS. Alemtuzumab bindt zich aan een bepaald eiwit, dat zich op witte bloedcellen bevindt, waardoor deze bloedcellen worden vernietigd. Hierdoor wordt de ziekteactiviteit geremd. Alemtuzumab wordt in twee kuren via een infuus toegediend. Bij de eerste kuur krijgt de patiënt één infuus per dag op vijf achtereenvolgende dagen. Na een jaar volgt de tweede kuur en krijgt de patiënt één infuus per dag op drie achtereenvolgende dagen. Uit onderzoek blijkt dat patiënten die werden behandeld met alemtuzumab tot ongeveer 70% minder schubs en minder (nieuwe) afwijkingen op de MRI-hersenen krijgen.

Bij het toedienen van het infuus hebben veel patiënten bijwerkingen, zoals hoofdpijn, misselijkheid, koorts, huiduitslag en vermoeidheid. Ook is er een verhoogd risico op infecties (vooral bovenste luchtweg- en urineweginfecties). Tijdens de kuren moeten de patiënten dan ook aanvullende medicatie krijgen om bijwerkingen te voorkomen of te verminderen.

Bovendien is er, tot 4 jaar na het laatste infuus, een verhoogd risico op het ontwikkelen van ziektes die te maken hebben met ontregeling van het afweersysteem (‘auto-immuunziekten’), waarbij het lichaam antistoffen maakt tegen lichaamseigen weefsel. Het meest komen antistoffen tegen de schildklier voor, waardoor deze te snel of te traag gaat werken en er medicijnen gegeven moeten worden. Zeldzaam zijn antistoffen tegen bloedplaatjes en nieren.

Mavenclad® (cladribine)
Cladribine is sinds 1 maart 2018 beschikbaar in Nederland. Het middel is beschikbaar voor mensen met actieve MS. Actieve MS wil zeggen dat er frequent aanvallen zijn en/of dat er plekjes op de MRI-scan zijn die oplichten na het geven van contrastmiddel en/of dat er een toename is van het aantal plekjes op de MRI-scan. Dit medicijn beïnvloedt de werking van het immuunsysteem en daardoor het ontstaan van nieuwe ontstekingen in de hersenen en het ruggenmerg.

Ten opzichte van een placebobehandeling vermindert cladribine de kans op relapses met ongeveer 55%, en de kans op nieuwe afwijkingen op de MRI-scan met 75%. Ook is er een afname van ziekteprogressie beschreven t.o.v. de mensen die niet het medicijn kregen. Het middel wordt in tabletvorm voorgeschreven.

De behandeling bestaat uit vier weken verdeeld over twee jaar. In het eerste jaar slikt men twee weken de tabletten, met een maand interval, waarbij men geen tabletten neemt. Na een jaar volgt weer een periode van twee weken tabletten slikken met een maand interval.  Na de start van behandeling is een groot deel van de patiënten vier jaar aanvalsvrij.  Mocht er toch nog ziekteactiviteit zijn, dan zal overgegaan worden op een ander medicijn, omdat de maximale dosis van cladribine na de behandeling is bereikt.

Cladribine mag niet gegeven worden aan mensen die HIV positief zijn, TBC of hepatitis hebben, mensen die kanker hebben, een ernstige nierfunctiestoornis, vrouwen die zwanger zijn of vouwen die borstvoeding geven. De meest voorkomende bijwerkingen zijn verlaagd aantal witte bloedlichaampjes, herpes infecties en huiduitslag. Zeer zelden worden ernstigere bijwerkingen gezien, zoals ernstige infecties (bij TBC), of kanker. Er zal elke 3 maanden bloedcontrole gedaan worden tot een half jaar na de laatste gift.

Ocrevus® (ocrelizumab)
Ocrelizumab is sinds 1 maart 2018 beschikbaar in Nederland. Het middel is beschikbaar voor mensen met actieve MS. Actieve MS wil zeggen dat er frequent aanvallen zijn en/of dat er plekjes op de MRI-scan zijn die oplichten na het geven van contrastmiddel, en/of dat er een toename is van het aantal plekjes op de MRI -scan. Ocrelizumab is het eerste medicijn dat ook een -zij het bescheiden- effect kan hebben bij mensen met vroege primair progressieve MS.

Een voorwaarde is wel dat er geen ernstige invaliditeit is en dat er  tekenen zijn van actieve ziekte op de MRI-scan. Het middel zorgt ervoor dat het immuunsysteem wordt aangepast door een bepaald type witte bloedlichaampjes uit het lichaam te verwijderen (de zogenaamde B- cellen). Hierdoor komen er minder ontstekingscellen bij de hersenen en het ruggenmerg.

Ocrelizumab vermindert in vergelijking met een behandeling met interferon-bèta de kans op relapses met ongeveer 50%, en vermindert de kans op nieuwe afwijkingen op de MRI-scan met 80%. Ook is er een afname van ziekteprogressie beschreven t.o.v. de mensen die interferon-bèta kregen.

Ocrelizumab wordt halfjaarlijks per infuus gegeven. Alleen de eerste keer wordt de dosering over 2 giften verdeeld, met 2 weken tussenpoos. Het infuus wordt op de dagbehandeling op de afdeling neurologie van VUmc gegeven. Gedurende enkele uren loopt het medicijn in en vinden er frequent controles plaats, tot 1 uur na de gift.

De meest voorkomende bijwerkingen zijn huiduitslag, jeuk, griepachtige verschijnselen (zoals hoofdpijn, koorts, vermoeidheid), herpesinfecties, en (bovenste luchtweg-) infecties. Zeer zelden worden er ernstigere bijwerkingen gezien zoals hartklachten, leverziekten, of kanker. Ocrelizumab mag niet gegeven worden aan mensen die ernstig hartfalen hebben of die een probleem hebben met het afweersysteem. Voorafgaand aan elke gift zal er bloedcontrole plaatsvinden, waarbij er onder andere gescreend wordt op infecties.

Tysabri® (natalizumab)
Natalizumab is in 2006 onder de naam Tysabri in Europa goedgekeurd voor de behandeling van relapsing-remitting MS. Het werkt waarschijnlijk door de hersenen af te sluiten voor ontstekingscellen uit de bloedbaan. Gemiddeld neemt de kans op schubs af met een kleine 70%, tevens komen er minder nieuwe afwijkingen op de MRI hersenen.

Het wordt eens per vier weken per infuus toegediend. Vanwege de kans op een ernstige virusinfectie van de hersenen: progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML) wordt het middel niet direct bij alle mensen met MS aangeraden.

PML wordt veroorzaakt door het JC-virus. Dit, normaalgesproken onschuldige, virus is bij meer dan de helft van de gezonde bevolking in het lichaam aanwezig. Bij gebruikers van Tysabri kan dit virus wél ziekte veroorzaken. Daarom wordt vóór een behandeling met Tysabri gekeken of het JC-virus in het lichaam aanwezig is. Als dat niet het geval is, is de kans op PML bij behandeling met Tysabri extreem laag. Uw bloed zal regelmatig gecontroleerd worden (ongeveer 1x per 6 maanden), omdat het virus via de lucht wordt overgedragen. Als u drager bent van het JC-virus, kan de kans op PML oplopen van 3- 10 % bij een behandelduur van meer dan twee jaar. PML leidt bij gebruikers van Tysabri in de meerderheid van de gevallen tot (ernstige) neurologische uitvalsverschijnselen en in ongeveer 20% tot overlijden. De voor- en nadelen van deze behandeling bij dragers van het JC-virus moeten dan ook zeer nauwkeurig worden afgewogen. De neurologische controles tijdens de behandeling zijn dan ook intensief.

Zinbryta® (daclizumab)
Sinds februari 2017 was daclizumab beschikbaar voor mensen met relapsing-remitting MS sclerose. Op 2 maart jl is het middel door de farmaceut van de markt gehaald in verband met gerapporteerde bijwerkingen.

Bron: VUmc MS Centrum

Pas op bij Zwangerschap

Denk er wel aan dat alle bekende medicijnen tegen MS in principe schadelijk zijn voor een ongeboren vrucht. De oudere medicijnen zoals interferon en Copaxon bestaan uit grote moleculen, die tijdens de voor de ongeborene kritieke fase van de eerste drie maanden na het begin van de zwangerschap niet via de placenta kunnen doordringen bij het kind. Ook daarna zijn ze nauwelijks te ontdekken. De nieuwste medicijnen, zoals Gilenya (fingolimod) en Aubagio (teriflunomide), hebben veel kleinere moleculen die wel direct door de placenta kunnen. Fingolimod is bij staken van de inname na een paar maanden uit het lichaam verdwenen en teriflunomide pas na een paar jaar.

Wat moet ik kiezen?

Geen van de bovenstaande middelen genezen MS, maar soms kunnen zij de MS wel afremmen. Niet iedereen verdraagt deze middelen even goed en het zijn veelal dure medicijnen. Er wordt dan ook regelmatig gesproken over de prijs-resultaat verhouding van deze middelen. Lees hierover verder in de rubriek MEER-OVER-MS.

Mensen die overwegen medicijnen te gaan gebruiken, willen graag weten welk middel zij moeten kiezen. MSweb kan daar geen antwoord op geven. Wel zullen we proberen de uitkomsten van lopende onderzoeken zo goed mogelijk bij te houden in de rubriek MS Onderzoek of Nieuws.

De farmaceuten hebben zelf ook websites. Farmaceuten zijn geen filantropische instellingen maar de informatie op hun websites is soms wel nuttig. In de rubriek Links >> Medicijnen zijn de diverse websites van de farmaceuten te vinden. Heb je last van bijwerkingen bij een van deze medicijnen dan kun je dat melden bij www.lareb.nl

Wie meer wil weten over het gebruik en de toediening van deze medicijnen? Je kunt de bijsluiters van deze medicijnen lezen op de webisite: apotheekkennisbank.nl.

Kijk voor de laatste ontwikkelingen op medicijn-gebied in de rubriek MS Onderzoek.

2. Middelen die bepaalde symptomen bestrijden

Voor een beschrijving van de klachten die met MS gepaard kunnen gaan en de mogelijkheden en middelen om die klachten te bestrijden verwijzen we naar de subrubriek: Klachten.

3. Multidisciplinaire behandeling

Vroeger ging iemand met MS-achtige klachten naar de huisarts en als je geluk had stuurde die je door naar de neuroloog voor de diagnose. Gelukkig is de tijd voorbij dat de neuroloog na het stellen van de diagnose weinig meer voor je kon doen dan af en toe een prednisolonkuur voorschrijven. Sinds de komst van de interferon beta is dat veranderd.

De medicijnen voor MS zijn geen genezende medicijnen maar ze hebben wel een ander bijkomend voordeel. Vanwege die medicijnen hebben mensen met MS meer begeleiding nodig. Ze moeten vaker terugkomen bij de neuroloog en de MS verpleegkundige en daardoor komen ook andere klachten van mensen met MS beter over het voetlicht.

Voor die klachten worden oplossingen gezocht, oplossingen die de neuroloog niet allemaal zelf in huis heeft. Daarom zoekt de neuroloog nu samenwerking met andere specialisten en nemen MS-verpleegkundigen hem of haar een aantal taken uit handen.

De neuroloog blijft het eerste aanspreekpunt voor mensen met MS maar als het nodig is kan hij of zij je naar een heel scala van medische en para-medische deskundigen doorverwijzen. Steeds vaker ook werken deze deskundigen samen in een speciaal MS-centrum. Mensen met de diagnose MS kunnen, behalve bij de neuroloog of de MS-verpleegkundige, met hun specifieke klachten bij de volgende specialisten terecht:

 

·       Revalidatiearts

·       Uroloog

·       Oogarts

·       Sexuoloog

·       Maatschappelijk werker

 

·       Fysiotherapeut

·       Ergotherapeut

·       Psycholoog

·       Logopedist

·       Revalidatieverpleegkundige

 

 

5. Alternatieve behandelingen

Een alternatieve behandelwijze kun je zien als complementair, dat wil zeggen als aanvulling op een medische behandeling. MS is (nog) niet door de medische wetenschap te genezen en evenmin door een alternatieve behandeling. Maar in sommige gevallen en bij sommige mensen kan een alternatieve behandeling wel bijdragen aan de kwaliteit van het leven. In de reguliere medische wereld is het toch veelal de arts die bepaalt welke behandeling zal worden toegepast. Bij de alternatieve behandelwijze ontstaan extra behandelmogelijkheden en het kan een gevoel geven dat je het heft meer in eigen hand hebt.

Sommige alternatieve behandelaars hebben de neiging de hele medische wetenschap af te wijzen. Dat is niet goed. De medische wetenschap heeft in de voorbije twintig jaar duidelijk successen behaalt. Ook leggen sommige alternatieve behandelaars de schuld van het niet-beter-worden bij de patiënt. Dat is onzin. Het is zelfs schadelijk om zo over jezelf en over je ziekte te denken. MS is momenteel niet te genezen, niet door de medische wetenschap maar ook niet door jezelf of de alternatieve behandelaars.

Je kunt wel proberen je zo prettig mogelijk te voelen en een alternatieve behandelwijze kan daarbij aanvullend werken. Hieronder zijn enkele alternatieve behandelwijzen kort bespreken. Zie uitgebreider hierover het MS-Zorgboek, verkrijgbaar bij de apotheek.

Voeding (diëten)

Goede voeding kan een positieve invloed hebben op MS. Het brengt weliswaar geen genezing, maar kan wel bijdragen aan een betere algemene conditie en een vermindering van klachten. Gezond eten betekent: gevarieerd eten aangepast aan de energie behoefte van het lichaam. Te weinig en niet gevarieerd eten leidt tot verzwakking, terwijl te veel eten leidt tot overgewicht en ververslechtering van de mobiliteit. Bij problemen met de voeding, de ontlasting, overgewicht of ondergewicht is een consult bij de diëtist erg nuttig. Een diëtist kan bovendien adviezen geven over de zin en onzin van het gebruik van supplementen en allerlei speciale diëten.

Mensen met MS blijken relatief vaak een opmerkelijk tekort aan vitamine D3 en B-12 te hebben. Een sluitende verklaring hiervoor is er niet. Het tekort hieraan kan worden aangevuld met vitamine injecties of pillen.

Waarschuwing: sommige vitaminen en mineralen kunnen bij langdurig gebruik of hoge dosering schadelijk zijn voor de gezondheid. Raadpleeg bij twijfel een arts.

Vrij veel mensen met MS maken gebruik van ‘alternatieve’ voedingswijzen of diëten. De ervaringen zijn wisselend. Sommige mensen voelen zich gezonder, andere mensen merken geen effect. Omdat dergelijke diëten geen wetenschappelijke basis hebben worden zij door het merendeel van de artsen niet aanbevolen. Bijna allen zijn het er over eens dat een diëet voldoende verse groenten en fruit, peulvruchten, noten en zaden, plantaardige oliën en magere vis moet bevatten.

Meer informatie op www.voedingscentrum.nl 
Het Voedingscentrum Den Haag geeft ook handige brochures uit.

Acupunctuur

Acupunctuur vindt zijn oorsprong in China en is al duizenden jaren oud. Acupunctuur gaat uit van een evenwicht tussen twee tegenpolen: de ‘yin en yang’ energie. In het lichaam onderscheidt men yin-organen (hart, longen, lever, nieren en milt) en yang-organen (darmen, galblaas, blaas en maag).
Er zijn twaalf banen waarlangs de levensenergie door het lichaam stroomt. Deze banen horen bij de verschillende organen. Op deze banen liggen de acupunctuurpunten. Door op deze punten naalden in te brengen kan de energie in die baan worden gestimuleerd of afgeremd. Acupunctuur kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor pijnbestrijding.

Meer informatie vind je via http://acupunctuur.startpagina.nl/

 

Koudwatertherapie

Veel mensen met MS hebben last van vochtige en drukkende zomerwarmte. Bij koudwatertherapie wordt het lichaam onder toezicht afgekoeld, waarbij rekening wordt gehouden met leeftijd en conditie. Voldoende afkoeling, langzaam opgebouwd, met de juiste watertemperatuur en deskundige hulp moedigen het lichaam aan om weer zelf te gaan werken. De temperatuur van het water moet lager zijn dan 13,5 graden Celsius.
Koudwatertherapie is een combinatie van koudwaterbehandeling en lichamelijke oefeningen. De oefeningen moeten passen bij de lichamelijke conditie.

LET OP:

De informatie op MSweb is niet bedoeld ter vervanging van een medisch consult.

Raadpleeg voor het krijgen van een diagnose of behandeling altijd een arts.

Zie ook onze Disclaimer.

 

Meer informatie:

Zorgboek MS van de Stichting September; verkrijgbaar bij de Apotheek;

zie rubriek Media >> Boeken 

of kijk in de rubriek: Meer over MS >> Complementair

Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *