skip to Main Content

Ruggenprik niet meer nodig

Onderzoek liquor soms wel nuttig

Bij bijna alle mensen met MS is wel eens een ruggenprik gedaan om vocht, liquor, uit het ruggenmerg te halen. En wel omdat je door onderzoek ervan de diagnose MS duidelijker kunt stellen. Velen vinden die prik onaangenaam; het kan soms pijnlijk zijn. Ook bestaat een klein risico op complicaties. Op een congres over dit onderwerp in april was de conclusie dat de ruggenprik voor de diagnose niet meer strikt nodig is… maar soms nog wel nuttig.

Door: Mart Mantel, klinisch chemicus te Rotterdam

Prof. dr. Chris Polman van de Vrije Universiteit (VU) in521mszien0304ruggenprikmrihersens-300x207b Amsterdam, afdeling. neurologie, is van mening, dat de prettiger toe te passen beeldtechniek van de zogeheten MRI nu zo goed is, dat hij voor de diagnose MS geen liquor meer nodig heeft.

Naast die MRI-scan dragen gegevens uit liquor namelijk niet veel meer bij aan het stellen van de diagnose, meent Polman. Toch voegt hij eraan toe de liquor niet graag te willen missen, namelijk voor het wetenschappelijk onderzoek naar de aard en de ontwikkeling van MS.

De bekende hoogleraar neurologie deed zijn uitspraken op 22 april 2004 op het eerste wetenschappelijke congres van de NeuroUnit Biomarkers for Inflammation and Neurodegeneration (NUBIN). Dit is een pas opgericht samenwerkingsverband van verschillende afdelingen van het ziekenhuis van de VU. Het doel is het ontwikkelen van bepalingsmethoden voor stoffen in liquor en andere lichaamsvloeistoffen ten behoeve van de diagnose en het volgen van ontstekende en beschadigende ziekten van het zenuwstelsel.

De te bepalen stoffen heten biomerkers. Het kenmerk van een goede biomerker is, dat de hoeveelheid ervan in de lichaamsvloeistof een goede indruk geeft van de ernst van de ziekte.

Ofschoon de MRI-scan heel precies lijkt, is toch aan liquor mogelijk meer te zien. Het MRI-beeld zegt niet veel over de ernst van de ziekte. Soms is er bijvoorbeeld veel schade aan het zenuwweefsel te zien zonder ziektegevoel bij de patiënt.

Biomerkers

Tijdens het congres in Amsterdam gaven vijf onderzoekers uitleg over de stand van zaken bij het onderzoek naar biomerkers voor MS. Daarbij kan er gezocht worden naar merkers voor de twee meest door onderzoekers veronderstelde oorzaken van MS. Deze zouden de ziekte alleen of samen kunnen veroorzaken.

Hierbij valt dan onderscheid te maken tussen enerzijds schade aan de myeline, een stof die de zenuwen beschermt, en anderzijds directe breuken in de zenuwen, door onderzoekers meestal aangeduid met de term axonale schade.

Dr. Gavin Giovannoni van een Londense onderzoeksgroep gaf een overzicht over de vele merkers, die al bekend zijn op het gebied van aantasting van de myeline. Medici en onderzoekers gebruiken echter geen van die merkers in de klinische praktijk. Goede biomerkers voor zenuwbreuken zijn er volgens dr. Giovannoni nog niet gevonden.

Hij wees ook nog op het feit, dat de aard van de eiwitten, die al sinds lang gebruikt worden bij de routinediagnostiek (zie kader onder aan dit artikel) nog steeds niet duidelijk is. Zijn groep is nu gestart met het toepassen van enkele nieuwe analytisch chemische technieken om deze duidelijkheid te krijgen.

Urine

Dr. Judith Eikelenboom (VU, afdeling neurologie) liet zien dat in liquor antistoffen tegen zenuwweefsel zijn aan te tonen (anti-NfL), die goed kloppen met de mate van weefselschade aan zenuwweefsel zoals je die met de MRI-techniek zichtbaar kunt maken.

Haar conclusie was, dat de merker vooral zou kunnen dienen als maatstaf voor zenuwbreuken. Maar strikt genomen heb je daar geen liquor voor nodig, zo betoogden enige deelnemers in de discussie naar aanleiding van haar voordracht. Je zou ze misschien ook in de urine kunnen meten!

Zenuwbreuken 065zenuw

Ook dr. Charlotte Teunissen (VU, afdeling moleculaire celbiologie en immunologie) ziet het nut van liquor. Zij kan daarin merkers vinden voor zenuwbreuken. Uit haar experimenten lijken in elk geval twee bruikbare merkers in liquor naar voren te komen. Het zijn N-AcetylAspartaat (N-AA) en het eiwit GroeigeAssocieerde Protein – 43 (GAP-43). De aangetroffen gehaltes bij MS-patienten komen goed overeen met de ernst van de ziekte bij de patiënt!

DNA

Prof. dr. Cor Verweij (VU, afdeling biochemie – moleculaire biologie) deed op het congres verslag van een poging om via DNA-onderzoek aan bloed van MS-patienten een betere indeling te maken tussen de verschillende soorten MS. Het niet kunnen onderscheiden van die soorten is tot nu toe een handicap gebleken voor de interpretatie van de diverse merkers.

Doordat die veelal specifiek kunnen blijken te zijn voor één soort MS en omdat tot nu toe bij de diverse onderzoeken veelal noodzakelijkerwijze diverse soorten MS-patienten samen de in het onderzoek gebruikte patiëntengroep vormen, is de waarde van de merkers minder goed aantoonbaar.

47cbloed

Er blijken inmiddels van de ongeveer 40.000 genen, die een mens kenmerken, er 470 gevonden te zijn waarbij afwijkingen voorkomen bij MS-patiënten. Zijn onderzoeksgroep vond, afhankelijk van de klinische soort van de MS, steeds per soort dezelfde groep vanafwijkingen in het DNA.

Met geavanceerde analytische technieken en gesteund door steeds toenemende computermogelijkheden ligt hier misschien een goede kans om via DNA-analyse van bloedmonsters zeer vroeg in het leven een verhoogde risicofactor voor een bepaalde soort MS op te sporen. Dit dus ver voordat er klinische verschijnselen zijn.

Conclusies

Na het Amsterdamse congres zijn enkele conclusies te trekken. Om ooit bij mensen in een vroeg stadium MS te kunnen voorkomen of te genezen moet je een vroege en gedetailleerde diagnose kunnen stellen. De onderzoekers, die op dit congres hun resultaten bekend maakten, zijn er in geslaagd een bijdrage daartoe te bieden. Dat neemt niet weg, dat er nog veel verbetering mogelijk lijkt te zijn.

Daarbij is een ruggenprik, hoewel voor de diagnose van MS meestal niet direct noodzakelijk, toch nog erg gewenst om liquor te verkrijgen voor wetenschappelijk onderzoek. MS-onderzoekers dienen dan wel de beschikking te krijgen over die liquor en de overige patiëntengegevens met de instemming van de te prikken patient voor hun onderzoek.


Diagnose van MS met liquoronderzoekd47mszien0304ruggenprikliquor

De vloeistof in het ruggenmerg is van de rest van het lichaam en van de bloedbaan gescheiden door een wand met hele kleine openingen. De eiwitten, die ontstaan bij ontstekingen binnen de hersenen of het ruggenmerg hebben te grote moleculen om eruit te kunnen.

Door wat liquor als een streepje aan te brengen in een dun laagje gel en die daarna te plaatsen in een elektrisch spanningsveld zijn de eiwitten van de liquor te scheiden. Ze komen in bandjes naast elkaar te liggen. Na behandeling met een antistof en na kleuring kun je de gel vergelijken met eiwitten uit het bloed van dezelfde patiënt, dat dezelfde bewerking heeft ondergaan. Als er binnen het ruggenmerg ontstekingen zijn zullen in de liquorgel bij tenminste 90 procent van de MS-patienten bandjes te zien zijn, die niet in de bloedgel voorkomen. Bij het MRI-onderzoek is de gevoeligheid hoger.

Natuurlijk zullen deze bandjes er ook zijn bij andere ontstekingen binnen het zenuwsysteem die niet tot de ziekte MS aanleiding geven. Deze komen echter veel minder voor en kunnen zonder liquoronderzoek bijna altijd door de neuroloog worden onderkend.

MSzien 2004, nr. 3

Dit bericht heeft 0 reacties
Klik op een tabblad om aan te geven hoe u wilt reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Hou mij via e-mail op de hoogte van .

Back To Top